Bommi en Annemarie

| Geen reacties

Bommi Baumann, waar ik het een tijdje geleden over had, komt uit een proletarisch milieu. De vlotte verteltrant, de stijl zonder veel opsmuk, maar zeer direkt en aansprekend, zullen daar wel iets mee te maken hebben.

Annemarie Schwarzenbach komt uit de bourgeoisie, de Zwitserse dan nog wel. Haar Duits is het literaire Duits van het Bildungsbürgertum.

Toch hebben ze iets met elkaar te maken: beiden waren verslaafd, de ene aan heroïne, zij aan morphine (ze is er ook, schijnt het, aan dood gegaan), maar vooral: beiden reisden naar Afghanistan en schreven daarover een reisbericht. Over dat van Bommi heb ik het al gehad.

Schwarzenbach (Alle Wege sind offen. die Reise nach Afghanistan 1939/1940, herausgegeben und mit einem Essay versehen von Roger Perret, Lenos Verlag, Basel, 2008) kon zich door haar rijke familie veroorloven in de jaren dertig veel te reizen, ook naar Afghanistan dus. Voor arbeiders was dat toen ondenkbaar: die moesten zich ofwel laten doodschieten voor de Führer ofwel voor hem zwoegen voor weinig geld. De huidige toestand is uiteraard een verandering ten goede, maar dat is geen verdienste van een systeem, laat staan een individu of individuen. Dat is wat men de loop van de geschiedenis noemt, of de vooruitgang, of de sociaal-economische ontwikkeling, en die kan even zo goed morgen weer totaal omslaan, als het in het kraam van onze machthebbers past.

Soit. Het proza van Schwarzenbach is totaal anders dan dat van Baumann: het is veel lyrischer, soms doet het mij in zijn vervoering denken aan de vroege boeken van Hélène Nolthenius bij ons. Baumann is duidelijk de betere observator, degene die altijd toch een beetje afstand weet te behouden, wat overigens geen enkele afbreuk doet aan ook zijn betrokkenheid bij wat hij ziet en meemaakt. Je zou het een afstandelijke betrokkenheid kunnen noemen.

Opvallend lijkt me ook dat er in al die jaren tussen 1940 en de jaren zeventig in Afghanistan eigenlijk weinig veranderd schijnt te zijn. Ook elders gaat dat op, want beiden volgden dezelfde weg, over de Balkan, via Turkije en Perzië. Enkel in de Balkan schijnen er werkelijke veranderingen te hebben plaatsgehad, hetgeen uiteraard aan de geschiedenis te wijten is. Maar Schwarzenbach gaat eigenlijk niet erg diep in op wat ze ziet in de streken waar ze met haar vriendin doorheen trekt. Ze schrijft wel mooie, lange, literaire zinnen, maar blijft in haar beschrijvingen toch eerder aan de oppervlakte. Dat verandert enkel een beetje wanneer ze in Afghanistan zelf is, en het daar heeft over de vrouwen, hun kleding, hun rol in de familie en de samenleving.

Beiden leggen ook zeer sterk de nadruk op de vriendelijkheid en de gastvrijheid van de mensen aldaar, overal waar ze komen. Als je weet dat Schwarzenbach met een vriendin reisde, is dat nog verwonderlijker dan in het geval van Baumann: twee niet-gesluierde vrouwen zonder man op reis in een wereld waar vrouwen eigenlijk enkel binnen het huisgezin en de woning aanwezig waren, maar daarbuiten bijna overal zwaar gesluierd rond moesten lopen. Voor vreemdelingen, zelfs vrouwen, was het blijkbaar geen enkel probleem er totaal anders bij te lopen, als een provocatie werd dat niet ervaren.

Kom daar nu maar eens om in Afghanistan, sinds de ‘democratie’ daar is uitgebroken, of heeft toegeslagen, hoe moet je dat zeggen. Het is effenaf ondenkbaar dat westerlingen – vrouw óf man – nu nog vrijelijk zouden kunnen rondreizen in dat land. Binnen de kortste keren werden ze ontvoerd en hun koppen afgesneden. En dat hebben we allemaal te danken aan onze machthebbers, aan waanzinnige moordorganisaties als de Nato, die enkel en alleen dienen om de westerse economische belangen te beveiligen, ten koste van alles en iedereen, honderdduizenden doden inbegrepen als het moet. Schwarzenbach zelf zegt het aldus:

“Nie hatten wir es nötig, unser Zelt aufzuschlagen und unsere Suppe selber zu kochen. Wir wurden in den Dörfern vom Bürgermeister begrüsst, mit Tee und Trauben bewirtet. Am Abend führte man uns in schöne Gärten, aufmerksame Diener trugen den Pilaf, das einheimische Reisgericht, auf, und während wir assen, kam der Gastgeber mit seinem Gefolge, um uns seinen Besuch zu machen, und unterhielt sich oft lange und eingehend mit uns.”

In het hoofdstuk ‘Die Frauen von Kabul’ heeft zij het expliciet en indringend over de angst en de achtergesteldheid van vrouwen onder de chador, maar merkt toch ook het begin op van een mogelijke emancipatie, van een mogelijk binnendringen in deze wereld van wat ik bij gebrek aan beter ook maar het ‘modernisme’ zal noemen.

Dat is uiteindelijk niet gebeurd, integendeel zelfs, en zal ook tijdens de eerstkomende decennia van deze eeuw niet gebeuren. Daar heeft het westen en haar ‘taliban’ genoemde schepping wel voor gezorgd.

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


achttien − 8 =