Het Vlaemsche peil, of: een veest in een glas brak water

| 1 reactie

Im Dunkeln sieht der tief gelehrte Mann
Minervens Eule für Minerven an.

Toen ik mijn legerdienst deed, kon ik voor de ‘break’ in de mess van de officieren terecht, maar wel voordat die heren zelf hun ‘break’ hielden. Toch zat daar op een bepaald ogenblik een luitenant die een gesprek met mij wou beginnen, waarbij hij mij aansprak met ‘Wij, intellectuelen…’. Ik gruwde, ik wist van (plaatsvervangende?) schaamte niet waar ik moest kruipen.

En ofschoon ik steeds een bewonderaar geweest en gebleven ben van Sartre, dus ook van zijn Plaidoyer pour les intellectuels, zou ik mezelf nooit zo betitelen. Al was het maar omdat ik zodoende in het gezelschap terecht zou komen van het ondraaglijk onwelriekende zootje, dat dezer dagen weer een polemiek gestart is op z’n Vlaemsch.

Wat is er aan de hand? Koen Dillen schreef onder schuilnaam een boek over François Mitterrand, dat overal vol lof besproken werd. Blijkbaar omdat die wierookzwaaiers niet wisten dat Koen Dillen de auteur was.

Gevolg: een Open Brief in De Standaard, ondertekend door 36 Vlaemsche intellectuelen, en waarin gesteld wordt dat Dillen het slachtoffer zou zijn van feitelijke censuur, ten eerste omdat hij onder pseudoniem moet schrijven, ten tweede omdat boekhandels, met name De Groene Waterman in Antwerpen, zijn boek uit de rekken gehaald zouden hebben toen bleek dat Dillen de auteur ervan was.

Het is best een hilarisch stuk, die Open Brief, waarbij je je vooral afvraagt hoe dom en onbenullig je moet zijn om Vlaemsch intellectueel genoemd te mogen worden. Op de eerste plaats weten die heren en dames niet wat censuur is. Noch de staat, noch een rechtbank, noch een partij, een lobby, een groepering, een individu of wat dan ook heeft in het boek van Dillen ook maar één jota geschrapt, het drukken of verspreiden of verkopen ervan verboden of laten verbieden. Dat is censuur, dat is niet gebeurd, en dus is er geen sprake van censuur.

Volgens de gegevens die de auteurs van de Open Brief vermelden zou er hoogstens sprake kunnen zijn van een boycot. Maar zelfs dat is niet het geval. Toen ik verleden week in De Groene Waterman was, was er zelfs een exemplaar aanwezig.

Volgens de Open Brief komt echter het feit dat het boek enkel ‘op bestelling’ te krijgen is neer op censuur c.q. boycot. Van een stompzinnige redenering gesproken. Van de tien boeken die ik aankoop, moet ik er zeven à acht bestellen, omdat ze in de boekhandel niet op voorraad zijn. Is natuurlijk mijn eigen schuld. Ik moet maar niet zo’n moeilijke en weinig gevraagde boeken lezen, maar me houden aan de lijstjes in de snertpers waar ook de Vlaemsche Open Brief-schrijvers bij tijd en wijle hun keuteltjes kwijt kunnen.

Om te bewijzen hoe onzinnig hun redenering is, nam ik drie boekjes van éen van hen uit de rekken, en die liggen terwijl ik dit schrijf, naast me: Antwerpse gedichten, Lucifer en Sulamiet, een toneelstuk, een dichtbundeltje en een gedicht van Benno Barnard, de eerste twee uit 2001, het derde uit 2004, alle drie uitgegeven door de onvolprezen Carbolineum Pers, geen van de drie te krijgen in welke boekhandel dan ook, ook niet vlak na verschijnen, en alle drie al evenmin bestelbaar in een boekhandel, nu niet en niet bij verschijnen. Volgens de redenering van de 36 Vlaemsche ‘opiniemakers’ was Barnard dus duidelijk het slachtoffer van censuur c.q. boycot wat alvast deze drie publicaties betreft. (Overigens, ook de uitgaven van de Avalon Pers, van de Atalanta Pers, van In de Bonnefant enzoverder enzovoort zijn in de boekhandel niet aanwezig en waarschijnlijk evenmin bestelbaar, zeker hier in Vlaanderen niet.)

