15.03.14 – Roggeman/Michiels

| Geen reacties

Twee readers gelezen de afgelopen dagen. Eentje over Ivo Michiels (Lars Bernaerts, Hans Vandevoorde en Bart Vervaeck (red.): Ivo Michiels intermediaal, Academia Press, Gent, 2012), en eentje over Willy Roggeman (Hans Demeyer, Carl De Strycker en Sven Vitse (red.): De ruimte van Roggeman, Academia Press, Gent, 2013). Beide schrijvers behoren van in mijn jeugd tot mijn lievelingsauteurs, waarvan ik dan ook alles gelezen heb.

roggemanDat betekent al onmiddellijk dat het moeilijk zal zijn iets nieuws te lezen te krijgen over beiden. Vooral voor het boek over Roggeman geldt dat. Waarschijnlijk heb ik hem in de loop der jaren te grondig gelezen om nog echt verrast te worden door nieuwe inzichten over zijn werk. Maar voor iemand die minder vertrouwd is met dat werk, kan dit boek een goede introductie zijn, ook al moet je er de zo typische academische stijl wel bijnemen. Hoe dan ook, is het goed dat er eindelijk eens een boek over Roggeman verschijnt. tenslotte is hij een van onze belangrijkste schrijvers, maar ook een van de meest verwaarloosde in de kritiek. Dat heeft er ook mee te maken natuurlijk dat het grootste deel van zijn werk onuitgegeven is. Dat is behoorlijk frustrerend voor liefhebbers van zijn oeuvre.

michielsHet boek over Michiels sprak me wel meer aan, zeer zeker het stuk van Vitse over Michiels en de moderne muziek. Voor zover ik het kan overzien is dat nieuw in de Michielsliteratuur. De verhouding van Michiels tot de plastische kunsten (Verheyen, Fontana…) en tot de film is daarentegen zeer wel bekend, maar toch weten de auteurs nieuwe accenten te leggen, bv. wanneer ze het hebben over Michiels als scenarioschrijver, of over zijn theaterteksten, die meestal onderdelen geworden zijn van Journal Brut.

Wat me wel stoort in deze en gelijkaardige boeken is de nadruk die soms gelegd wordt op theorievorming. Maar dat zal wel aan mij liggen. Ik heb een broertje dood aan literaire theorie, tenzij ze zeer duidelijk en zeer concreet wordt opgehangen aan specifieke werken. Anders verzandt het te snel en te vaak in hoogst abstract oeverloos gezeur, waar ik dan liefst heel snel overheen lees. Maar blijkbaar is dat in de huidige academisch-literaire wereld nodig. Ik lig er niet wakker van.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


2 × 2 =