Herlezen (1): Le Camp des Saints.

| Geen reacties

Wanneer ik het gelezen heb, weet ik niet meer. Waarschijnlijk nog in Brussel, voor 1979 dus, en stiekem, want boeken die voor fascistisch versleten werden, las je niet. En wat ik mij er nog van herinner: dat ik het stroef geschreven vond. En de inhoud uiteraard, de fabel, het verhaal.

Dat laatste is snel en eenvoudig samengevat: het gaat over een reeks amper zeewaardige boten, die vol sukkelaars uit Azië afvaren naar Europa en daar aanlanden op de Franse kunst. De opvarenden trekken, door niemand behalve enkele zonderlingen gehinderd, Frankrijk binnen. Het gemak waarmee dat gebeurt, wijt de verteller aan de humanitaire aard van de Franse politiek, die sinds lang ondermijnd zou zijn door allerlei ‘linkse’ dada’s, die ervoor zorgen dat ‘la race blanche’ in Frankrijk zich niet meer wil en kan verdedigen.

Naar aanleiding van een nieuwe uitgave, met een woord vooraf van de auteur, ‘Big Other’ getiteld, heb ik het boek herlezen.

Een fascistisch boek is het niet, vind ik, daarvoor is het veel te defaitistisch; en laten we niet vergeten dat uitingen van defaitisme in bepaalde fascistische regimes in sommige periodes met de doodstraf werden bestraft. Racistisch is het boek daarentegen wel degelijk; op de eerste plaats omdat de verteller het verhaal in een perspectief vertelt waarin rassen expliciet tegenover elkaar worden geplaatst: meermaals doorheen het ganse boek is er sprake van ‘la race blanche’, maar de andere rassen worden niet bij naam genoemd; de opvarenden van de boten worden wel op zo’n manier beschreven dat het denigrerende en inferieure ervan afdruipt. Enkel af en toe wordt op een andere huidskleur verwezen, zoals in deze fundamentele passage, die, steeds in de ogen van de verteller (die we echter in dit geval zonder meer mogen gelijkschakelen met de auteur, getuige het nieuwe woord vooraf en de vele interviews die Jean Raspail over het boek gaf), het dilemma samenvat waar Frankrijk voor staat als de boten arriveren:

“- Je le sais, monsieur le président. Mais c’est une conviction (de overtuiging dat een génocide zich opdringt – PB) que vous ne pourrez communiquer à personne, car personne n’est plus en état de la recevoir. Nous mourrons lentement, rongés de l’intérieur par des millions de microbes introduits dans notre corps. Cela durera longtemps. Sans souffrances apparentes. Il n’y aura pas de sang versé, là réside toute la différence. Mais il paraît qu’aux yeux des homuncules occidentaux, c’est devenu une question de morale et de dignité. Allez donc expliquer au peuple, à l’armée, sans compter l’opinion mondiale et la conscience universelle, qu’il faut le jour de Pâques, ou tout au moins le lundi, massacrer un million d’immigrants à peau noire si nous ne voulons pas mourir à notre tour, mais plus tard, beaucoup plus tard…” (pp. 258-259)

En even verder:

“- Qu’on les interne dans des camps ou que l’on essaye de les assimiler, le résultat sera le même : ils resteront. Et comme nous aurons ouvert notre porte et démontré notre faiblesse, d’autres viendront, puis d’autres encore, le processus est (sic – PB) déjà commencé…

– En effet, monsieur le président, ils viendront de toute façon.” (pp.259-260)

In deze korte passages is eigenlijk de basisstelling van het hele boek aanwezig: wij, Frankrijk (dat hier eigenlijk voor Europa staat) worden overspoeld door sukkelaars uit de derde wereld, die zo talrijk zullen worden dat ze de autochtonen niet enkel zullen verdringen, maar dat ze door metissage ervoor zullen zorgen dat er van een authentiek, zuiver blank ras hier geen sprake meer zal zijn. De ingrediënten zijn duidelijk: ‘peau noir’ is een pars pro toto dat eigenlijk mensen reduceert tot een uiterlijke verschijningsvorm, zoals dat bij racisme altijd het geval is, de verwijzing naar Pasen duidt het christelijke karakter van Europa/Frankrijk aan (de anderen, de allochtonen waren in de tijd toen het boek verscheen echter nog geen uitgesproken moslims!), en de constituent ‘des millions de microbes introduits dans notre corps’ zegt onuitgesproken wat er met die microben gebeuren moet. Microben maken ziek en moeten dus verwijderd worden.

