Stammheim revisited

| Geen reacties

Zakelijk, nuchter, bijna volledig gericht op de feiten en niets dan de feiten, niet met een pen maar met het scheermes van Ockham geschreven, zonder emotie maar met een zeer sterke betrokkenheid geschreven, ingaand op alle relevante details zonder het algemene beeld ooit uit het oog te verliezen, vaststellen en zonder uit die vaststellingen conclusies, laat staan dwingende conclusies te trekken (dat moet de lezer zelf maar doen).

Zo zou ik de indruk willen omschrijven die het boek van Helge Lehmann, Die Todesnacht in Stammheim, eine Untersuchung. Indizienprozess gegen die staatsoffizielle Darstellung und  das Todesermittlungsverfahren (Pahl-Rugenstein Verlag, Bonn, 2011) op mij maakte. Waarbij ik nog toe moet voegen dat de lectuur liep als een trein. Ondanks of juist dankzij die nuchterheid?

De ondertitel zegt al waarover het gaat en wat de bedoeling is. De auteur dissecteert de gegevens betreffende de moord (dat zijn mijn woorden, de auteur zegt dat nooit expliciet) op Baader, Ensslin, Raspe en de moordpoging op Möller, zoals die naar voren werden gebracht in de officiële onderzoeksrapporten van de politie, en in een onderzoekscommissie van het landsparlement van Baden-Württemberg. De nadruk ligt daarbij op de fouten en de omissies in dat onderzoek, vooral het politieonderzoek, dat vanaf het allereerste begin slechts één enkele richting uitging: die van een vooropgestelde zelfmoord. Zelfs nog voor de dood officieel was vastgesteld, nog voor er één enkele onderzoeksdaad had plaatsgegrepen, laat staan een autopsie was uitgevoerd, werd vanuit officiële bronnen een kort maar krachtig persbericht de wereld ingestuurd: “Baader en Ensslin pleegden zelfmoord”. Vanaf dat ogenblik was al duidelijk dat geen enkele onderzoeksdaad zou kunnen volgen die ook maar vanuit de verste verte iets anders zou kunnen vooronderstellen.

Vandaar het belang van dit soort boeken: door enkel te focussen op het onderzoek, en dat haarfijn te ontleden en de tegenspraken erin bloot te leggen, bewijzen ze: 1) dat er onderzoeken niet werden uitgevoerd die onomstotelijk hadden kunnen bewijzen dat er inderdaad van zelfmoord sprake was; 2) dat vele cruciale vragen zelfs geen begin van antwoord kregen; 3) dat sommige officiële berichten en verklaringen quasi onmogelijk juist konden zijn; 4) dat sommige cruciale bewijsstukken naderhand ‘verdwenen’.

Om te bepalen of iemand zichzelf al dan niet opgehangen heeft, is er één test die overal ter wereld altijd gebruikt werd en wordt (ook in Duitsland), en die op een bijna absolute wijze uitsluitsel geeft: de histaminetest. Bij zelfdoding d.m.v. verhanging stapelt zich histamine op, op de plaatsen waar de strik rond de nek zit. Als iemand na zijn dood opgehangen wordt, gebeurt dat niet. Noch bij Ensslin,  noch daarvoor bij Meinhof (die ook verhangen werd teruggevonden) werd die test uitgevoerd. Men vraagt zich af waarom? Noch op de wapens waarmee Baader en Raspe zich door het hoofd zouden hebben geschoten, noch op het mes waarmee Möller zichzelf steken zou hebben toegebracht, werden vingerafdrukken teruggevonden. Hebben de zelfmoordenaars die na hun dood wellicht weggeveegd? Gelet op de drastische en vaak dagelijkse onderzoeken van de cellen en de inhoud ervan in de strengste en meest bewaakte gevangenis ter wereld, gelet op de metaaldetectoren overal in het gebouw waardoor meer dan eens bij toeschouwers verboden, maar niet gevaarlijke zaken werden ontdekt, is het onmogelijk dat wapens werden binnengesmokkeld en door de vier gevangenen verborgen in hun cellen. En er is spoor nr. 6 uit de cel van Baader. Dat spoor was cruciaal voor het vallen of bevestigen van de officiële stelling van zelfmoord. Het spoor werd wel ‘veilig gesteld’, maar heel snel, en tot op de dag van vandaag, bleek en blijkt het gewoonweg verdwenen te zijn, of onvindbaar.

