Bukowina en Rimbaud Verlag

| 2 reacties

Wie het woord ‘Bukowina’  (Boekovina) hoort en een beetje op de hoogte is van Duitse literatuur, zal waarschijnlijk onmiddellijk aan Paul Celan denken.

Maar Paul Celan kwam niet uit het niets tevoorschijn uiteraard. Hij was enkel de bekendste vertegenwoordiger van een rijke, duitstalige, vaak joods gewortelde cultuur, die niet alleen in de Boekovina aanwezig was trouwens, maar ook in het iets verderop gelegen Galizien, waar o.a. Joseph Roth vandaan kwam. Die cultuur had een naam: Ostjudentum, en er bestaat een prachtig boek over: Die jüdische Welt von Gestern, Text- und Bild-Zeugnisse aus Mitteleuropa 1960-1938 (Herausgegeben von Rachel Salamander, Verlag Christian Brandstätter, Wien, 1990 – of het nog te krijgen is, weet ik niet) met naast de teksten 425 afbeeldingen uit alle deelgebieden van wat een ‘cultuur’ uitmaakt.

Ook wat de Boekovina alleen betreft, en dan nog meer bepaald de poëzie die daar geschreven werd in het Duits, was Paul Celan enkel de primus inter pares. Dat blijkt vooreerst uit een viertal bloemlezingen. De oudste dateert al uit 1991 en is deeltje 1097 van de beroemde Insel-Bücherei (Klaus Werner (Hg.): Fäden ins Nichts gespannt. Deutschsprachige Dichtung aus der Bukowina, Insel Verlag, Frankfurt am Main, 1991). Het boekje is uitverkocht, maar antiquarisch wel nog gemakkelijk te vinden.

Ook de tweede anthologie, en volgens mij de beste, is uitverkocht. Maar deze is zelfs antiquarisch amper nog te vinden: Amy Colin und Alfred Kittner: Versunkene Dichtung der Bukowina. Eine Anthologie deutschsprachiger Lyrik (Wilhelm Fink Verlag, München, 1994). Deze bloemlezing bevat het breedste en omvangrijkste overzicht, vanaf het begin van de 19de eeuw, terwijl de andere bloemlezingen zich beperken tot de twintigste eeuw. Het beeld wordt daardoor groter, het overzicht panoramischer, het wordt gemakkelijker de individuele dichters te evalueren en in hun context te plaatsen.

De derde anthologie heb ik nooit onder ogen gehad. Het betreft Die verlorene Harfe, eine Anthologie deutschsprachiger Lyrik aus der Bukowina, samengesteld, in het Oekraïens vertaald en uitgegeven door Peter Rychlo (Cernivci, 2002). Goede antiquaren wisten me te zeggen dat het geen zin had deze titel op een lijstje te zetten, omdat hij quasi nooit zou opduiken. Het is de enige tweetalige bloemlezing.

En dit jaar verscheen dan een vierde bloemlezing, iets minder omvangrijk dan die van Colin en Kittner, en ook beperkt tot de twintigste eeuw: Die Buche, eine Anthologie deutschsprachiger Judendichtung aus der Bukowina. De bloemlezing is samengesteld door Alfred Margul-Sperber, die in Roemenië – waar een zeer grote Duitstalige minderheid woonde, die eigen tijdschriften, dagbladen en uitgeverijen bezat – voor duitstalige kunstenaars een belangrijke mentor was, ook bv. van Paul Celan, die in deze bloemlezing nog als Paul Antschel (zijn echte naam) figureert. Hoe komt dat? De bloemlezing werd teruggevonden in de nalatenschap van Margul-Sperber, in verschillende versies, waarvan de oudste nog van voor de oorlog dateert, de tweede van na de oorlog. De eerste versie werd als uitgangspunt genomen, en aangevuld met die gedichten uit de tweede versie die in de eerste niet voorkwamen (vooral gedichten die tijdens en na de oorlog ontstonden, bv. van Paul Antschel/Celan). Het boek wordt aangevuld met een lang essay van Margul-Sperber over de Duitse poëzie in de Boekovina, en door een beperkt gehouden apparaat in de inleiding en de bibliografie. Het boek sluit af met een degelijk nawoord van twee van de editeurs, George Gutu en Peter Motzan (de derde editeur is Stefan Sienerth).

Deze vierde anthologie is een wetenschappelijke uitgave, die verscheen bij de IKGS Verlag in München (Institut für deutsche Kultur und Geschichte Südosteuropas e.V. an der Ludwig-Maximilians-Universität München), maar wordt (ook) verdeeld door de Rimbaud Verlag in Aken (www.rimbaud.de) waar echter enkel particulieren het kunnen bestellen.

