Herlezen (6): Stijn Streuvels

| 2 reacties

Enkel maar de novelle Het leven en de dood in de ast. Toevallig aanwezig in een oude bloemlezing.

Na de lectuur daarvan kun je enkel maar onmachtig en vol bewondering ja knikken, dat is het, zo moet een novelle geschreven worden, stilistisch, structureel en inhoudelijk.

Het gegeven is simpel: drie mannen werken in een ast, overzien hun leven, dromen, vertellen wat aan elkaar. Het begint ’s avonds en eindigt ’s morgens. Er komen mensen langs, en na iets meer dan de helft van het verhaal kruipt een zwerver binnen…om er te sterven. Van dit simpele en in wezen banale gegeven weet Streuvels een kosmisch gebeuren te maken, en een drama van universeel-menselijke afmetingen. Drama inderdaad, want structureel volgt de novelle drie sporen, waarvan de vertelde gebeurtenissen enkel de oppervlakte vormen, terwijl het belangrijkste structurele gegeven de verwijzing naar toneel is: de novelle kan gezien worden als een uitwerking van het Shakespeariaanse “All the world’s a stage/and all the men and women merely players” (uit: As you like it). Vanaf het begin tot het einde wordt dit thema gevarieerd, genoemd, uitgewerkt, maar zonder ooit te nadrukkelijk te worden. In combinatie met de evocatie van de natuurkrachten, de regen, de wind vooral, geeft dit een sterke indruk van de kleinheid, de nietswaardigheid van het menselijk gedoe, thema dat van de vroege tot de late Streuvels steeds terugkomt. Het Fatum wordt éénmaal bij name genoemd in het ‘stuk’, en dat is geen toeval, het is de regisseur op de achtergrond. Een derde spoor is het onbewuste van de mannen, dat zich uit doorheen hun dagdromen en echte dromen. Vooral hun vaak onbewuste wensen komen op die manier tot uiting. Eenmaal komt het woord ‘onderbewuste’ voor in de tekst, en dat is uiteraard geen toeval: Streuvels kende Freud.

En dat heb ik het nog niet gehad over de kracht van Streuvels’ taal, zowel de krachtige zinsbouw, die gekenmerkt wordt door nevenschikking, maar zonder voegwoorden, en daartussen soms ellipsen. Ook de aangepaste woordenschat, met altijd de juiste adjectieven, helpt om een indruk van snelheid en gejaagdheid te suggereren. De invloed van het West-Vlaams is voor mij geen bezwaar.

Tijdens de lectuur heb ik steeds moeten denken aan de meesterwerken van één auteur: Faulkner. Dezelfde snelle stijl, dezelfde primitieve, volkse figuren, dezelfde deernis vanwege de verteller, die bij geen van beiden echter expliciet uitgesproken wordt, dezelfde kracht, dezelfde grootheid en grootsheid van visie.

Stijn Streuvels – Bron: letterkundigmuseum.nl

In 2006 verscheen: De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 60 lange verhalen, samengesteld door Joost Zwagerman. Nog afgezien van de domheid die een onderscheid maakt tussen ‘Nederlands’ en ‘Vlaams’ (de in het Nederlands geschreven literatuur uit Vlaanderen behoort evenzeer tot de Nederlandse literatuur als de in het Nederlands geschreven literatuur uit Nederland: er is slechts één Nederlandse literatuur m.a.w., die literatuur die in het Nederlands (inbegrepen zelfs alle dialecten van het Nederlands) geschreven is), komt Streuvels in die bundel niet voor. Misschien kan Zwagerman niet lezen, of is hij te lui om enige inspanning te doen om zich over de minieme taalkundige moeilijkheden heen te zetten, ik weet het niet. Maar wat ik wel weet: deze bloemlezing, die wel twee ‘romans’ van Elsschot bevat, is in zekere zin typisch voor de barbaarse manier waarop de Nederlanden met hun literaire traditie omgaan. Er is daar een meesterwerk van wereldklasse, zonder enige twijfel, en de kletsmeiers willen het niet kennen.

Ook in een normale uitgave is de novelle overigens al lang niet meer in de boekhandel verkrijgbaar. Het letterenbeleid in deze contreien is inderdaad barbaars. Fransen, Duitsers en Engelsen zouden zich doodschamen als ze zo’n meesterwerk in huis hadden, en het zou zelfs maar korte tijd niet te verkrijgen zijn.

Ju, ju, ju, wat een grof volkje! Die Vlamen.

Delen:
Share

2 reacties

  1. Van de novelle ‘Het leven en de dood in de ast’ zijn onlangs drie vertalingen verschenen: ‘Die Wentelbaan’ (Afrikaans); ‘When the Wheel Turns its Circle’ (Engels) en ‘Vie et mort dans la sécherie’ (Frans).

    Informatie: http://www.unibook.com (zoek Omer Vandeputte)

  2. Hartelijk bedankt voor uw bericht. Het doet me plezier dat te vernemen. Buitenlands zijn er dus wel nog mensen die weten wat kwaliteit is.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


10 − 2 =