26.03.14 – Streuvels & Speliers

| Geen reacties

Er schijnt een stormpje gewoed te hebben c.q. te woeden in het glas water van de Vlaamse literatuur.

Het Lijsternest – woning van Stijn Streuvels – wordt eind april heropend, en ter gelegenheid daarvan werd ook Hedwig Speliers gevraagd het woord te nemen.

Verontwaardiging alom. Vooral in Vlaams-Nationale kringen uiteraard, zo vroeg de hele N-VA-afdeling van West-Vlaanderen in een brief aan het provinciebestuur om Speliers te schrappen als spreker.

Speliers zou van Streuvels een nazi hebben willen maken in zijn geschriften, aldus de meute der verontwaardigden.

Is dat zo?

foto: poëziecentrum

foto: poëziecentrum

Ik heb de boeken van Speliers over Streuvels gelezen vanaf zijn eerste (Omtrent Streuvels – het einde van een mythe), waarin amper van politiek sprake is, tot het laatste, dat overigens wel grotendeels, maar niet uitsluitend aan Streuvels gewijd was (Met politiek bemoei ik mij niet Tussen democratie en dictatuur: de literatuur in Vlaanderen tijdens het interbellum). Maar misschien is er ergens een boek aan mijn aandacht ontsnapt. In dat laatste gaat het vooral in overeenkomsten in mentaliteit tussen bepaalde schrijvers, waaronder Streuvels, en de bloed-en-bodem-literatuur, en over contacten tussen Duitsland en Vlaanderen op literair gebied. Welnu, ik beweer dat het oeuvre van Streuvels grotendeels blubo is. Maar ook daar is volgens mij niets mis mee (waarschijnlijk verschil ik daarin ook van mening met Speliers), want het zegt enkel dat de mentaliteit van die literatuur geworteld is in premoderne, vaak archaïsche landbouwmaatschappijen. Over de kwaliteit van een oeuvre zegt dat niets. Toute la Flandre van Emile Verhaeren bv. is ook blubo.

Kan ik uit die boeken afleiden dat Streuvels een collaborateur was? Net zoveel als Felix Timmermans, Ernest Claes, Gerard Walschap of Maurice Roelants. Ja EN nee dus. Ze hebben allemaal op de eerste plaats geprobeerd de meubelen te redden, de een schurkte daarbij al wat dichter bij de bezetter aan dan de ander, maar collaborateurs in de zin van een Jef van de Wiele of een Pol Le Roy bv. waren ze zeker niet. Maar ze zaten natuurlijk ook al helemaal niet in het verzet.

Zegt dat iets over hun werk? Nee, niets.

Zegt Speliers iets anders? Ten gronde genomen niet. Dat Speliers’ levensdoel geweest zou zijn ‘de reputatie van Streuvels door het slijk te sleuren en van hem een Hitlervriend en een aanhanger van het nazisme te maken’, klopt aantoonbaar niet, evenmin als de aberratieve nonsens van een andere bewonderaar, die durft beweren dat ‘Speliers boek na boek (heeft) geschreven om Streuvels te kleineren, verkeerd voor te stellen en als een fascist of een suppoost van de nazi’s af te schilderen.’ Die mensen hebben ofwel geen enkel boek van Speliers gelezen of het zijn analfabeten.

Je krijgt de indruk met fanatieke moslims te doen te hebben, wier Profeet in een ‘slecht’ daglicht wordt gesteld.

De biografie die Speliers over Streuvels schreef is objectief, goed geschreven en nog altijd niet verbeterd. Dat er tekortkomingen in zijn, onjuistheden enz.: Speliers zal wel de laatste zijn om dat te ontkennen. Maar ik wacht vol ongeduld op de volgende biografie, geschreven door een van die verontwaardigden die – toeval of niet – grotendeels tot eenzelfde politieke familie behoren. Het zal alleszins een hagiografie worden ipv een biografie, dat blijkt duidelijk uit hun totaal overtrokken reacties.

Breendonk is goed bewaard en onderhouden. Na 25 mei e.k. kan het zonder veel moeite onmiddellijk heropend worden. En personeel om al dat volksvreemd crapuul eens onder handen te nemen, zal men ongetwijfeld bij bosjes weten te vinden.

 

Delen:

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


3 − 2 =