Wie al is het maar één van deze anthologieën kan vastkrijgen en lezen, kan zich een zeer goed beeld vormen van de thema’s die een toch beperkte groep mensen op een beperkt oppervlak gedurende een beperkte tijd bezig hielden, en de poëtische vormen die zij daarvoor uitkozen. En voor poëzieliefhebbers in ’t algemeen, en liefhebbers van Paul Celan in ’t bijzonder zijn het verrijkende bloemlezingen, waar je lang in kunt bladeren en lezen, en steeds nieuwe dingen ontdekken.

De laatst genoemde bloemlezing wordt, zoals gezegd ook verdeeld door de Rimbaud Verlag in Aken. Aken is niet bepaald het belangrijkste uitgeverscentrum van Duitsland; dat zijn vooral Hamburg, Frankfurt en München; Berlijn komt pas daarna. In dat uitgeverslandschap neemt Rimbaud niettemin een zeer bijzondere en positieve plaats in, niet alleen door de prachtige vormgeving van sommige van zijn uitgaven, maar vooreerst door de aard van die uitgaven. Zo geven zij bv. de werken van Ernst Meister, Erich Arendt, Michael Guttenbrunner et tutti quanti uit, en daarnaast  twee reeksen Celan-Studien, etc. Maar in deze context wil ik het enkel hebben over een reeks die in 1994 startte onder de titel “Texte aus der Bukowina”, en die later “Texte aus der Bukowiner Literaturlandschaft” ging heten

(misschien in aansluiting op de ondertitel van een reader: Dietmar Goltschnigg/Anton Schwob (Hg.): Die Bukowina, Studien zu einer versunkenen Literaturlandschaft, Francke Verlag, Tübingen, 1990; geleidelijk is men in de Duitse secundaire literatuur inderdaad gaan spreken van een ‘Literaturlandschaft’ als men het over de Boekovina had; in 1994 was dat blijkbaar nog niet het geval; overigens kan ik deze reader aan iedereen aanraden die een eerste grondige inleiding tot de literatuur van de Boekovina en de achtergrond ervan wil lezen; hij bevat de opstellen van een colloquium dat in 1987 aan de universiteit van Graz plaatsvond)

en waarin inmiddels al 48 delen verschenen (eigenlijk al 52, maar drie ervan, waaronder voormelde anthologie Die Buche, zijn buiten reeks verschenen), terwijl het 49ste voor oktober gepland is.

Een goede introductie tot de reeks is een vijfde algemene anthologie: Bernhard Albers (Hg.): Blaueule Leid, Bukowina 1940-1944, die in 2003 als tiende deel van de reeks verscheen. Zoals de ondertitel al zegt, is het een beperkte bloemlezing, maar die wel de meest cruciale periode omspant, en die dichters en prozaïsten bevat, waarvan in de reeks ook nog afzonderlijke boeken verschijnen.

Dat zijn meestal gedichten, afzonderlijke bundels van Alfred Kittner, Immanuel Weissglas

(die een eigen versie geschreven had van de beroemde ‘Todesfuge’ van Celan, versie die voor het eerst bekend werd gemaakt door Barbara Wiedemann-Wolf in haar Antschel Paul – Paul Celan, Studien zum Frühwerk (Max Niemeyer Verlag, Tübingen, 1985); een dergelijke poëtische verwantschap bewijst op zich al hoe nauw de dichters in de Boekovina op elkaar betrokken waren, hoe ze dezelfde gevoeligheden deelden en vaak op eenzelfde of toch zeer sterk verwante manieren verwoordden)

Alfred Gong, Dusza Czara-Rosenkranz, Kubi Wohl en vele anderen. Naast die afzonderlijke bundels, verschenen in de reeks ook vele bloemlezingen uit het werk van individuele dichters, en van dichters als Manfred Winkler, Georg Drozdowski… zelfs min of meer volledige verzamelbundels.

Maar ook al ligt de nadruk op de poëzie, dan betekent dat niet dat er niet ook andere, belangrijke boeken in de reeks verschenen: zo de roman Nacht van de inmiddels beroemd geworden Edgar Hilsenrath. Of de herinneringen van de als roman- en verhalenschrijver bekende Gregor von Rezzori, die zich in deze Blumen im Schnee ontpopt als een rasstilist, die met een Franse helderheid schrijft. Hij is trouwens niet de enige die in deze reeks memoires publiceerde; ook  Moses Rosenkranz, Heinz Kehlmann, Elisabeth Axmann, Ilana Shmueli e.a. deden dat. Deze boeken behoren tot de interessantste, boeiendste en vaak aangrijpendste van de reeks. Het zijn nu allemaal oude mensen (voor zover ze überhaupt nog leven), die terugkeken op de tijd voor de recentste oorlog, toen de Boekovina voor velen van hen, ondanks de dreigingen in de verte, nog een positieve levensomgeving was.

