Cioran

| Geen reacties

Wanneer je het kleine bij zijn Cahiers horende boekje dat verleden jaar in oktober in boekvorm verscheen (Cahier de Talamanca, Mercure de France, Paris, 2008) erbij rekent, zijn er het afgelopen jaar niet minder dan vier boeken van Cioran verschenen. Niet slecht voor iemand die ondertussen toch al ettelijke jaren dood is.

Het belangrijkste van die vier is waarschijnlijk wel Transfiguration de la Roumanie (L’Herne, Paris, 2009), de enige tekst van de jonge Roemeen Cioran die nog niet in het Frans vertaald was. En zijn enige geschrift overigens, waarin hij een probleem op een systematische manier behandelt. Ofschoon…systematisch…behandelen…

Het boek is vooral een warhoofdig filosofisch brouwsel, dat enkel zo belangrijk is omdat het beter dan welke van zijn andere vroege teksten ook toont waar de Cioran die we kennen vandaan komt. En dat is van wel heel ver.

Het boek staat in het teken van twee begrippen: nationalisme en messianisme.  Een combinatie die in de jaren dertig uiteraard veelvuldig en overal in Europa voorkwam, en die soms wel heel explosief kon zijn.  Wie een beetje van Cioran afwist, wist uiteraard al lang dat hij in zijn jeugd fascist geweest was, en sympathisant van Le Capitaine en zijn groep, de IJzeren Garde (overigens ben je geneigd Cioran gelijk te geven als hij over de kleinheid van zijn vaderland kloeg: in Frankrijk had men tenslotte Le Maréchal en iets later Le Général). Maar in vergelijking met sommige anderen (ik denk bv. aan de pamfletten van Céline, die zijn bijna echt met vitriool geschreven) komt Cioran hier toch eerder mak over. Hij is inderdaad anti-joods (“Si j’étais juif, je me suiciderais tout de suite”, schrijft hij), maar hij gebruikt volgens de inleidster wel nooit de Roemeense equivalenten van de Franse woorden ‘youtre’ of ‘youpin’, zoals Céline dat bijna systematisch doet.

Maar het belangrijkste voor mij is natuurlijk de stijl. Het gebruik van veel te veel niet gedefinieerde filosofische begrippen, en de daaruit voortvloeiende vaagheid maken het boek eigenlijk onleesbaar. Je weet amper waarover het gaat, hier en daar blijft wel iets hangen wanneer het concreter wordt (als hij fascisme en communisme vergelijkt bv., en verder kijkt dan de oppervlakte; maar dergelijke concrete bemerkingen werkt hij dan weer niet uit; of wanneer hij het over de rol van het leger in een maatschappij heeft).

Enkel op het einde van het boek heb ik soms de indruk dat de stijl verandert, en dat je hier en daar al iets van de latere Cioran ontdekt, die van de aforismen, of van andere korte stukken, proza in elk geval waarin de formulering van zeer groot belang is. Uitspraken zoals: “Après chaque guerre, les hommes décident que c’est la dernière”, “Pour l’homme politique authentique, la morale est un luxe dangereux.”, “La force du droit est nulle face à la Force.”, “La musique orientale, ce sont des jérémiades dans un vide cosmique”, “La nature rend fou, de même que les hommes; la nature par son infini, les hommes par leur platitude.” Dit soort uitspraken bewijst dat de latere Cioran hier in nuce zeker al aanwezig is. Het racisme en het fascisme van deze jonge schrijver storen me niet, ik ben nu eenmaal niet politiek correct; de warhoofdigheid vind ik veel erger. Maar misschien is dat wel hetzelfde.

Een overgangstekst is De la France (L’Herne, Paris, 2009). Hij dateert uit 1941, en is dus geschreven toen Cioran al in Parijs verbleef. Hij is nog in het Roemeens geschreven, maar toont wel al aan hoe Cioran een nieuw vaderland zocht, en in Frankrijk ook vond. Een overgangstekst noem ik dit niet alleen daarom, maar vooral omdat Frankrijk (en andere gelijkaardige begrippen) hier nog al te duidelijk als een essentie opgevat wordt. Nu weet ik natuurlijk wel dat je niet zonder dergelijke veralgemeningen ( de Vlaming, de Waal en alle epitheta daarbij die men maar wil)kan, maar dat belet niet dat je je steeds ervan bewust moet blijven dat het inderdaad veralgemeningen zijn, en dat er geen etnische essenties zijn. Dit gezegd zijnde is het gewoon boeiend om lezen hoe Cioran tegen zijn nieuwe vaderland aankeek, en hoeveel er nog over is van zijn fascisme van voorheen in Roemenië. Amper iets dus. Formulering, stijl zijn in de plaats gekomen. Neem gewoon de eerste paragraaf al: “Je ne crois pas que je tiendrais aux Français s’ils ne s’étaient pas tant ennuyés au cours de leur histoire. Mais leur ennui est dépourvu d’infini. C’est l’ennui de la clarté. C’est la fatigue des choses comprises.” In deze tekst komt de nieuwe Cioran uit zijn ei gekropen, het is eigenlijk al meer dan een belofte, ook al zal die pas enkele jaren later, in 1949, met zijn eerste Franstalige boek, ten volle waar worden gemaakt.

En dan is er het 90ste Cahier de l’Herne, samengesteld door Laurence Tacou en Vincent Piednoir, meer dan vijfhonderd grote bladzijden aan Cioran gewijd. Het boek bevat teksten van hem (o.a. bijdragen die hij in het begin van de jaren dertig schreef vanuit Duitsland waar hij toen enige tijd verbleef) en over hem, herinneringen, essays, brieven, een uitgebreide bibliografie. Een Fundgrube kortom, zowel voor wie Cioran al goed kent, als voor wie hem wil leren kennen. Zelfs zijn dossier bij de ‘securitate’, de Roemeense geheime dienst, staat erin. Al was het maar om te bewijzen hoe amateuristisch die dienst was, en hoe oppervlakkig.

Het belang van Cioran kan echt niet overschat worden. Hij werd vaker vergeleken met Nietzsche, en terecht, want filosofisch, literair, stilistisch staat hij op dezelfde eenzame hoogte.  Maar hij gaat verder en dieper dan Nietzsche. Cioran hoeft de dood van God niet meer vast te stellen, zelfs de systemen die God in de twintigste eeuw vaak vervingen, laat hij voor wat ze zijn, nadat hij ze ontmaskerd heeft. Nietzsche was soms nog extatisch, en uitermate positief. Alsof hij na de dood van God een nieuwe mens ontwaarde, al dan niet een übermensch.  Niks daarvan bij Cioran. Die is de luciditeit zelve. Zo lucide dat er werkelijk niets meer overblijft. Alles, maar dan ook werkelijk alles heeft Cioran achter zich gelaten, en hij staat letterlijk met lege handen.

Maar waar hij wel schitterend mee kon schrijven

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


zeventien − acht =