17.03.14 – Benno Barnard

| Geen reacties

Hij weer!

In zijn recentste boek, Dagboek van een landjonker (Atlas/Contact, Amsterdam, 2013) schrijft Barnard o. m. het volgende :

“Het gedrag van dat paartje de Beauvoir-Sartre tijdens de oorlog is bekend, hun collaboratie met Stalin eveneens (ik vereenvoudig).” (p. 311)

Heel de ideologische perfidie van Barnard komt in deze ultrakorte tekst tot uiting.

In het eerste deel van de zin suggereert hij, dat de Beauvoir en Sartre tijdens de oorlog gecollaboreerd zouden hebben. Maar hij is gewoonweg te laf om dat openlijk te zeggen, omdat iedereen die iets van Sartre afweet, inmiddels al in het lang en het breed heeft kunnen lezen dat dit rabiate onzin is. En het is ook zeer goed geweten van wie die onzin, die laster eigenlijk afkomstig is: het is een gerucht dat verspreid werd door de Franse KP, de PCF, en dat op niets gebaseerd was. Een voorbeeld dat door sommigen vaak werd aangehaald is het feit dat Sartre tijdens de bezetting zijn eerste toneelstuk, Les Mouches, liet opvoeren. Maar die ‘sommigen’ vergeten daarbij steeds twee zaken: ten eerste dat er in Frankrijk zoals in België een Militärverwaltung was, en niet zoals in Nederland een Zivilverwaltung. Dat zorgde er bv. ook voor dat bij ons Boon zijn eerste boeken ongehinderd kon publiceren. Boon zou dus ook een collaborateur geweest zijn. En ten tweede heeft Sartre de toestemming voor die opvoering gevraagd aan het CNE, dat die toelating ook onmiddellijk gegeven heeft. Dat zijn gewoon vaststaande feiten, waar ook Barnard van op de hoogte is.

De PCF was de meest geborneerde, geconstipeerde en gecrispeerde communistische partij in West-Europa, tot aan haar einde toe; ik denk dat Benno Barnard als een vis in het spreekwoordelijke water in die partij gepast zou hebben; ik zie hem al staan, tussen Kanapa en Garaudy, den volke kond te doen van de Universele Waarheid. Zelfs de extreemrechtse publicist Bernard-Henri Lévy – een duidelijke geestesgenoot van Barnard – (die, naar het schijnt, in Parijs ook wel ‘Le rossignol des charniers’ genoemd wordt) bakte het niet zo bruin in het boek dat hij ettelijke jaren geleden aan Sartre wijdde.

Het tweede deel van het zinnetje is explicieter, maar een even grote leugen als het eerste deel. Sartre was, samen met Merleau-Ponty, waarschijnlijk de eerste na de oorlog om het bestaan van kampen in de Sovjet-Unie aan te klagen, op het einde van de jaren veertig, in zijn tijdschrift Les Temps Modernes. Enkel van 1952 tot 1956 is hij een zgn. ‘compagnon de route’ geweest van de PCF, maar ook dan enkel op zijn eigen zeer kritische voorwaarden (lees ‘Les communistes et la paix’). En wat de communisten zelf van hem dachten? De officiële scribe van de Sovjet-Unie (zou hij op Benno Barnard geleken hebben?) noemde Sartre een ‘hyène à stylographe’. Verder verwijs ik nog naar de tekst ‘Le fântome de Staline’. Benno Barnard kan, tot bewijs van het tegendeel, lezen, ook Frans. Hij kan dus van alles wat ik hier zeg op de hoogte zijn.

mierEn dat is hij ook. Het kleine stukje tekst -2 woorden – tussen haakjes bewijst dat hij heel goed weet dat hij liegt en bedriegt. En dat hij niets meer doet dan ideologisch gif spuien tegen zijn vijanden: links en de islam, zoals zijn ideologische voorgangers in de jaren dertig links en de joden voortdurend op de korrel namen. Wezenlijk verschil is er niet.

Benno Barnard is een mier die tegen de schoenen van een reus pist. Uit rancune waarschijnlijk omdat hij die grootheid nooit zal kunnen bereiken.

***

De kwaliteit van een schrijver kan m.i. worden afgemeten aan passages over seks en de dood van geliefde personen. Seks komt in Barnards boek niet voor – gelukkig voor ons. Maar wel wijdt hij een passage aan de dood van zijn vader, de dichter Guillaume van der Graft.  Dat in die passage de omineuze figuur van Freilich optreedt, zegt natuurlijk ook wel iets over Barnard, maar doet er verder niet toe. Heel die passage is een beschamende mix van sentimentaliteit en pathetiek, en bewijst voor mij definitief dat Barnard wanneer het erop aankomt in zijn schrijven enkel blijk geeft van een verregaande mediocriteit. Lees dan Une mort très douce of La cérémonie des adieux van Simone de Beauvoir, respectievelijk over de dood van haar moeder en van Sartre. Barnard is zelfs geen mier meer, hij verdwijnt volledig in het niets.

Maar eigenlijk hoef je het zo ver niet te zoeken. Lees Oorlog en Terpentijn van Stefan Hertmans. Ook daarin komt een passage voor over de dood van zijn grootvader, de laatste bladzijden met name. Maar Hertmans is een schrijver, Barnard een Schreiberling.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


drie × 4 =