In de recentste nummers is de uitgever ook begonnen met briefwisselingen te publiceren, en uiteraard verder gedichten en romans; deze laatste van prozaïsten die (nog) niet zo bekend zijn als Hilsenrath, maar wier werk alleszins even authentiek is, ik denk bv. aan Dorothea Sella, of Jacob Klein-Haparash.

Men heeft het al vaker gezegd: een dichter kan pas ‘groot’ genoemd worden vanaf het ogenblik dat een vergelijking met andere, mindere of soms grotere dichters mogelijk is. Iedereen is het er wel over eens dat Paul Celan de belangrijkste Duitse dichter is van na de recentste oorlog, waarvan het werk op eenzelfde eenzame hoogte geplaatst wordt als dat van Hölderlin, met wiens visionaire gestalte en vaak hermetische zegging het trouwens heel wat gemeen heeft. Ook het lot van beide dichters vertoont veel gemeenschappelijks. Welnu, om die grootheid van Celan echt te kunnen plaatsen en beargumenteren, is het noodzakelijk ook de dichters die in deze reeks uitgegeven zijn, te lezen. Dan begrijpt men niet alleen dat Celan afkomstig is uit een echt kultuur- en literatuur-landschap, maar ook hoe intens dat heeft ingewerkt, op de jonge en oudere Celan uiteraard, maar eveneens op die anderen, met allemaal hun eigen stem. De wisselwerking tussen de dichters onderling, tussen de dichters en hun stad (Czernowitz vooral) en hun streek, moet zeer sterk geweest zijn. En enkel op die manier is ook de grootheid van Paul Celan te verklaren.

Bernhard Albers, die de Rimbaud Verlag oprichtte, en voor zover ik goed ingelicht ben, nog steeds leidt, verdient een standbeeld omdat hij deze schrijvers, waarvan velen vergeten dreigden te worden, onder het stof vandaan heeft gehaald, en hen een nieuwe kans heeft gegeven. Ik heb eigenlijk maar één opmerking bij deze reeks: uniformiteit zou beter geweest zijn; nu hebben de delen verschillende afmetingen en soms verschillende omslagen. Een uniforme band, waardoor de delen van de reeks onmiddellijk op zouden zijn gevallen, zou er ook voor wat de uiterlijke vorm betreft, een voorbeeldige, bijna perfekte reeks van hebben gemaakt.

In het Nederlands is mij over deze streek, en de plaats daarin van zijn belangrijkste dichter, Celan, slechts één opstel bekend: het hoofdstuk ‘Een rabbi zonder baard (1920-1970)’ van Benno Barnard in diens boek Dichters van het Avondland (Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 2006, pp. 240-271). Het is een goed opstel, maar toch veel te beperkt, en te zeer gespitst op Celan zelf. Maar dat kon in het kader van dat boek wel niet anders, denk ik.

Delen:
Share

2 reacties

  1. RYCHLO, P.: Die verlorene Harfe. Eine Anthologie deutschsprachiger Lyrik aus der Bukowina. 2. erweiterte Auflage. Konzept, Übersetzung, Vorwort, biobibliografische Anmerkungen von Petro Rychlo. Zahublena arfa. Antolohija nimec’komovnoji poeziji Bukovyny. Dt./Ukr. parallel. Cernivci, Knyhy – XXI, 2008. ISBN 978-966-2147-37-7. Geb., 608 S., Fotos. , 26,00 Euro

    Anthologie “Die verlorene Harfe” repräsentiert deutschsprachige Dichtung der Bukowina in der Zwischenkriegszeit (1918-1940/44) sowie die poetische Schaffen ihrer Vertreter aus der Nachkriegszeit in der Diaspora. Das Buch enthält Gedichte von 24 Dichtern, die thematische, gattungsimmanente und formale Mannigfaltigkeit dieses versunkenen Atlantis bezeugen.

    Hier te bestellen: http://www.kubon-sagner.de/buch/neu/115_2009_01.html

  2. Het is inderdaad zoals Maurice zegt: het boek is in zijn tweede druk nog te krijgen bij Kubon & Sagner in München. Rachel Salamander, bij wier ‘Literaturhandlung’ ik het een goeie anderhalve maand geleden bestelde, liet mij weten dat het nergens meer te krijgen was. Gelet op het feit dat haar boekwinkel niet zo ver van het verdeelhuis Kubon & Sagner verwijderd ligt, en dat ook zij het boek daar moest halen, kan ik alleen maar concluderen dat dat een leugen was. Onbetrouwbaar dus, die ‘Literaturhandlung’.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


twintig + 13 =