Toen het boek in 1973 voor het eerst verscheen, zullen velen de schouders hebben opgehaald.  Een hyperbool, zullen literatuurliefhebbers gedacht hebben. En ze hadden natuurlijk gelijk. Maar is dat nu nog zo? Het spreekt vanzelf dat Raspail geen profetische gaven had; maar dat belet niet dat je kunt stellen dat de inhoud ervan op dit ogenblik in zekere zin bewaarheid wordt. Maar zelfs als je uit zou gaan van een uiterst scherpzinnig inzicht vanwege de auteur in de maatschappelijke evoluties, dan nog gebeurt dat op de eerste plaats niet letterlijk zoals in het boek beschreven staat, en op de tweede plaats (nog) niet in die mate.

Of toch?

In tegenstelling met vroeger vond ik het boek nu niet meer zo stroef geschreven, zonder echter tot de conclusie te komen dat Raspail een groot stilist zou zijn. Zijn Frans is eerder gewoon, zonder veel opsmuk, met af en toe een fout (zie hierboven), maar vooral valt de manier op waarop hij spanning weet te scheppen, en dat is mij vroeger, voor zover ik me herinner niet opgevallen: de verteller focust voortdurend vanuit een andere figuur, en zorgt zodoende niet alleen voor afwisseling, maar dringt bij de lezer ook voortdurend de vraag op hoe het zal aflopen, of het de opvarenden wel of niet zal lukken. Het boek is dus duidelijk beter dan mijn herinnering dacht. Duidelijk zal ook zijn, dat het een klassieke verhalende roman is, met een alwetende verteller, die alle touwtjes niet enkel in handen houdt, maar expliciet soms, maar meestal impliciet zijn eigen mening aan de lezer probeert op te dringen.

Het is dus duidelijk een roman à thèse: de boodschap is belangrijker dan de verpakking. Blijft de belangrijkste vraag: in hoeverre klopt die boodschap, en als ze klopt moet of kan daar iets aan gedaan worden? Het gaat inderdaad niet op dergelijke romans puur literair te beschouwen en te bespreken. De boodschap is zo indringend, dat ze, dat de auteur a.h.w. vraagt om daarop in te gaan.

De boodschap klopt volgens mij. Schaar ik mij met die bewering aan de kant van de Barnards en de Dewinters? Volgens mij niet. Balzac en Tolstoi bv. – om twee groten te noemen, wat literaire waarde betreft ver uitstijgend boven Raspail – waren zeer reactionaire schrijvers, maar in hun werk gaven ze bewust of onbewust de noodzakelijke evolutie van de geschiedenis weer. Dat is wat Raspail in dit boek ook doet.

Als we het fundamentele racisme en de fascistische kantjes even opzij plaatsen, dan blijkt het hele boek in het perspectief te staan van de strijd van het noorden (ook wel: het westen)  tegen het zuiden. En de auteur stelt: het zuiden zal het uiteindelijk halen. Vandaar zijn defaitisme, want hij staat aan de reactionaire, extreem-rechtse kant waar bij ons de Barnards en de Dewinters staan: aanhangers van het ‘Take up the white man’s burden’ en het ‘Onward Christian soldiers!’ (Kipling).

Ik ken twee opvattingen over geschiedenis, waarvan de aanhangers elkaar uitsluiten en uitkafferen, maar die elkaar in mijn ogen eerder aanvullen dan uitsluiten. Daar is vooreerst de opvatting van Marx en van de joodse en christelijke eschatologie: er is een voortdurende vooruitgang, die misschien even stil kan staan, maar nooit onderbroken: het rad van de geschiedenis gaat enkel vooruit, niemand kan het tegenhouden, laat staan terugdraaien. Dat laatste klopt volledig, en daarom zijn reactionairen als Barnard en Dewinter in feite ook zo belachelijk. Deze opvatting eindigt in een punt Omega (Teilhard de Chardin) of in een klasseloze maatschappij (Marx).