In hun open brief breken de Vlaemsche intellectuelen ook een lans voor de “vrije verkoop van Filip Dewinters pamflet Inch’ Allah“. Ook dit is weer totale onzin, want ook dit boek mag vrij verkocht worden, en is niet aan enige censuur onderhevig geweest totnogtoe. Maar in tegenstelling tot het boek van Dillen is dit inderdaad wel het voorwerp van een boycot. Maar in tegenstelling tot bv. sommige boeken van Garaudy in Frankrijk moet het niet sous le manteau verkocht worden. Er is vrij gemakkelijk aan te komen, en als Barnard beweert dat hij het door die boycot niet heeft kunnen lezen, liegt Barnard gewoon.

En so what wat die boycot betreft ? Sinds wanneer is het verboden iets te boycotten, of althans dat te proberen, of het nou boeken zijn of iets anders. Een boycot is alles behalve een boekverbranding. De boycot van Zuid-Afrika indertijd, was dat dan ook not done? Had dat ook verboden moeten worden? Er waren er inderdaad die zo dachten, nl. de leden van de Zuid-Afrikaanse lobbyclub Protea. Zoals nu de poging tot boycot van de nazionistische entiteit wordt tegengewerkt en tegengegaan door allerlei aanhangers en vrienden van diezelfde entiteit.

Door tegen een boycot van Dewinters boek te pleiten, scharen de Vlaemsche ‘opniemakers’ die die Open Brief ondertekenden (wie schreef die brief eigenlijk? zouden we dat ook mogen weten?) zich, of ze dat nou willen of niet, de facto achter De Winter en zijn partij, ze steunen die partij, ook al beweren ze honderd keer dat dat hun bedoeling niet is. Pleiten voor een grote verspreiding (want daar komt het op neer: de verkoop ervan is al vrij, maar het wordt in hun ogen niet voldoende verspreid, niet genoeg mensen kunnen kennis nemen van De Winters propaganda) is pleiten voor de verspreiding van een bepaald gedachtegoed, hoe je dat verder ook draait of keert. Ofwel deze Vlaemsche intellectuelen zijn de o zo typische nuttige idioten in dienst van het Vlaams Belang, ofwel ze hanteren bewust een dubbele en dubbelzinnige agenda. Van sommigen van de ondertekenaars ben ik alvast zeker dat het laatste het geval is.

Overigens ben ik van oordeel dat het het goed recht is van deze mensen om zich tegen een boycot uit te spreken, net zoals dat het goed recht was c.q. is van de Zuid-Afrikaanse en nazionistische lobby’s. Maar dat ze dan ten minste de moed hebben om voor hun mening uit te komen, en zich ook openlijk achter De Winter c.s. te scharen. Nu tonen ze enkel maar lafheid.

000

Ook in de opiniestukken van respectievelijk Benno Barnard in Knack en van Johan – krankjorum – Sanctorum op zijn blog zitten er heel wat verborgen addertjes onder het gras.

Laat me beginnen met de hierboven reeds genoemde Barnard, in eigen ogen wellicht wel de grootste en belangrijkste der Vlaemsche intellectuelen. In diens stuk in Knack komt meer dan één onuitgesproken aap uit de mouw.

Vooreerst verwijst Barnard naar de Engelse kruidenier à la Thatcher, Karl Popper. Daarbij zegt Barnard uiteraard niet dat deze man staat voor een ver doorgedreven liberalisme in alle opzichten, zozeer zelfs dat de, wat het sociaal-economische aspect betreft, sterk op elkaar gelijkende programma’s van Vlaams Belang, Lijst Dedecker en VLD gerust veel van hun inspiratie bij deze heer kunnen vinden. Barnard c.s. zullen zeggen dat het hen over cultuur gaat. Maar in deze context is elk cultureel discours een ideologisch discours waarachter, hoe je het ook draait of keert, een sociaal-economisch discours verborgen zit, dat zeer concrete machtsbelangen moet omfloersen en beschermen. Barnard verdedigt dus in laatste instantie een extreem liberalisme, dat in de huidige politieke en sociale context vaker extreem-rechts is dan iets anders, en dat in elk geval neerkomt op het recht van de sterkste.

Barnard aanvaardt blijkbaar maar één criterium op basis waarvan een boek gebeurlijk wel gecensureerd c.q. geboycot zou kunnen worden: als het oproept tot geweld. Ook hier zit weer een giftige adder in het gras. Immers: wat is ‘oproepen tot geweld’? Wanneer Marx zegt: ‘Het geweld is de vroedvrouw van de geschiedenis’, is dat dan een oproep tot geweld? Sommige ‘linkse’ groepen, al dan niet politiek en logistiek geruggesteund door geheime diensten, hebben dat in het verleden al zo geïnterpreteerd. Marx verbieden dus maar? En tezelfdertijd iedereen die het lef heeft zich ‘marxistisch’ te noemen, of gewoon maar naar Marx te verwijzen op een positieve manier? Onder de lijst van ondertekenaren van de Open Brief staan er in elk geval wel enkele waarvan ik quasi zeker ben dat ze dat wel zouden doen.

