Herlezen (7): Het Nibelungenlied

| Geen reacties

Vijftien of daaromtrent moet ik geweest zijn toen ik het Nibelungenlied voor het eerst las. Dat was de vertaling van Jan de Vries zoals die in twee deeltjes verschenen was in de reeks Klassieke Galerij van uitgeverij De Nederlandsche Boekhandel; een reeks waar ik heel veel aan gehad heb als tiener, omdat daarin eigenlijk de belangrijkste klassieke meesterwerken uit de wereldliteratuur in vertaling aanwezig waren, en die boekjes goedkoop waren. Over de kwaliteit van de vertalingen kon ik toen uiteraard niet oordelen; voor wat Grieks en Latijn betreft (zeer sterk aanwezig in die reeks) is dat nu trouwens nog zo.

Maar ook over het Nederlands kon ik niet oordelen toen. Alvorens ze definitief weg te doen, heb ik nog eens in de twee deeltjes gebladerd, en ik moet de nieuwste vertaler, Jaap van Vredendaal, gelijk geven: dit Nederlands is slecht, onnatuurlijk en onecht op vele plaatsen. En dat moet waarschijnlijk al zo geweest zijn in de jaren vijftig, toen ze verschenen.

Een tweede keer heb ik het gelezen als student, rond mijn twintigste dus. Een tweetalige uitgave, Middelhoogduits naast Nieuwhoogduits, in een voor de rest totaal onwetenschappelijke uitgave, zonder annotaties, zonder inleiding, enkel de twee teksten naast elkaar. Bedoeling van die lectuur zal wel eerder geweest zijn een beetje zicht te krijgen op het Middelhoogduits, dat we tenslotte in geen enkele cursus voorgeschoteld kregen, terwijl ik daar toch minstens noties van hebben wou (jaja, een goed studentje was hij, toch). Het begin, de eerste strofen dus van die oorspronkelijke versie heb ik overigens lang uit het hoofd gekend.

De eerste bekende strofe komt overigens in de nieuwe nederlandse vertaling (Nibelungenlied. Een middeleeuws epos over liefde en wraak. Uit het Middelhoogduits vertaald, geannoteerd en ingeleid door Jaap van Vredendaal. Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2011) niet voor. De vertaler gaat immers wetenschappelijk tewerk, en kiest voor éen van de drie bestaande handschriften van het epos. Die keuze verantwoordt hij trouwens grondig. Maar die eerste strofe komt daar dus niet in voor. Dodelijk is dat natuurlijk niet, al was het maar omdat hij ze zelf toch geeft, in zijn annotaties. Wat ik niet wist, is dat alle drie die handschriften gezamenlijk tot het officiële wereldcultuurerfgoed behoren. Dat gebeurt niet veel met handschriften, en is dus zeker een reden temeer om dit werk opnieuw in het Nederlands te vertalen en uit te geven.

Doordat ik mijn tweetalige uitgave nog bezit, kan ik de vertaling hier wel beoordelen. Maar meer dan één hoofdstuk heb ik niet naast elkaar gezet. Voor mij volstond dat alleszins. Er viel me vooreerst op dat het gekozen handschrift blijkbaar nog andere strofen ontbeert. Misschien is die tekst in de Tempel-Klassiker het iets uitgebreidere handschrift C? Bij gebrek aan enige uitleg, weet ik dat niet. Maar hoe dan ook, voor het overgrote deel komt de vertaling wel overeen met die tekst, en volgens mij blijft de vertaler dicht bij de tekst, maar zonder dat hij gewrongen gaat schrijven. Het Nederlands van van Vredendaal is modern, vlot, vloeiend, en het leest snel weg. De vertaler heeft daarbij niet geschroomd om ook enkele vervelende dingen van het oorspronkelijke over te nemen, met name de wel erg beperkte woordenschat. Hoe vaak het woord ‘held’ voorkomt heb ik niet geteld, maar er is amper een bladzijde zonder, en vaker komt het meermaals voor dan helemaal niet. Het heeft waarschijnlijk eerder te maken met onkunde van de oorspronkelijke dichter dan met opzet. In andere middelhoogduitse of middelnederlandse teksten immers is de woordenschat wel degelijk  rijker. De vertaler is er ook in geslaagd het heffingsvers (zes heffingen, drie per halfvers) degelijk over te brengen, zonder te veel nadrukkelijkheid.

Opvallend bij dit werk is weer de mentaliteit die erin doorschemert. Daar is op de eerste plaats de hevigheid van de gevoelens (door Huizinga bij het begin van zijn Herfsttij… terecht opgemerkt voor een iets latere periode), en het feit dat die van het ene ogenblik op het andere totaal kunnen omslaan. Ik denk dat wij dat niet meer kennen en kunnen (zodat je zou kunnen zeggen dat de mens als soort blijkbaar toch evolueert?). Wat wel nog steeds van deze (en van alle?) tijd is, is de nadruk die gelegd wordt op het bezit van luxegoederen, toentertijd vooral kleren, versierde zwaarden en schilden, en sieraden.

Om een verre wereld te leren kennen, maar die eens de onze was, en waar we in zekere zin nog steeds aan vast haken, is deze mooie, zeer leesbare vertaling zeker geschikt. Met een thriller kun je hem niet vergelijken, maar voor wie de moeite wil doen is dit lied zeker zo boeiend, en dat heeft veel te danken aan de soepele manier waarop van Vredendaal het Middelhoogduits heeft weten om te zetten in ongedwongen, moeiteloos Nederlands, dat mede de lectuur tot een belevenis maakt.

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


achttien + 14 =