Louis Ferron

| Geen reacties

In de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig behoorde Louis Ferron tot mijn lievelingsauteurs. Vooral omdat zijn romans veel meer zijn dan zoetsappige verhaaltjes over liefdes- en andere perikelen. Daarna heb ik hem niet meer gevolgd. Waarom? Ik weet het niet.  Waarschijnlijk puur toeval. Het gebeurt zo vaak dat ik een schrijver een tijdlang volg, en dan afhaak, omdat er een nieuwe opduikt die ik persé lezen wil. En het is nu eenmaal onmogelijk alles te lezen. Maar iemand waar ik ooit van gehouden heb, blijft altijd wel een warme plek bezetten in mijn hart (dat geldt overigens niet alleen voor schrijvers).

En nu heb ik opnieuw een boek van Ferron gelezen: De Haarlemse trilogie (De Bezige Bij, Amsterdam, 2006). Het is de bundeling van drie eerder verschenen boeken, die zich alledrie in Haarlem afspelen (vandaar de titel) en die alledrie een zekere Lou Ferron als hoofdpersoon hebben, die af en toe dan ook nog het voornemen koestert om een soort autobiografie te schrijven. Misschien is het die dan ook wel die de lezer in handen houdt?

Alhoewel.

Het leven van Louis Ferron is mij eigenlijk bijna totaal onbekend. Maar toch weet ik genoeg over zijn half Duitse half Nederlandse afkomst, over zijn verblijf als kind in Bremen, over het feit dat hij inderdaad quasi zijn hele leven in Haarlem gewoond heeft, om tot de conclusie te komen, dat de schrijver van dit boek elementen uit het leven van Louis Ferron geput heeft om zijn boek te schrijven.  Relaties spelen ook nogal een rol in de drie boeken, en ik vermoed dat ook daar wel elementen uit het leven van de schrijver meespelen. Maar dat weet ik niet zeker.

En toch is het boek allesbehalve een autobiografie. En wel door de stijl. Het hoofdpersonage ziet en beschrijft zichzelf door een bril waar duidelijk kleurfilters op staan, die het beeld vervormen. Dat uit zich door de stijl, die alle vormen van ironie, sarcasme en cynisme gebruikt, zonder dat het ooit verveelt. Het boek is dus totaal subjectivistisch, en het is m.i. onmogelijk de hoofdfiguur te verwarren met de mens Louis Ferron – ondanks de overeenkomsten.

Maar elke autobiograaf is toch subjectief, zal men tegenwerpen. Uiteraard. Maar de meesten proberen wel om objectief te zijn, en als ze zichzelf in een vreemd daglicht plaatsen, dan een dat hen beter doet uitkomen dan ze zijn. En dat zullen ze dan uiteraard niet toegeven. Ferron – als hij het is – stelt zich slechter voor dan hij is. Soms gaat hij bijna zo ver, dat zijn hoofdfiguur een karikatuur lijkt – een spreekwoordelijke Schlemil.

Misschien is dat een sublieme vorm van hoogmoed?

Hoe dan ook, ik vind het een prachtig boek. Het past ook uitstekend in het andere werk van Ferron. Een schrijver die veel meer lezers verdient dan hij totnogtoe gehad heeft.

Delen:

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


vier × 3 =