Bommi Baumann on the road

| Geen reacties

Bommi Baumann is de schrijver van drie eigen boeken, en eentje dat hij met Til Meyer schreef. Beiden waren eind jaren zestig, begin jaren zeventig lid van de Bewegung 2. Juni, een RAF die kon lachen.

Zijn eerste boek, Wie alles anfing, las ik jaren geleden al. Daarin beschrijft hij niet enkel zijn eigen afkomst en jeugd, maar vooral hoe hij in de links-anarchistische sien in Berlijn terechtkwam, en medeoprichter werd van groepen als de ‘Umherschweifende Hasch-Rebellen’ (ook wel ‘Der Blues’ genoemd) en de meer politiek-anarchistisch opgezette beweging die ik daareven al noemde. Dat boek gaf een van de meest authentieke insider-beelden van wat de linkse, vooruitstrevende en in het algemeen alternatieve sien in Berlijn toen te bieden had, en hoe het eigenlijk gekomen is tot wat later de ‘gewapende strijd’ genoemd werd (maar dat niet echt was).

Bommi zelf heeft daar niet lang aan meegedaan. In de eerste helft van de jaren zeventig werd hij door alle Duitse politiediensten (en interpol) gezocht, zodat het tijd werd onder te duiken. Daarover gaan de twee volgende boeken, die ik pas las: HiHo, wer nicht weggeht, kommt nicht wieder ( waarvan de ondertitel van de latere druk die ik las veranderd werd in: die abenteurliche Flucht eines Ex-Terroristen) en van verleden jaar Rausch und Terror, ein politischer Erlebnisbericht.

Het zijn eigenlijk beide reisberichten, een beetje in de aard van Kerouacs On the road, maar zich afspelend in de hele wereld, en steeds met politiek op de achtergrond. Baumann is ook bondiger, humoristischer, droger dan Kerouac, die toch vaak wijdlopig durft schrijven. Tijdens zijn vlucht met valse paspoorten verblijft Bommi afwisselend in Europa (Rome of Londen – daar zal hij uiteindelijk ook aangehouden worden) en via Turkije en Iran in India of in het bergachtige grensgebied tussen Afghanistan en Pakistan, of in Kaboel of andere Afghaanse steden. Dat laatste is natuurlijk meer dan interessant, want hoe subjectief de bron ook is, hier vernemen we iets over het leven daar in de tijd voor de Russen eerst en vervolgens de Nato-bandieten naar Afghanistan kwamen. Gastvrij waren de mensen daar blijkbaar, en zeer op hun onafhankelijkheid gesteld. Iedereen was er ook gewapend, en hasjiesj en opium werden min of meer vrij verkocht en gebruikt. Op het einde van HiHo is het zo ver dat de Russen in Afghanistan binnen gevallen zijn; de resultaten zijn ernaar: door hun moordpartijen halen ze zich de haat van de hele bevolking op de hals, haat die zich uitstrekt tot alles wat blank is. Tijd dus voor Bommi c.s. om te vertrekken. Naar India deze keer, waar het in elk geval op sommige plekken een beetje paradijselijker is.

Het beeld dat Baumann schetst van de mensen en hun gewoonten in de onherbergzame streken van Afghanistan en Pakistan, die plekken dus waar door de geheime diensten van Westerse machthebbers spookverenigingen als Al Qaida gesitueerd worden, stemt overeen met wat ik uit andere bronnen las. In de main-streammedia daarentegen lees je daar nooit iets over, als je enkel dat leest, krijg je de indruk dat daar enkel wilde beesten wonen die zo snel en zo efficiënt mogelijk uitgeroeid moeten worden. Het is de Russen niet gelukt, het zal de Nato evenmin lukken.

Niet enkel de beschrijving van de plaatselijke mensen en hun habitat is leerrijk, ook de ontmoetingen met de verschillende soorten Westers pluimvee dat daar in die tijd blijkbaar neergestreken was, van hippies op zoek naar god-weet-wat tot deserteurs uit alle mogelijke legers.

Ook het tweede boek, Rausch und Terror dus, beschrijft dezelfde tijdsspanne, maar met dien verstande dat er heel wat essayistische stukken tussen de verhalende teksten gevoegd worden, zonder daarin te overdrijven echter, en dat de nadruk veel meer op de narcotica en hun persoonlijke en politieke betekenis komt te liggen. Het begin is al veelzeggend, én beklemmend: Bommi beschrijft hoe hij zich totaal kapot laat opnemen in de spoeddienst van een Berlijns ziekenhuis gespecialiseerd in drugproblemen. Hij had nog maar één enkele keuze: afkicken of dood. Gelukkig is het het eerste geworden, anders was dit boek er niet meer gekomen.

De achtergrond is dezelfde in dit boek, alleen: er wordt nu volop verteld hoe Bommi in Berlijn kennismaakte met drugs (vooral hasjiesj eigenlijk – andere waren nauwelijks te krijgen, wat ik mij ook nog herinner uit Brussel in die tijd: wiet en LSD, en daar hield het wel mee op) en later, vooral in Afghanistan, met opium, dat daar in een goeie, zuivere vorm gebruikt kon worden. De verslaving verliep sluipend, en viel eigenlijk best wel mee zolang hij daarginds verbleef en zuiver spul gebruiken kon. Eens terug in het westen en uit de gevangenis werd het jammer genoeg heroïne, en die is hier nooit van goeie kwaliteit. Nu is Bommi totaal afgekickt, zelfs alcohol drinkt hij niet meer, en hij ziet er effenaf goed uit.

De politieke stukken in Rausch und Terror zijn niet enkel bondig en ter zake gehouden, ze zijn gelukkig ook niet moralistisch (genre: kindertjes, kijk eens hoe stout bompa geweest is, maar gelukkig is hij tot inkeer gekomen en heeft het licht gezien!). Ze geven wel inzicht in de rol die drugs spelen in de westerse economie, en hoe geheime diensten er misbruik van maken.

Tenslotte, wat voor elk boek belangrijk is, maar zeker wanneer het over ernstige en vaak zware zaken gaat: de stijl. Die is doorgaans heel sec, spreektaal bijna, net zoals bij Kerouac. Baumann schrijft eerder korte zinnen, en maakt gebruik van argot uit de sien, maar ook weer zonder te overdrijven. Zijn manier van schrijven is verder zeer direct, en de lezer wordt meer dan eens rechtstreeks aangesproken (ofschoon het ‘Du’ natuurlijk ook een reflexief gebruikt ‘Du’ kan zijn; maar dan nog spreekt het de lezer ook rechtstreeks aan). Opvallend is zijn nieuwsgierigheid naar mensen en dingen: je voelt voortdurend zijn interesse in de medemens, zijn landschappen, zijn leefwereld, ja alles. Wat dat betreft is Bommi bijna een kind gebleven, dat ook voortdurend nieuwe dingen ontdekken wil, en daarover vol vreugde bericht. Waarschijnlijk is dat ook de eerste oorzaak van de indruk van spontaneïteit die je krijgt bij de lectuur van deze boeken. Een stijl die de spreektaal zo sterk benadert en toch literair blijft, is zeldzaam. Het moet de levensvreugde zijn van de anarchist, een levensvreugde die hem blijkbaar nooit verlaten heeft, die daaraan ten grondslag ligt.

Bommi is een mooie mens, en zijn boeken zijn niet alleen vlot leesbaar, ze zijn het ook waard om gelezen te worden.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


1 × 1 =