De andere opvatting is die van Toynbee en vooral Spengler: de geschiedenis is een aaneenschakeling van grote culturen, grote eenheden, die grote delen of, zoals nu de hele aarde overheersen, maar die onherroepelijk na een opgang en een bloeitijd een nedergang zullen kennen, en uiteindelijk zullen verdwijnen. Die culturen zijn ook geografisch wel omschreven, en nieuwe ‘Leitkulturen’ zullen op andere plaatsen van de planeet opstaan en zich ontwikkelen.

In dat perspectief moeten de politiek-economische evoluties van vandaag gezien worden, en dus ook het boek van Raspail.

Europa is sinds de ontdekking van de nieuwe wereld groot geworden door roof, plundering, genocide en alles wat daar verder zo nog bij hoort. Laten we bv. niet vergeten dat alleen al Belgie verantwoordelijk is voor de uitroeiing van de helft van de Congoleze bevolking; vermits daar geen mensen woonden, werden er nooit exacte tellingen uitgevoerd, maar men gaat ervan uit dat er een 10 miljoen werden afgemaakt, en dat dat ongeveer de helft van de bevolking was. De kolonisatie van de wereld buiten de Amerika’s kwam pas echt goed op gang nadat de Turken werden verslagen voor Wenen in het midden van de 17de eeuw. Dat proces ging door tot in het midden van de 20ste eeuw, want pas in de jaren vijftig van die eeuw kwam een eerste dekolonisatie op gang, eigenlijk die naam niet waardig, want meestal waren de staten uit het zuiden enkel in naam onafhankelijk, en ging de roof vrolijk verder. Genocides werden daarbij uitbesteed. Men liet de volkeren daar liefst elkaar afslachten, en als ze dat niet wilden werden wel corrupte marionetten gevonden om het vuile werk voor het noorden te doen. Maar met het wegvallen van het zgn. Oostblok, Sovjet-Unie op kop, is een nieuwe periode begonnen van herkolonisatie, ditmaal onder het mom van humanitaire acties, het verdrijven van dictatoren, het installeren van ‘democratie’ en meer van die onzin. Maar hier zal het noorden snel in een tang gepakt worden, want de oorlogen van de Nato zijn uiteraard plundertochten, de mensen in het zuiden zullen dat snel inzien, en er zal groeiend verzet ontstaan. Dat alles is een ontwikkeling die nog enkele eeuwen zal duren, maar uiteindelijk zal uitmonden in de neergang van het noorden/westen.

De Dom van Magdeburg

Sommige ideologische voorwendsels, met name van religieuze aard, die in de eerste kolonisatie nog schering en inslag waren, zijn inmiddels verdwenen: men gaat niet meer de christelijke beschaving verspreiden. Het christendom, dat eeuwenlang de ‘Leitkultur’ was in het noorden, is morsdood, niemand gelooft hier nog in maagden die kinderen baren en maagd blijven en dan ook nog in den vleze ten hemel stijgen.

Maar vele immigranten in het noorden geloven wel nog dat Mohammed met zijn paard inderdaad in den vleze ten hemel zou zijn gestegen.

Als een grote, overheersende cultuur verdwijnt, dan verdwijnt ook het cement dat die cultuur tesamen hield, in ons geval het christendom, in al zijn varianten. En multiculturaliteit, waar onze o zo progressieve jongens o zo hoog mee oplopen, is niet meer dan een wensdroom, een vaststelling die tot norm verheven werd. Omdat de ‘Leitkultur’ dood is, leven we inderdaad in een multicultuur. Maar ook dat zal niet duren. Vroeg of laat zal er een nieuwe ‘Leitkultur’ komen. En de kans is groot dat dat de islam zal zijn.