Dat zijn slechts enkele voorbeelden. Het boek bevat er veel meer, waarbij opvalt dat de auteur niet nalaat sommige uitspraken van officiële instanties proefondervindelijk op hun consistentie en exactheid te beproeven. Zoals hij ook niet nalaat  gebruik te maken van alles wat sindsdien (we zijn toch veertig jaren verder) boven water kwam, geschreven werd, aan dossiers ter inzage werd vrijgegeven. Waarbij opgemerkt moet worden dat sommige dossiers nog altijd als zeer geheim achter slot en grendel moeten blijven, omdat ze de Duitse staat schade zouden kunnen toebrengen (officiële reden van afwijzing!).

Veel van wat Lehmann behandelt, kwam al eerder voor in het boek  Selbstmord oder Mord? Todesermittlungsverfahren Baader, Ensslin, Raspe (Neuer Malik Verlag, Kiel, 1988) van de advocaat Karl-Heinz Weidenhammer. Dat boek was zeker militanter, maar even duidelijk in zijn conclusies. Misschien ligt het verschil in de opleiding en het beroep van beiden: een advocaat is bij uitstek een geëngageerd mens, in welke richting dan ook, zeker als hij bij politieke processen betrokken is. Lehmann is daarentegen een IT-specialist, en vandaar wellicht zijn zakelijke aanpak. Dat ze beiden tot min of meer dezelfde conclusies komen, heeft dan ook eerder daarmee te maken, dat het onderzoek door de officiële diensten inderdaad extreem eenzijdig verliep – om niet meer te zeggen.

Weidenhammer had reeds een reeks officiële documenten als bijlage bij zijn boek meegegeven, Lehmann gaat in deze veel verder: hij voegt bij zijn boek een CD met massaal veel officiële en andere documenten, op de eerste plaats uiteraard die documenten waarop hij zijn onderzoek steunt. Dat stelt de lezer in staat zijn stellingen en uitspraken grotendeels te verifiëren, wat uiteraard voor de degelijkheid van zijn onderzoek pleit. Weidenhammer liet zijn boek volgen door een korte bijlage onder de titel “Wie es gewesen sein könnte”. Dat doet Lehmann niet, maar het spreekt vanzelf dat de lezer zelf, op basis van de hem verstrekte gegevens, hetzelfde scenario kan samenstellen. In hoeverre dat met de werkelijkheid overeenstemt, zal wel nooit met zekerheid achterhaald kunnen worden. Maar wat mij betreft is het wel het meest realistische scenario.

Maar waarom zouden geheime diensten dat doen?, zullen sommigen zich afvragen. Op de eerste plaats natuurlijk gewoon om linkse vijanden uit te schakelen, zeker in Duitsland, waar dat sinds de Wilhelminische tijd een traditie is. Maar in dit specifieke geval is er ook nog een specifieke reden: de BND (Bundesnachrichtendienst) wist perfect dat er na de dood van de drie of vier een golf van woede door niet georganiseerd links in Duitsland zou gaan, en dat de RAF daardoor wel wat rekruten zou winnen. Een gedroomd scenario om de eigen mannetjes naar binnen te sluizen en  ervoor te zorgen dat die verder het heft in handen zouden nemen. De zgn. ‘terroristen’ waren immers inderdaad vaak nog ontzettend naïef. Men mag er dan ook van uitgaan dat ten laatste vanaf kort na de dood van Baader, Ensslin, Raspe in Duitsland er geen enkele ‘linkse’ aanslag meer plaatsvond zonder directe betrokkenheid van de BND en andere diensten.

‘Die nötige Korrektur der herrschenden Meinung’, zo luidde de ondertitel van Bakker Schuts boek over het proces van Stammheim (Bakker Schut, Pieter H.:Stammheim. Der Prozeß gegen die Rote Armee Fraktion. [Die notwendige Korrektur der herrschenden Meinung], Kiel, Neuer Malik Verlag, 1986). Ook het boek van Helge Lehmann bevat zo’n noodzakelijke correcties. Als we weten wat de Bondsrepubliek Duitsland voorstelt,  hoe de cruciale diensten van politie, gerecht en geheime diensten werden (her)opgebouwd door oude en nieuwe nazi’s, dan weten we hoe nodig het is tegen die staat ten strijde te trekken. Wat hij op dit ogenblik bv. doet is hetzelfde wat hij in de eerste helft van de twintigste eeuw met militaire middelen geprobeerd heeft; alleen gebruikt hij nu economische en financiële middelen. Tot hij het nodig vindt waarschijnlijk nog eens naar das Militär te grijpen. Niet dat boeken als tegengewicht tegen dat soort imperialisme veel zullen uithalen, maar desondanks is het goed als om de zoveel tijd even herhaald wordt hoe misdadig en terroristisch die (en waarschijnlijk elke) staat is.

 

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


twee × 4 =