Dit vuur tot grafiek stileren! Over de poëzie van Marcel Obiak

| Geen reacties

Het moet in 1967 of 1968 geweest zijn. Ik was op weg naar de bibliotheek (van de ULB) en kwam op de gang Freddi Smekens tegen, die een dun boek vasthield in een tamelijk ongewoon formaat. Myriorama, een dichtbundel van een dichter, Marcel Obiak, waar ik op dat ogenblik nog nooit van gehoord had.

Freddi was er enthousiast over, en wist dat enthousiasme zonder veel problemen op mij over te dragen, eerst uiteraard als nieuwsgierigheid, maar toen ik het boek eenmaal zelf had kunnen uitlenen en lezen, wist ik dat Freddi gelijk had gehad. Dit was poëzie die mij onmiddellijk aansprak. Het spreekt vanzelf dat ik veel ervan niet begreep – ik was slechts 18 à 19 en kwam uit een milieu waar poëzie niet tot de dagelijkse gespreksonderwerpen behoorde – maar dat hoefde niet. De eerste vonk was er. De gedichten sprongen over, spraken aan. De rest zou later wel volgen.

En inderdaad. In de jaren daarna ben ik alle gedichten van Obiak gaan lezen. Op dat ogenblik was naast de genoemde bundel enkel nog Kontrasten verschenen, zijn debuut. Het kwam er dus op aan de nieuwe bundels op te volgen.

Omdat we beiden op een bepaald ogenblik lid waren van de redactie van het tijdschrift Impuls kwamen we ook persoonlijk in contact. Uit die kennismaking vloeide een tekst voort van mijn hand over de poëzie van Obiak, die echter nooit gepubliceerd werd. Die tekst dateerde uit 1983 en vormt de basis voor dit boekje. Het is inderdaad zo, dat Obiak sinds ik die tekst schreef nog twee nieuwe bundels publiceerde. Met beide werd in deze nieuwe versie uiteraard rekening gehouden.

Ofschoon ik mij, gelet op de tijdsgeest, niet veel illusies maak over de impact van een opstel als dit, hoop ik toch dat het enkelen misschien kan aanzetten om het werk van Obiak in een bibliotheek of een antiquariaat te gaan vinden, en dat zij er hetzelfde aandachtige plezier aan zullen mogen beleven als ik.

Mijn dank gaat uit naar het poëziecentrum, waar een omvangrijke map met vaak elders niet bereikbare secundaire literatuur aanwezig is, en hulpvaardig personeel. Ik dank Clara Haesaert en Jeroen Brouwers voor de toestemming om enkele brieven uit het Manteau-archief in het AMVC-Letterenhuis te mogen inzien. En tevens dank ik de dichter zelf, die steeds bereid was op vragen te antwoorden.

Tenslotte vermeld ik nog Diana, die zoals steeds de grote en de kleine taalfouten uit de tekst heeft gehaald.

Het spreekt vanzelf dat ik alleen verantwoordelijk ben voor de uiteindelijke versie.

PB
Antwerpen, september 2008


Marcel Obiak bij de voorstelling van zijn
dichtbundel
Een eeuwig eind in boekhandel
’t Oneindig Verhaal in Sint-Niklaas
Foto: Diana van den Broek

Delen:

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


4 × 3 =