Een vergelijking met het Romeinse Rijk gaat hier, denk ik, wel degelijk op. Zoals wij niet meer in onze ‘normen en waarden’ geloven, zo deden ook de Romeinen dat op een bepaald ogenblik niet meer; dat geldt vooral voor hun godsdienst. Zoals wij waren de Romeinen technisch en militair de sterkste macht van de wereld, en zeer ver voor op alle anderen, maar zoals wij op dit ogenblik in Afghanistan konden de Romeinen op een bepaald ogenblik de vele veldtochten en oorlogen niet meer aan. Zoals bij ons sijpelden vanaf de eerste/tweede eeuw hoe langer hoe meer vreemdelingen het rijk binnen, die in het begin nog geassimileerd konden worden, maar hoe langer hoe minder. Hoe meer oorlogen de Romeinen voerden, des te meer vreemde volkeren terug probeerden te slaan, en het rijk binnenvielen, eerst nog op het eigen terrein of aan de grens, maar allengs dieper rijkinwaarts. Terzelfdertijd weigerden binnen in het rijk de christenen tribuut te betalen aan de keizer, en moesten hun religieus fanatisme in het begin bekopen met zware vervolgingen, die echter snel in aantal en omvang verminderden. Zoals wij was het Romeinse rijk zeer tolerant voor andere opvattingen en godsdiensten (de vervolging van de christenen is daarmee niet in tegenstrijd), zolang de politieke fundamenten van het rijk niet in vraag werden gesteld. En zo zijn er nog wel meer overeenkomsten.

Betekent dit dat de geschiedenis zich herhaalt? Helemaal niet. De geschiedenis herhaalt zich nooit. Maar dat belet niet dat er overeenkomsten kunnen zijn tussen verschillende periodes. En zoals de Romeinen uiteindelijk ten onder zijn gegaan aan hun binnenlandse en buitenlandse barbaren (‘barbaren’ wordt hier gebruikt in de klassieke betekenis van het woord), zo is de kans reëel dat ook het noorden uiteindelijk ten onder zal gaan aan haar binnenlandse en buitenlandse barbaren; en wie dat zijn hoef ik niet te herhalen. De invasies op Lampedusa en elders kunnen gerust gezien worden als een hedendaagse variant van de invallen van de Vandalen, de Longobarden enz.

Deze periode heeft in de geschiedenis van het Romeinse rijk ongeveer drie à vier eeuwen geduurd. Wanneer Osama bin Odoaker of Osama bin Alaric op Times Square of op Trafalgar Square zal staan, te paard of op een tank, dan zal deze periode in de geschiedenis van het noorden definitief afgesloten zijn.

Zal het inderdaad zo gebeuren? Dat weet ik niet, ik ben niet in het bezit van een kristallen bol, en ik kijk nooit in koffiedik. Maar ik weet wel zeker dat de toekomst nooit volledig onvoorspelbaar is. Integendeel. 

De Raspails, de Barnards, de Wildersen et tutti quanti hebben dus in zekere zin gelijk: er is een conflict aan de gang tussen het noorden en het zuiden van de planeet, en het noorden doet alles om de macht over het zuiden te behouden, want daar zijn de grondstoffen. En om die te behouden zijn miljoenen onschuldige doden niet te veel voor onze heersers. In dat conflict vertegenwoordigen de van Istendaels, de Van Rooys, de Beliëns enzoverder enzovoort de ideologische kant van het noorden. De stem van het zuiden wordt zelden of nooit gehoord. Deze ideologen van de plundering en de genocide misbruiken de rechten van de mens en het begrip democratie om de oorlogen van de VS, de Nato enz. te rechtvaardigen, terwijl die oorlogen enkel en alleen gevoerd worden om de economische belangen van het noorden te vrijwaren. Het is te belachelijk om los te lopen dat bv. de Nato ooit militair tussen zou komen om de ‘democratie’ (die nergens bestaat en nooit bestaan heeft) te verdedigen. Een gotspe zoals er geen tweede bestaat.En ter zelfdertijd maken zij de geesten hier rijp voor een zoveelste genocide, deze keer op de moslims die hier gevestigd zijn.

Het is een verdienste van het boek van Raspail dat hij ten minste het conflict juist gesitueerd heeft. Dat hij zich daarbij aan de kant van de uiteindelijke verliezers schaart, is zijn goed recht en zal hem, gelet op zijn leeftijd, wel door niemand ooit meer aangerekend worden.

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


4 + 7 =