Jeroen Brouwers en Thomas Bernhard

| Geen reacties

Jeroen BrouwersOm aan de weerzinwekkende vertoning die ‘verkiezingen’ heet te ontsnappen, vlucht ik meestal voor een korter of langer weekend naar het buitenland. Zo ook enkele weken geleden. In de boekhandels lag toen net een posthume uitgave van Thomas Bernard, Meine Preise (Suhrkamp Verlag, Frankfurt am Main, 2009). De titel deed me uiteraard onmiddelijk denken aan Jeroen Brouwers van wie iets eerder een boek verschenen was over hetzelfde, Sisyphus’ bakens, vloekschrift (= Feuilletons 8, Uitgeverij Noli me tangere, Zutendaal, onder protectoraat van Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 2009).

Er zijn veel overeenkomsten tussen beiden, maar ook veel verschillen. De laatste zijn trouwens het belangrijkst, vind ik, omdat ze met stijl te maken hebben. De overeenkomsten gaan tot in de kleinste details: Bernhard begint het verhaal over zijn eerste prijs (de Grillparzerpreis) met vestimentaire perikelen, met name het kopen van een daartoe geschikt pak. Ook bij Brouwers vinden we dat terug. Zoals geweten neemt Bernhard graag hoogwaardigheidsbekleders in het visier, net zoals Brouwers in zijn werk, hier is dat bij beiden een minister van kultuur. En uiteindelijk zijn beiden toch steeds weer bereid om de hen toegekende prijzen te aanvaarden, ondanks bezwaren van allerlei aard (geen van beiden is wat dat betreft echt te vergelijken met bv. Hermans). Maar Brouwers is veel milder in dit opzicht, wat Bernhard over zichzelf zegt zou Brouwers waarschijnlijk nooit zo scherp stellen: “Ich verachtete die, die die Preise gaben, aber ich wies die Preise nicht strikt zurück. Es war alles widerwärtig, aber am wiederwärtigsten empfand ich mich selbst. Ich hasste die Zeremonien, aber ich machte sie mit, ich hasste die Preisgeber, aber ich nahm ihre Geldsummen an.”

Bernhard is het vooral om de poen te doen, die hij nodig heeft, en hij komt daar ook voor uit. Ook Brouwers heeft de poen nodig, maar hij is een moralist, hij heeft ook nog principes, het cynisme van Bernhard kent hij niet.

Dat verschil komt uiteraard ook tot uiting in beider stijl.

Brouwers beeft van verontwaardiging, hij is duidelijk woedend en laat zijn razernij de vrije loop. Hetgeen niet betekent dat hij maar wat wauwelt en tiert – integendeel: de woede en de verontwaardiging van Brouwers, zijn liefdes en verachtingen zijn perfekt verwoord, en die verwoording – die op zich al een vorm van beheersing is – zorgt ervoor dat hetgeen gezegd wordt nog sterker overkomt en de lezer bijblijft.

Thomas Bernhard

Bernhard is daar gans anders: hij vertelt gewoon, op een eerder anekdotische wijze, over zaken die al heel ver in het verleden liggen. Zijn woordenschat blijft ook eenvoudig, maar adequaat. Zijn woede en verontwaardiging bevinden zich veel meer onderhuids, en treden op in de vorm van ironie (zelden), sarcasme en cynisme. Bij Brouwers schaterlach je, bij Bernhard glimlach je eerder. Brouwers is één brok emotie, gestileerde emotie uiteraard, maar toch. Bij Bernhard zijn het emoties uit het verleden die heropgeroepen worden. Brouwers is direct, Bernhard afstandelijk.

Ik zei daarnet dat Brouwers een moralist is. Inderdaad, zijn pamflet is ook gericht tegen een systeem, een establishment, tegen een literaire structuur, waar de Taalunie model voor staat. In dat opzicht lijdt Brouwers’ vloekschrift aan het euvel van Multatuli’s Max Havelaar: beide zijn zo pregnant en mooi geschreven, dat de boodschap zelf dreigt niet meer over te komen.

Daar is Bernhard weer anders: hij is zoals gezegd vooral anekdotisch, vertelt gewoon de belangrijkste wederwaardigheden bij elk van de hem toegekende prijzen, en laat het verder aan de lezer over conclusies te trekken. Bernard trekt niet meer ten strijde zoals Brouwers, uit heel de teneur van zijn proza voel je dat hij dat al heeft opgegeven, dat hij de zin ervan niet meer inziet. Dan Brouwers: die ziet de zinloosheid van zijn aanval ook wel in, maar kan het blijkbaar niet laten toch ten strijde te trekken. Dat zal wel een kwestie van karakter zijn.

Twee van de beste schrijvers en van de beste stilisten van Europa, die toevallig hetzelfde onderwerp behandelen. De lectuur van beide boeken is uiteraard een genot, dat ik iedereen kan aanraden.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


vijftien + tien =