Dementie

| 1 reactie

Over Walter JensOok nog gelezen tijdens mijn vlucht voor de verkiezingen: Demenz. Abschied von meinem Vater (Gütersloher Verlagshaus, Gütersloh, 2009) van Tilman Jens, zoon van Walter.

Van Walter Jens heb ik maar weinig gelezen: een anti-utopische roman, waarin het begrip ‘schuld’ een niet onbelangrijke rol speelt, Nein, die Welt der Angeklagten, en een wetenschappelijk essay, dat in zijn tijd belangrijk was en veel besproken werd, Statt einer Literaturgeschichte. Die beide las ik als student; daarna las ik enkel nog de beide essayboeken die hij samen met Hans Küng schreef, éen over literatuur en religie, en een ander over menswaardig sterven, zeg maar euthanasie. Ook al brachten zij terecht vele nuances aan, voor beiden, de katholieke en de protestantse gelovige, was het een pleidooi pro.

Dat laatste boek verscheen in 1995, en sindsdien verliepen vele jaren waarin Jens nog samen met zijn echtgenote enkele boeken schreef, en waarin hij genieten kon van zijn emeritaat.

Maar rond de millenniumwisseling begon bij Walter Jens dementie op te treden, en bleek hij aan de ziekte van Alzheimer te leiden. En daar gaat het boek van zijn zoon over. Hij beschrijft de ziektegeschiedenis, zoals hij dat heeft meegemaakt, betrokken uiteraard, maar ook met de nodige afstand, vermits hij niet meer thuis in Tübingen woonde. Maar ook overdrachtelijk schrijft de zoon met een mengsel van betrokkenheid en afstandelijkheid, zonder ooit toe te geven aan welke vorm van sentimentaliteit dan ook. Hardheid, zoals men dat (ten onrechte) aan Simone de Beauvoir verweet toen die de aftakeling van haar moeder beschreef in Une mort très douce, is bij Tilman Jens evenmin te vinden. Het boek is met liefde geschreven.

Het geval zelf verschilt uiteraard niet of amper van andere gevallen van alzheimer; het verschil is, dat we hier met een van de bekendste persoonlijkheden van Duitsland te maken hebben. Dat maakt het interessanter dan een doorsneegeval van een onbekende, ook al is er voor de rest, wat de kern van de zaak betreft, de ziekte en haar ontwikkeling, geen enkel verschil. Het heeft dan ook geen zin in te gaan op de beschrijving van het eerste optreden van de verschijnselen, de reacties van de echtgenote en anderen, die iets of nog verderaf stonden. Evenmin is er enig verschil wanneer de schrijver het over de opnames, de lafheid van de artsen (die geen diagnose durven meedelen, ofschoon ze ze moeten kennen) of de angsten van Walter Jens zelf heeft, die zeker in het begin nog lange periodes van luciditeit heeft.

Dat alles is normaal.

Maar in 2003 – Jens is dan nog meer lucide dan niet – wordt Walter Jens het slachtoffer van een meute hoernalistieke bloedhonden, de eeuwige Der Spiegel op kop. Die betichten hem ervan lid van de NSDAP geweest te zijn, en op het einde van de oorlog een artikel geschreven te hebben waarin hij het opneemt voor Blut-und-Boden-schrijvers als Kolbenheyer en tegen de decadente expressionisten. Ach, zeg je dan, laat de honden blaffen, de karavaan trekt wel voorbij.

Niet zo Walter Jens dus. Die trekt zich terug, weigert te antwoorden, loochent zelfs. Ik kan mij de schuldgevoelens die de man misschien zijn hele leven heeft meegedragen best inbeelden. Hij was een gelovige protestant, en dus zal zijn geweten hem vaak parten hebben gespeeld. Misschien verklaren die schuldgevoelens gedeeltelijk sommige van zijn latere gedragingen, bv. het verbergen bij hem thuis van Amerikaanse deserteurs, nog tijdens de laatste golfoorlog. Iedereen weet dat je Jens daarop moet afrekenen, en op zijn literaire werk, en niet op enkele stompzinnige en onbenullige jeugdzonden. De balans van zijn leven is voor het allerovergrootste deel positief geweest.

Waarom dan niet in die zin gereageerd? De beginnende alzheimer zal wel een rol hebben gespeeld, samen met de klassieke verdringing. Het is best mogelijk dat hij dus inderdaad van niks meer wist. De teneur van Tilmans boek is: die fascistoïde (hijzelf gebruikt dat woord niet!) pershetze heeft ervoor gezorgd dat de ziekte van zijn vader in een stroomversnelling is geraakt, en dat zijn geheugen na die affaire sneller en sneller begon af te takelen. Dat is uiteraard best denkbaar en ook mogelijk. Alleen valt het causale verband jammer genoeg niet te bewijzen, zodat je ook onmogelijk de hyena’s van de pers voor het gerecht kunt dagen. Voor zover dat al überhaupt iets oplost -vooral in Duitsland.

Uiteindelijk heeft Walter Jens een privéverpleegster gekregen, die zich volledig met hem bezig houdt, wandelingen met hem maakt, hem meeneemt naar het boerenhof waarvan zijn afkomstig is en dat nog door haar familie wordt uitgebaat. Ontroerend is het te lezen hoe de oude man die nooit iets van dieren moest hebben, blij is als een kind als hij samen met zijn verpleegster de dieren op het hof kan voederen, of hoe hij probeert woordjes te spellen.

Walter Jens had, mede door het grote succes van zijn laatste publicaties over familie Mann, veel geld, en kon zich dus een privéverpleegster veroorloven. Dat is in Duitsland zoals hier een absolute uitzondering. Nochtans, zo stelt Tilman Jens volkomen terecht, is dat de enige manier om demente bejaarden te verzorgen, want dan alleen kunnen hun angsten voor een groot deel weggenomen worden.

Maar kom daar maar eens om bij ons politicaille; als de banken geld nodig hebben, dan vinden ze het altijd; als de Amerikanen weer eens een derdewereldland naar het stenen tijdperk willen bombarderen en daarvoor niet genoeg middelen hebben, dan kunnen onmiddellijk miljoenen vrijgemaakt worden. Maar als het erop aankomt mensen te helpen? Ho maar, dan is er plotseling geen geld, dan moet er bespaard worden, dan kunnen de dames en heren ministers niks doen. Jammer, zeggen ze, maar helaas. Terwijl er geld genoeg is. Je moet alleen politici hebben die de moed hebben om de juiste keuzes te maken. En dat soort politici moet jammer genoeg nog geboren worden.

°°°

Mijn beide grootvaders zijn dement geworden, na hun 85ste en maar voor korte tijd gelukkig. Minstens éen werd daarbij agressief, van de andere weet ik het niet (meer).

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Eén reactie

  1. Heer Peter, uw teksten boeien me zeer; bedankt voor het vrij aanbieden ervan. We hebben elkaar lang geleden nog ontmoet: VUB, Handen, Celbeton, Honky Tonk, Dendermonde. Vriendelijke groet, fernand, (bereikbaar via http://www.hetzinkendschip.web-log.nl of http://www.inballingschap.web-log.nl)

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


twee × 4 =