Hélène Nolthenius

| Geen reacties

Tussen mijn vijftiende en mijn achttiende moet het geweest zijn dat ik Duecento van Hélène Nolthenius – wellicht haar bekendste boek, op de voet gevolgd door haar veel latere boek over het Gregoriaans – las. Het was één van die leeservaringen die zo intens zijn dat je ze enkel als tiener kunt beleven, en die je hele verdere leven lang blijven nazinderen. Waarschijnlijk is het mijn leraar Nederlands/Duits geweest die het mij gegeven heeft (zoals hij mij Celan heeft leren kennen).

Later heb ik ook de andere wetenschappelijke boeken van Nolthenius gelezen, tot en met haar boek over Sint Franciscus. Haar zuiver literaire werk, romans (detectives) en verhalen moet ik minstens gedeeltelijk eveneens gelezen hebben, maar vreemd genoeg herinner ik me daar amper iets van. Veel minder beklijvend?

En nu heb ik een boek over haar gelezen, van éen van haar leerlingen, haar laatste promovenda ook, en vriendin: Rede en vervoering. Hélène Nolthenius 1920-2000 (Uitgeverij Vantilt, Nijmegen, 2009) van Etty Mulder, die eerder ook al een liber amicorum voor haar samenstelde.

Het is een biografie, maar het is ook meer en minder dan dat.

Meer, omdat verschillende hoofdstukken, vooral op ’t eind, vooral focussen op bepaalde aspecten van het werk. Zo gaat het hoofdstuk ‘Sleutelteksten en analyses’ dieper in op het (mogelijke) autobiografische gehalte van sommige van haar romans en verhalen. En het hoofdstuk ‘Beschouwingen’ handelt over haar geschiedenisopvatting, en hoe die eigenlijk reeds zeer vroeg vooruitliep op bepaalde tendensen in de historiografie, die later met name in Frankrijk opgang zouden maken. Dit is natuurlijk een zeer interessant gegeven, en het had mijns inziens beter uitgewerkt mogen worden. Het is duidelijk dat Nolthenius zich niet bezig hield (of amper) met de theorie van de historiografie, maar dat het haar praktijk zelf was die van haar een voorloopster maakte.

Minder, omdat de grote biografische lijnen inderdaad worden uitgezet en uitgewerkt, maar nooit tot in de details zoals je van een ‘echte’ biografie zou verwachten. Maar misschien is dat niet nodig. Als lezer die geen vakgenoot, academicus of anderszins professioneel geïnteresseerde is, maar enkel een liefhebber van de persoon en het werk, heb ik uit dit boek heel wat bijgeleerd dat ik niet wist. Over de bijna directe invloed van de oorlog op haar manier van examen afnemen bv. Bij haar thuis werden joden verborgen, en op een bepaald ogenblik werd zij door de SD gevolgd, aangehouden en langdurig ondervraagd. Dat, plus het feit dat haar vader zich in haar plaats aanbood en ook effectief naar Dachau verkast werd (waar hij gelukkig levend vandaan kwam), moet ook voor zware schuldgevoelens gezorgd hebben. Waarover zij echter niet sprak. En waarover we dus verder ook niets vernemen.

Over haar korte verblijf binnen de CPN op het einde van de jaren dertig vernemen we trouwens ook weinig. Duidelijk is wel dat dit eerder een emotionele daad was dan een beredeneerde. Zou het kunnen dat zij Kautsky’s boek over de oorsprong van het Christendom gelezen had? Of andere dergelijke werken? Hoe dan ook, het pact tussen Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie leidde ertoe dat zij de partij weer verliet. Ook dat wijst erop dat deze stappen op het pad van de politiek alles met emotie te maken hadden.

Hetzelfde kan gezegd worden over haar bekering enkele jaren later tot het katholicisme. Daar gaat Mulder dieper op in. Het heeft ook wel langer en dieper doorgewerkt op de persoonlijkheid van Nolthenius dan de korte passage bij de CPN (passage die overigens ook al eerder ‘oerchristelijk’ dan communistisch was). Maar die overgang is eveneens nogal dubbelzinnig (en het feit dat zij zich na enkele jaren ook weer van de kerk afkeerde wijst daar ondubbelzinnig op), want niet enkel, en wellicht zelfs niet op de eerste plaats ingegeven door religieuze factoren, maar vooral door esthetische (muziek, architectuur van de kerk edm). Dat is geen toeval. De jezuiet en taalgeleerde Jacques van Ginneken publiceerde in 1927 (met latere drukken) een prachtig vormgegeven boekwerk (verlucht door Jan Toorop) Voordrachten over het katholicisme voor niet-katholieken. Dit boek is duidelijk apologetisch en bedoeld om te bekeren. Maar de nadruk in het hele omvangrijke boek ligt quasi volledig op de kunst en de literatuur van het katholicisme. Alsof dat de beste of sterkste argumenten waren om iemand over te halen de kerk te vervoegen. Het boek wordt niet vernoemd in Mulders werk, en we weten dus niet of de jonge Nolthenius het kende.