En dat het boek van De Winter niet oproept tot geweld? Spreekt dat niet vanzelf?! Het Vlaams Blok werd tenslotte veroordeeld, inderdaad in een politiek proces, en moet dus elk woord dat ze publiceren tien keer omdraaien. Met andere woorden: ze moeten, of ze dat nou willen of niet, of ze dat nou leuk vinden of niet, aan zelf-censuur doen. Omdat de eerste praatbarak van dit land nu eenmaal wetten heeft gestemd die bepaalde meningen verbieden, met name sommige meningen van het Vlaams Blok (maar die je evengoed elders tegenkomt, bij de sp bv.), of toch minstens van sommige vooraanstaande leden daarvan. Als men tegen (zelf)censuur is, dan moet men die wetten aanpakken, dan zou men pas consequent zijn. Maar ook hier tonen ze zich weer wat ze zijn: laffe intellectuele keffertjes.

Tenslotte de derde aap: Barnard is het wezenlijk eens met De Winters houding tegenover en kritiek op ‘de islam’. Dit laatste citaat zegt al genoeg. Als je maar iets van deze godsdienst afweet, dan weet je ook dat er, in tegenstelling tot Rome, geen centraal gezag is in de Islam (net zomin trouwens als bij de protestanten – is Barnard zijn afkomst vergeten?) en dat op basis van de koran en de hadiths in feite iedereen om het even wat kan beweren binnen die godsdienst. Wat uiteindelijk ‘waarheid’ wordt, hangt daarbij van pure machtsverhoudingen af en van anders niets.

Over ‘de’ islam spreken is dus klinkklare onzin. Overigens doet Barnard hiermee vrolijk mee met de overgrote meute van niet alleen Vlaemsche maar ook andere intellectuelen: het scheppen van een mentaliteit waarin de islam de absolute boosdoener is, het Absolute Kwaad, zoals de joden in de 19de eeuw en tot in de jaren veertig van de 20ste eeuw. Het atavisme waarop dit kan gedijen in het westen is minstens zo diep verankerd als de jodenhaat voorheen.

De islam belegert ons niet, voert geen oorlog tegen het westen, integendeel. Er wordt steeds gesteld dat er een oorlog bezig zou zijn tegen het terrorisme, waarbij terrorisme bijna steeds gelijkgesteld wordt met islam, maar in feite is er een terroristische oorlog bezig van het westen tegen de derde wereld, om economische rijkdommen en belangen, en dan vooral tegen landen waar inderdaad de een of andere vorm van islam gepraktizeerd wordt. En als die oorlog escaleren zou, en het westen nederlagen zou gaan lijden en de bevolking hier er direct zeer scherpe gevolgen van zou ondervinden, dan is de mentaliteit in elk geval al gezaaid die tot de zoveelste genocide door het blanke westen zou voeren.

Misschien zouden onze intellectueeltjes Frantz Fanon eens kunnen (her)lezen, dan zouden ze alleszins te weten kunnen komen in welk historisch perspectief ze de gebeurtenissen, ook die van vandaag nog, moeten plaatsen. De uitdrukking ‘derde wereld’ wordt weliswaar amper nog gebruikt, maar de werkelijkheid van plundering, roof, uitbuiting, ethnische zuiveringen enz. voelen ze daar nog even goed en even hard als toen Fanon nog leefde. Of ze kunnen bv. La férocité blanche, des non-blancs aux non-aryens, génocides occultés de 1492 à nos jours van Rosa Amelia Plumelle-Uribe (Albin Michel, 2001) eens lezen. Maar ik hoor onze intellectueeltjes nu al roepen en tieren, want wat durft deze madam (die ik duizend maal hoger acht dan alle Vlaemsche intellectueeltjes bij elkaar): ze ziet één lijn van de uitroeiing van ganse inheemse volkerendoor Europese kolonisten naar de judéocide van de nazi’s, vergelijkt deze laatste dus met andere genocides, plaats ze zodoende in een juist historisch kader en, inderdaad, relativeert ze zodoende. Als dat geen antisemitisme is. Op de brandstapel met deze verlepte roos!

