Herlezen (3)

| Geen reacties

Jeroen Brouwers stelt ergens dat het niet aan te raden is op latere leeftijd boeken of schrijvers te herlezen, die je in je jeugd sterk getroffen hebben, of waar je mee gedweept hebt zelfs. Zulke herlezing zou enkel maar tot ontgoocheling voeren, omdat je de fouten dan ziet die je als jongeman niet zag.

Mijns inziens is dat slechts gedeeltelijk waar.

De twee berichten over herlezingen, die ik kort geleden op deze site zette, tonen dat voor wat mij betreft toch aan. Ben ik dan nooit ontgoocheld bij herlezing van een geliefd boek of een geliefde schrijver?

Eigenlijk heb ik een dergelijke ontgoocheling inderdaad nog niet echt meegemaakt. Maar ik moet toegeven dat ik weinig herlees. Er zijn zoveel nieuwe boeken en auteurs, die vragen om gelezen te worden. Maar toch, de laatste jaren, vanaf vlak voor mijn zestigste tot nu, gebeurt het af en toe wel eens dat ik iets herlees.

Karel van de Woestijne

Van de Woestijne bv. Die las ik voor het eerst op de leeftijd van 14 à 15 jaar. De lyrische poëzie ben ik al die jaren door blijven lezen. Maar enkele jaren geleden herlas ik ook het volledige proza, en de volledige epische poëzie. Wat ik als puber voelde bij die lectuur voelde ik nu niet meer, dat klopt: de dweperige eerbied, de bewondering én verwondering tegenover deze kathedraal van taal. Want dat was van de Woestijne voor mij op de eerste plaats: taal. De zinsbouw, de woordenschat…het ging zo ver dat ik een schrift had, waarin ik probeerde zinnen à la manière de van de Woestijne te schrijven. Een goeie oefening zal het zeker wel geweest zijn.

Die gevoelens waren bij de tweede lezing weg. Maar dat heeft, bij nader inzien, niets te maken met de teksten van van de Woestijne, maar alles met het verschil tussen een vijftienjarige en een tweeënzestigjarige. Ik zag nog volledig wat mij toen zo had geraakt en aangesproken; er was geen direct aanvoelen meer van die grote taalrijkdom, maar wel een verdiept inzicht erin. Plus kwam er iets zeer belangrijks bij: ik begreep veel meer en beter waar van de Woestijne het over had. Een voorbeeld slechts: in de Goddelijke verbeeldingen wordt op een bepaald ogenblik verwezen naar allerlei hemelse engelenfiguren. In de aantekeningen achteraan het betreffende deel van de verzamelde werken wordt daarover gezwegen: waarschijnlijk konden de geleerde editeurs dat zelf niet thuisbrengen, evenmin als ik bij de eerste lectuur. Maar nu wist ik onmiddellijk dat van de Woestijne hier verwees naar een tekst van Pseudo-Dionysios de Areopagiet, nl. La hiérarchie céleste. En zo zijn er wel meer voorbeelden te vinden, zelfs in de epische poëzie. ‘Zelfs’, omdat ik die als uitgangspunt nam om al die Griekse toestanden op te zoeken, erover te lezen. Het moet mijn eerste kennismaking geweest zijn, denk ik, met de Grieks-Latijnse oudheid. Mijn eerste eigen pennenvruchten, in een schoolblaadje, ondertekende ik met de schuilnaam ‘Hector’. Sancta simplicitas!

Wat ik als tiener ook las, waren de boekjes uit de zgn. ‘Klassieke Galerij’ van Uitgeverij de Nederlandsche Boekhandel. Zo heb ik voor het eerst kennis gemaakt met Plato bv., en Aristoteles. Ik heb geprobeerd die beiden te herlezen, in latere uitgaven, maar dat is me niet gelukt: ik kon daar met de beste wil van de wereld niet meer inkomen. Shakespeare daarentegen heb ik wel volledig herlezen; de deeltjes in die ‘galerij’ waren de vertalingen van Willy Courteaux (en sommige deeltjes nog in de oude vertaling van Burgersdijk), die enkele jaren geleden in een cassette heruit werden gegeven. Eigenlijk had ik daar niet veel meer aan. Je kent Shakespeare uiteindelijk zo goed, ook als je hem niet voortdurend leest; er wordt immers voortdurend en overal naar verwezen. Hetzelfde geldt voor Kafka, die ik eveneens volledig herlas. Kafka sprak me vroeger niet aan (op Die Verwandlung na) en hij deed dat ook bij een tweede lectuur niet. Ik zie zeer goed het belang in van zijn werk, dat is het niet; maar het spreekt me zo weinig aan, zonder dat ik me wil afvragen hoe dat komt.

Volgend jaar, zo heb ik me voorgenomen, zal ik o.a. de volledige Brecht herlezen. Die leerde ik in 1967 kennen, via een cursus van Henri Plard, en in de jaren daarna heb ik hem volledig gelezen, zelfs over hem gepubliceerd. En zoals bij van de Woestijne: zijn gedichten ben ik blijven lezen (net zoals die van zijn tegenpool, Benn).

De leeftijd heeft er dus inderdaad voor gezorgd dat er iets fundamenteels bijgekomen is wanneer ik herlees: inzicht, zowel in taal en stijl, als in literaire en maatschappelijke achtergronden. Dat is op zichzelf al positief, zelfs wanneer je fouten ontdekt die je vroeger niet zag. Over het algemeen is een tweede lectuur dus rijker, in mijn geval toch.

 

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


acht + 16 =