Na haar promotie werd zij dan hoogleraar in Utrecht, tot 1976. Ze was toen zesenvijftig en ging dus ettelijke jaren vroeger dan voorzien vrijwillig met emeritaat. De reden was haar onvrede met de zgn. ‘democratisering’ van de universiteiten. In haar afscheidsrede had ze het niet voor niets erover dat het woord ‘elitair’ een schuttingwoord geworden was. Terecht dat alles, denk ik na zoveel jaren. Wat men in de praktijk heeft toegepast onder het mom van ‘democratisering’ – niet alleen in Nederland overigens, maar ook hier – had immers niets daarmee te maken. Democratisering van de universiteit kan immers enkel betekenen dat aan iedereen, die de bekwaamheid daartoe heeft de kans geboden moet worden universitaire studies te doen, ongeacht afkomst, middelen enz.  Wat men in de plaats gedaan heeft, is het onderwijs zo sterk naar beneden toe nivelleren dat iedereen een universitair diploma kon behalen. Dat heeft uiteraard met enige democratie niks te maken, tenzij een slecht begrepen democratie. Overigens moet zij toch wel een geliefd hoogleraar geweest zijn, ook al had ze de naam heel streng te zijn. Door de studenten werd zij immers ‘Heleentje’ genoemd, wat toch een koosnaam is.

Rede en vervoering is m.i. een goed gekozen titel. Het wijst op een tegenstelling in haar persoonlijkheid die blijkbaar telkens weer het hoofd opstak: emotionele keuzes maken, maar tezelfdertijd zeer nauwgezet wetenschappelijk te werk gaan. Dat maakt overigens mede de charme van haar eersteling, en van het daarop volgende Renaissance in mei uit.  Ofschoon Nolthenius zelf veel later van oordeel was dat de eersteling die haar beroemd maakte ‘onwetenschappelijk’ was, klopt dat mijns inziens niet. Het hangt er uiteraard van af hoe je het begrip ‘wetenschappelijk’ definieert. Als dat gebruikt wordt als synoniem van ‘dor academisch’ dan klopt het wel, ja. Maar uit het hele boek blijkt dat het onderwerp zeer grondig bestudeerd werd, dat het vernieuwende inzichten brengt, de bronnen worden genoemd enz. Het beantwoordt aan alle criteria voor een wetenschappelijk werk. Tenzij de vervoering waarmee het geschreven werd natuurlijk (door haar veel later omschreven als ‘te romantisch’), dat paste en past niet in een academische context. Ten onrechte als men het mij vraagt. Het is juist door die schriftuur dat het boek zoveel lezers gevonden heeft. Voor wie het waarschijnlijk een even grote leesvreugde geweest is als voor mij.

“Fremd bin ich eingezogen,/fremd zieh’ ich wieder aus”, deze beginverzen van Müllers/Schuberts Die Winterreise worden doorheen het boek ettelijke malen aangehaald, alsof zij een soort kern, een levensmotto van Nolthenius zouden uitdrukken. Ik herken daarin ook een stuk van mezelf.

Het boek bevat ook, in bijlagen bij de hoofdstukken, interessante documenten: brieven uit 1946 bv., toen zij onderzoek deed in Italië (ga nooit naar de Bibliotheca Nazionale in Rome, ben ik geneigd te zeggen, tenzij het inmiddels erop verbeterd zou zijn), ook een belangrijk artikel, enkele vroege gedichten, en natuurlijk een uitgebreide fotokatern.

Etty Mulder was zoals gezegd een leerlinge en vriendin van Hélène Nolthenius. Ze haalt ook persoonlijke herinneringen op aan haar vriendin. Maar ze vervalt gelukkig nooit, op geen enkel ogenblik in enige vorm van hagiografie. Voor wie éen van de interessantste persoonlijkheden uit de Nederlandse muziek- en universitaire wereld van de tweede helft van de vorige eeuw wil leren kennen, is dit een verplicht boek.

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


acht + 10 =