En dan Sanctorum krankjorum. Hij wordt vaak letterlijk herhaald door Barnard (gezamenlijk masturberen is altijd fijner dan je in je eentje zitten af te rukken), dus kan ik korter zijn wat hem betreft. Hij zegt dat het boek van Dillen niet zou zijn uitgegeven onder de eigen naam van de auteur, of in elk geval geen enkele aandacht zou hebben gekregen. Een bewijs daarvoor geeft hij niet, en het valt ook niet te bewijzen. Maar als het zo zou zijn, is dat fout: een boek moet op eigen mérites beoordeeld worden, en niet op basis van het vel, de kleur van de ogen, de grootte of weet ik veel wat van de auteur.

Sanctorum heeft blijkbaar iets tegen stalinisten en jacobijnen. De belediging aan het adres van Jos Geysels, die een stalinist genoemd wordt, is eigenlijk een dubbele belediging: enerzijds inderdaad aan het adres van Geysels die volgens geen enkel objectief of subjectief criterium een stalinist is, maar anderzijds ook aan het adres van mensen die ‘stalinist’ als een eretitel beschouwen en dus niet willen dat een man die zoals de meeste groenen steeds vooral de eigen carrière voor ogen heeft gehad (in Duitsland met een verachtelijk Arschloch als Joshka Fischer is dat overigens nog veel duidelijker dan hier), met een door hen geliefde figuur vereenzelvigd wordt.

Het enige waar Sanctorum gelijk in heeft (en dat wordt door Barnard nou net afgewezen – zou deze laatste België dan toch niet zo goed kennen als hij pretendeert te doen?!) is zijn stelling dat de boycot van en het politieke proces tegen het Vlaams Blok enkel te maken hebben met de Vlaamse aard van deze partij, d.w.z. met het feit dat zij opkomt voor Vlaamse onafhankelijkheid. Zoiets spreekt toch vanzelf. Elders in Europa zijn fascistische of populistische partijen al aan de macht geweest (Oostenrijk en Italië zijn de bekendste voorbeelden) en bij de score van het Blok zou dat ook hier het geval zijn geweest, moest de partij zich niet beroepen op een extreme Vlaams-nationalistische traditie.

Wat voor kwaad kan het nou om dat in te zien en ook toe te geven? Daarmee geef je geen krediet aan welk programmapunt dan ook van het Vlaams Belang. Als goeie cynicus zou ik eerder zeggen dat je dan maar content moet zijn in België te leven. Tenslotte stellen Sanctorum en Barnard hun lezers voor een waarlijk verscheurende keuze: tussen Voltaire, de vrijdenker en Robbespierre (sic) de tiran moet er gekozen worden. Dat die twee elkaar helemaal niet uitsluiten komt in het hoofd van beide intellectuele heren niet eens op.

Misschien ben ik geschikt als kermisattractie met mijn opvattingen, maar jawel hoor: ik kan beide heren best pruimen en wens op geen enkele manier op een algemene wijze tussen hen te kiezen.

De soms scherpe pen van Voltaire heb ik graag (ook al weet ik dat hij best ook een vleier van machthebbers kon zijn als het hem zo uitkwam), nog niet zo lang geleden heb ik hem ook als dichter ontdekt middels een goeie bloemlezing (Poésies, Les Belles Lettres, 2003), en ik heb er geen enkel probleem mee dat hij wat zijn positieve kanten betreft nog steeds als voorbeeld zou kunnen dienen in bepaalde omstandigheden.

Net zoals Robespierre trouwens en zijn trouwe gezel Saint-Just. Maar in een andere context uiteraard. Bv. wanneer het erop aankomt tegen een oppermachtige vijand buiten en binnen Frankrijk de verworvenheden van de Revolutie te verdedigen. Robespierre en heel het Comité de salut public konden niet anders handelen dan zij gedaan hebben. En zij hebben goed gedaan, met uiterste consequentie, met inzet van ook hun eigen leven uiteindelijk.

Belangrijker dan dit is echter het feit dat onze beide Vlaemsche ‘opiniemakers’ redeneren op een wijze die totaal wereldvreemd is – zoals de meeste intellectuelen trouwens, Vlaemsch of niet. Zij vertrekken vanuit universele principes, die zij losmaken van elk tijdsgewricht en van elke concrete politieke context. Op die manier doen zij zowel Voltaire (die een veel groter schipperaar was dan Barnard c.s. aan wensen te nemen) als Robespierre onrecht aan.

Als zij de lezer toch voor een keuze willen stellen, waarom dat niet deze: oftewel Robespierre en Saint-Just, oftewel Talleyrand en Fouché. Een dergelijke keuze combineert het principiële met het concreet-historische, en is dus veel legitiemer dan de nietszeggende en onbetekenende ‘keuze’ van Sanctorum c.s.

