27.03.14 – Despoten Dichten

| Geen reacties

despotenDespoten dichten (Albrecht Koschorke/Konstantin Kaminskij (Hg.), Konstanz University Press, Konstanz, 2011) bevat opstellen van nogal uiteenlopende aard, ook al hebben ze één ding gemeen: ze behandelen telkens een ‘dictator’ aan de hand van zijn werk. Volgens in- en uitleider zou het daarbij gaan om ‘literair’ werk.

Dat klopt al langs geen kanten. Van Stalin bijvoorbeeld worden drie zuiver politieke teksten uit de jaren dertig geanalyseerd. Het nazisme wordt vertegenwoordigd door Hitler en zijn Mein Kampf, terwijl Hitler nooit een woord literatuur geschreven heeft. Waarom in dit laatste geval niet Goebbels genomen, die de auteur is van één roman, minstens een toneelstuk en een bundel gedichten. Beide laatste werden weliswaar niet gepubliceerd, maar een analyse van Michael – ein deutsches Schicksal zou voldoende zijn geweest.

Maar inderdaad, er is al heel wat inkt gevloeid over het begrip ‘literariteit’, en tot een vaststaande definitieve conclusie daarover zal men wel nooit komen. Voor mij bv. is geschiedenis eerder een onderdeel van de literatuur, inderdaad, dan iets anders. Hoewel bij analyse van historische werken uiteraard ook bijkomende criteria gebruikt moeten worden. Waarachtigheid bv., in de zin van de overeenstemming tussen de beweringen in de tekst en de historische werkelijkheid. Bij ‘zuivere’ literatuur geldt enkel innerlijke waarachtigheid, ook wel authenticiteit genoemd; een kunstwerk hoeft niet met de werkelijkheid overeen te stemmen, zelfs wanneer die werkelijkheid erin voorkomt.

Ook de stukken over Kaddhafi en de eerste Turkmeense president, Saparmyrat Nyyazow, leiden aan datzelfde euvel: het zijn ideologisch-politieke teksten die behandeld en geanalyseerd worden. Minstens de inleiders hadden op dat probleem kort mogen ingaan.

Hoe dat ook zij, de analyses zelf, zowel die van Stalin als van Hitler, zijn overtuigend: ze zijn van linguïstische en stilistische aard en tonen aan hoe de schrijvers proberen, d.m.v. retorische trucs, hun boodschap over te brengen. Over die boodschap zelf wordt eigenlijk weinig gezegd, wat in deze context ook begrijpelijk is. Als er al iets daarover gezegd wordt, gebeurt het d.m.v. impliciete politieke vooronderstellingen, die nooit geëxpliciteerd worden. Op zich is dat natuurlijk niet erg – de lezer zelf kan dat immers doen – maar het gaat het wel over ideologische uitgangspunten, evenzeer als dat bij de behandelde ‘auteurs’ het geval was, en dus ware het wellicht toch beter geweest er even kort op in te gaan.

Het boek brengt wel iets bij. Niet alleen had ik van die Nyyazow nog nooit gehoord, maar ik wist evenmin dat Saddam Hussein vier romans plus andere literaire teksten geschreven had, of dat het literaire werk van Mussolini veel omvangrijker is dan ik gedacht had. Ik kende van hem enkel de keukenmeidenroman The cardinal’s mistress: die is nl. in het Engels vertaald en dus voor mij toegankelijk.

Het niveau van de verschillende opstellen is meestal hoog, wel academisch uiteraard, maar dat hoort erbij. Alleen het laatste, Slavoj Zizek die het over de poëzie van Karadzic heeft, valt tegen, omdat hij het amper over zijn onderwerp heeft.

Behalve het feit dat de inhoud van het boek niet beantwoordt aan de titel, vast het dus best wel mee.

Tenslotte nog even over het eerste hoofdstuk. Dat handelt nl. over Nero, bij wijze van entrée waarschijnlijk. Wat leer ik daaruit? Dat vooral het beeld van Nero dat in de loop der eeuwen, voornamelijk door de christenen, geschapen werd van hem zo’n door en door negatieve figuur maakte. In werkelijkheid had hij veel, veel minder doden op zijn geweten dan de meeste keizers voor hem of na hem, de eerste in de reeks, Augustus, op de eerste plaats. Misschien dat men binnen twee millennia ook anders zal aankijken tegen sommige van de hier behandelde figuren? In positieve of negatieve zin.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


3 × vier =