18.03.14 – Sartre

| Geen reacties

Het afgelopen jaar 2013 heb ik het grootste deel van het werk van Sartre herlezen, à rato van één tot drie boeken per maand, naargelang de dikte. Dit jaar heb ik daarmee verder gedaan. Op dit ogenblik blijven nog te herlezen: de Pléiade met de autobiografische geschriften (die ligt klaar), de Flaubert en de twee grote filosofische essays. Of ik die laatste twee ook effectief herlezen zal, weet ik niet. Want ik heb de laatste jaren al gemerkt dat ik hoe langer hoe meer moeite heb met de lectuur van filosofische geschriften. Maar Sartre schrijft natuurlijk uiterst boeiend en zeer concreet, zelfs als het over filosofie gaat. We zien wel.

Sartre las ik voor het eerst op mijn vijftiende: Walging, de Nederlandse vertaling van La Nausée, als Zwart Beertje verschenen. Daarop volgden – eveneens in Nederlandse vertaling – de romans van De wegen der vrijheid en de belangrijkste toneelstukken. Bij mijn weten heb ik geen enkele van die boeken nog in mijn bezit, omdat ze vervangen werden door Franse versies, de laatstgenoemde als Pléiades. Al de rest heb ik in het Frans gelezen, een deel naargelang ze nog tijdens het leven van Sartre verschenen zijn, en de rest heb ik natuurlijk bijgekocht, de Genet bv.

Spraken ze mij na omzeggens vijftig jaar nog steeds zo sterk aan als vroeger? Want de jeugd is uiteraard veel ontvankelijker voor sterke indrukken, ook literaire. Een halve eeuw doet wel wat met een mens.

Ja hoor, het viel best wel mee.

sartre

Het eerste wat opviel: het theater sprak me meer aan dan de romans. Vooral de metafysische angst in Le diable et le bon dieu en de ontzettende angstige beklemming in Les séquestrés d’Altona. Beide toneelstukken (maar ook, uiteraard Huis Clos zijn daarenboven zeer sterk beïnvloed door het christendom, waar je Sartre toch niet onmiddellijk mee zou vereenzelvigen. Maar zelfs voor Les mains sales geldt dat. Het is overigens geen toeval dat dit stuk zeer sterk doet denken aan Die Massnahme van Bertolt Brecht, waar toentertijd, tegen het einde van de Weimarrepubliek was dat, ook veel protestanten eigen uitgangspunten in herkenden. Dat christendom vinden we echter ook terug in andere werken van Sartre, ik denk dan op de eerste plaats aan de Genet, waarvan de volledige titel niet toevallig Saint Genet, comédien et martyr luidde. Zou Sartre zelf bewust zijn geweest van die diepe laag in zijn denken, die uiteraard uit zijn jeugd stamde?

Maar ook de romans blijven volledig overeind. Wel vraag ik me af hoeveel de vijftienjarige die ik was daarvan eigenlijk begrepen heeft?! La Nausée was in veel aspecten een literaire voorafspiegeling van het eerste grote filosofische werk, L’être et le néant, terwijl de romantrilogie toch wel heel veel kennis vooronderstelde van de geschiedenis van Europa in de tweede helft van de jaren dertig. Nu heb ik die kennis, maar toen heel zeker niet. Maar misschien heb ik heel wat daarover opgestoken door die lectuur zelf?

Het verst weg van mijn huidige bed situeren zich zeker de tien delen Situations, die tussen het einde van de jaren veertig en het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw verschenen (en waarvan op dit ogenblik nieuwe, uitgebreide versies verschijnen, samengesteld door Sartres adoptiefdochter Arlette Elkaïm-Sartre – 3 van die nieuwe delen zijn al verschenen). Eigenlijk vormen ze een groot fresco van heel Sartres evolutie van de jaren dertig tot omzeggens aan zijn dood. Het eerste deel bevatte nog enkel literaire bijdragen, maar vanaf het tweede deel begon de politiek de overhand te krijgen, om te eindigen met lange interviews waarin hij op zijn leven terugkijkt in het laatste deel. Soms krijg je de indruk dat ze in een totaal andere wereld verschenen en geschreven zijn, met problemen die totaal de onze niet meer zijn. Dat heeft er op de eerste plaats mee te maken dat heel de Sovjet-Unie, en ook de communistische partijen in West-Europa volledig verdwenen zijn. Dat waren eigenlijk ijkpunten voor eenieder die zich met politiek bezighield – in welke zin dan ook. Le Parti werd toen nog met een hoofdletter geschreven, en ook zonder toevoeging wist iedereen over welke partij het ging. Toch bevatten deze delen heel veel opstellen, bv. over kolonialisme, die nu nog altijd actueel zijn. Eén enkel voorbeeld slechts: “Il n’y a pas si longtemps, la terre comptait deux milliards d’habitants, soit cinq cent millions d’hommes et un milliard cinq cent millions d’indigènes.” Je hoeft enkel de cijfers (het laatste cijfer) te veranderen, meer niet. Maar vooral : je kunt aan de hand van deze boeken de houding van Sartre tegenover de communistische partij en de Sovjet-Unie haarfijn volgen. En die houding is nooit éénduidig pro geweest, integendeel zelfs. Degenen die beweren dat Sartre een stalinist geweest zou zijn, hebben deze boeken zeker niet gelezen en kletsen maar wat uit hun domme kop.

Een van de redenen waarom ik twijfel of ik de grote filosofische werken nog zal herlezen, is het feit dat de vroegere kleinere filosofische werken me eigenlijk helemaal niets meer zeiden. Was dat vroeger ook al zo? Ik weet het niet meer. Van bijna alles herinner ik me nog dat ik het gelezen heb, van deze traktaten niet meer. Ik kan het enkel afleiden uit het feit dat ik er potloodaantekeningen in gemaakt heb. Ook van de twee bundels met discussies herinnerde ik me niets (behalve uiteraard de mij op het lijf geschreven titel van de tweede, On a raison de se révolter). Maar weer wel dan de enkele scenario’s, waaronder het lange, onverfilmbare Le scenario Freud, dat je eigenlijk enkel als een leesdrama kunt beschouwen. Die horen natuurlijk eigenlijk bij het theater, ook al werden ze niet opgenomen in de Pléiade met het toneel. Ze zijn even sterk als de toneelstukken zelf. Wel vind ik het jammer dat ik de verfilmingen van de vroege scenario’s nooit gezien heb.

Hoe dan ook, Sartre blijft een van de grootste schrijvers van de vorige eeuw, en waarschijnlijk de grootste intellectueel (dat woord gebruikt in de zo typisch Franse betekenis ervan) van die eeuw. En ja, zijn zuiver literaire werk is universeel, het is vandaag even leesbaar en speelbaar dan toen het gepubliceerd werd. Maar ook zijn zuiver politieke essays zijn meestal nog zeer leesbaar (Sartre schreef tenslotte een prachtig Frans met een uitgesproken snel ritme), ze hebben een sterke historische waarde uiteraard, maar soms blijken ze tevens van een onvermoede actualiteit te zijn (en niet enkel wat betreft het éne voorbeeld dat ik gaf).

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


vijf − drie =