Tenslotte is er nog een bijdrage van een ander Groot Vlaemsch Licht, nl. Ludo Abicht, onder de titel ‘Houdt gij ze dom…’.

Zijn eerste paragraaf is al veelzeggend, niet wegens het fabeltje waar hij mee begint, maar wegens de overgang van één geval naar een algemene stelling, een denkfout die geen enkele beginneling in de logica nog maakt. In één boekhandel zegt één verkoper dat zij Marcuse niet hebben, en vlak erna, in dezelfde zin a.h.w. is het de hele DDR-regering die daar de directe oorzaak van is en zodoende het volk betuttelt. Om het zo grof te spelen moet je filosoof zijn waarschijnlijk.

In de volgende paragraaf verwijst Abicht naar Habermas, volgens wie het fundament van ‘de’ democratie (aanhalingstekens van mij) ‘de vrije en vrijmoedige communicatie tussen alle burgers’ zou zijn. Inderdaad, ben ik geneigd te denken, dat is het inderdaad, zo moet je deze democratie inderdaad omschrijven: klets maar raak, klets er maar op los, zo veel mogelijk, zo idioot mogelijk, zo luid mogelijk. Zolang de echte machthebbers niet geraakt worden kunnen Vlaemsche en andere intellectuelen inderdaad verder zwetsen en doen alsof hun neus bloedt.

De rest van Abichts stuk is irrelevant, want De Groene Waterman heeft dus helemaal geen boeken uit de rekken gehaald.

Wat is de waarde of de betekenis van dit alles? Niks, nihil, noppes, nada. Een petitie die op lucht gebaseerd is, want die ten strijde trekt tegen luchtkastelen, die dan ook nog door de ondertekenaars zelf zijn opgetrokken. Don Quichote verbleekt erbij. En dan nog enkele ‘scribes’, ‘Schreiberlinge’ – bestaat daar eigenlijk een goed Nederlands woord voor? – die voor de zoveelste keer denken het warm water uit te vinden, terwijl het alleen maar hun eigen urine is waarvan ze de warmte voelen.

Niet eens een storm in een glas water dus, maar hoogstens een veest in een glas brak water. Maar ik geef met Anna Bijns toe: ‘Tes beter geveesten dan qualijck gevaren’.

Overigens: geen van beide boeken heb ik gelezen. Dat van De Winter niet omdat ik zijn opvattingen ken, en het mij verder niet interesseert te zien hoe hij ze nu formuleert. Dat van Dillen niet, omdat de figuur van Mitterrand me niet interesseert, hij is enkel een 20ste-eeuwse kloon van Fouché of Talleyrand. En nog overigens: een proficiat aan Koen Dillen, want hij is in een van de beste PR-stunts geslaagd die de laatste tijd plaatshadden. Met medewerking van al die anderen?

Maar laat me eindigen met Jacques Roux (nog éen van die figuren uit de Franse Revolutie die me lief zijn, samen met Marat, Babeuf, zelfs Hébert…) op het einde van wat een van de prachtigste en betekenisvolste toneelstukken van de 20ste eeuw is, en nog steeds hoogst actueel: “Wann werdet ihr sehen lernen/Wann werdet ihr endlich verstehen”.

Voor Vlaemsche intellectuelen is het antwoord wel duidelijk: nooit dus.

Delen:
Share

Eén reactie

  1. Dag Peter Borman,

    Tiens tiens. Lang, heel lang geleden.
    Maakt u nog zoveel woorden vuil aan “Vlamingen”, “Vlaanderen” en “Vlaamsche intellectuelen”. Ik heb mij na een verblijf van tien jaar in de Brusselse Rand als “banneling” gevestigd in Sint-Gillis (ik ben eigenlijk altijd Brusselaar geweest), maar dan wel met een Franstalige ID-kaart. Ik wil niet voor een “racist” doorgaan en overigens ben ik tegen identitetiskaarten (dus wat kan de taal ervan me schelen?). (Btw: Sommige stukjes van Sanctorum lees ik wél graag. Voor de rest heb ik ook alleen last met hem en soms ook overlast van hem.)

    Ik denk dat ik op je naam gestoten ben op de site van Eddy Bonte.
    Enfin, je leeft nog en Diana ook blijkbaar (die “Diana” zal wel “Diana” zijn vermoed ik).

    Eric Rosseel
    rosseel.eric@scarlet.be
    http://ericrosseel.blogspot.com

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


veertien − negen =