Stalin in de Nederlandse (en andere) letteren

| Geen reacties

In memoriam patris

Een massamoordenaar, de grootste schurk en bandiet uit de geschiedenis van de mensheid. Laten we het bij die twee houden, ze staan voor alles wat nog steeds over deze figuur beweerd, gezegd en geschreven wordt, en ook onder de doorsnee burger leeft dat beeld.

Je zou kunnen zeggen dat de propaganda zijn werk goed gedaan heeft.

Wat weet ik over deze figuur? Als mens: dat hij graag, veel en grondig las, en dat hij tomaten kweekte. Daarmee houdt mijn kennis op. Als politieke figuur: niets eigenlijk, omdat alles wat ik gelezen heb propaganda is, vroeger vaak propaganda pro, later en tot op vandaag propaganda contra. Daar zullen ook wel feiten tussen staan, maar die kan iedereen voor zich ontdekken, opzoeken. Waar het op aankomt, is de interpretatie van die feiten, en vooral wat weggelaten wordt, en wat erbij gefantaseerd wordt.

De historici zullen een definitief eindoordeel over deze figuur moeten vellen, zo werd gesteld. Maar meer dan vijftig jaar na zijn dood is dat nog altijd onmogelijk, kan er nog altijd geen historisch werk over Stalin geschreven worden zonder vooringenomenheid, zonder ideologische verblinding. Dat betekent slechts één ding: de figuur is nog steeds actueel en controversieel, hij is nog steeds een spil, een punt waarrond totaal tegenstrijdige maatschappijopvattingen kristalliseren, die dwingt tot partij kiezen.

Dat laatste zal ik in dit opstel amper doen. Ik zal proberen doodgewoon objectief te zijn en te blijven (gebulder alom !); hetgeen tamelijk gemakkelijk is, want ik heb het hier uitsluitend over literatuur, niet over politiek (tenzij in de mate dat die literatuur politiek geladen is uiteraard, maar zelfs dan kun je afstand bewaren, of toch een poging daartoe doen).

Uitgangspunt is daarbij een vaststelling: zelden heeft een figuur voor zoveel mensen gedurende zo lange tijd zoveel betekend als Stalin voor de leden van de communistische wereldbeweging van de jaren twintig tot pakweg zestig, en ook voor het merendeel van de niet-communistische arbeiders en onderdrukten in het algemeen. Hij symboliseerde de hoop van al die miljoenen op een beter leven. Punt.

I

Het kan dan ook niet verwonderen dat Stalin in de literatuur van die periode – de literatuur die ofwel gewoon progressief ofwel uitgesproken communistisch wou zijn – in het kader dan van het zgn. ‘socialistisch realisme’, d.i. de officiële kunstdoctrine in de Sovjet-Unie – regelmatig voorkomt. Dat zelfs vooraanstaande dichters buiten de Sovjet-Unie, maar die wel nauwe banden hadden met de communistische beweging, zo ze al niet gewoon partijlid waren, eveneens gedichten aan hem gewijd hebben.

Even een opsomming: Arendt, Eluard, Hermlin, Hikmet (niet gelezen), Neruda… Ofwel hun Stalingedichten worden met de mantel der hypocrisie bedekt (waarbij passages soms weggelaten worden in latere uitgaven – dat is bv. gebeurd met Neruda) ofwel – en dat gebeurt het vaakst – er wordt hen verweten ‘odes op Stalin’ geschreven te hebben. Nou, echte odes zijn het meestal niet, en als dat aspect optreedt, is het meestal ondergeschikt aan belangrijkere aspecten.

Maar is dat verwijt op zich terecht? Is het een aberratie gedichten over of aan machthebbers te schrijven, of is enkel en alleen déze machthebber daarvoor ongeschikt? En in dat laatste geval, waarom hij niet en anderen wel?

Het is natuurlijk moeilijk vergelijkingspunten te vinden (1), maar als we iets teruggaan in de geschiedenis, dan treedt daar een figuur op die Napoleon Bonaparte heet, en die tot ver na zijn dood even controversieel gebleven is als Stalin nu nog is. De liefde van Stendhal voor Napoleon is bekend, maar hij was allesbehalve de enige. Een ander, onbekend voorbeeld heb ik op deze website al aangehaald: in de afdeling ‘vergelijkend perspectief’ van mijn opstel over Jan Schouten en zijn vrijmetselarij heb ik een Frans gedicht besproken (2), waarin Napoleon bijna vergoddelijkt werd, iets dat je bij gedichten over Stalin toch duidelijk minder tegenkomt – ook al zegt de schijn dan het tegendeel. En jawel hoor, ook ‘collaborateurs’ waren er, en ook in de Nederlanden, en ook in de Nederlandse poëzie: van Bilderdijk is een gedicht bekend aan Lodewijk Napoleon, de broer van Bonaparte die de Nederlandse troon bezette tijdens het Frans bewind, terwijl Helmers een gedicht wijdde aan Bonaparte zelf. Beiden zouden later overigens expliciet anti-Frans worden en meer Nederlands-nationalistische tonen aanheffen. Zij waren trouwens de enigen niet. Overigens heeft niemand minder dan Lord Byron eveneens een ‘Ode to Napoleon Buonaparte’ geschreven (3).

De oorzaak van deze Napoleonverering: hij vertegenwoordigde in de ogen van zeer velen gewoon de bevrijding van het feodale juk en dus de maatschappelijke en sociale vooruitgang…zoals Stalin in veler ogen mutatis mutandis hetzelfde zou betekenen ongeveer anderhalve eeuw later. En ook een tijdje later de ontgoocheling bij en de verwerping door velen kunnen best vergeleken worden met houdingen t.o.v. Napoleon. Alsof een kind uiteindelijk zijn vader wel moet verwerpen wil het niet in een infantiel stadium gevangen blijven zitten.

Er werden trouwens meer gedichten geschreven om de val van Napoleon te vieren dan om hem te verheerlijken toen hij nog leefde en regeerde. Er zijn twee Vlaamse rederijkerskamers die echte prijsvragen uitschreven voor het beste gedicht om die val te bezingen: ‘Het kersouwken’ uit Oudenaarde, en ‘Het Heilig Kruis’ te Brugge. Over dit laatste geval schreef Andries van den Abeele een veelzeggend opstel (4), waaruit het opportunisme van de dichters ten overvloede bleek: eerst bezongen ze Napoleon, toen verguisden ze hem, dan bezongen ze Willem, dan verguisden ze hem, totdat het waarschijnlijk geëindigd zal zijn met Leopold I, maar daar schrijft van den Abeele niet meer over. ‘Ersnaert uwe lier’, zo heette de wedstrijd, hetgeen ongeveer betekent: doe nieuwe snaren aan uw lier, m.a.w. zing een nieuw, aangepast lied, pas u aan, wees opportunistisch.

Nog op het einde van de 19de eeuw verscheen een lang gedicht dat volledig aan Napoleon gewijd is: Napoleon-cyclus van Dr. L. Simons (5). De bewondering voor de grote Napoleon (in tegenstelling tot Napoleon III) schemert nog door vele bladzijden heen, maar tezelfdertijd is er de historische afstand natuurlijk, die toelaat om de figuur zelf ook met meer afstand te bekijken, d.w.z. het goede dat hij bracht af te wegen tegen het slechte, en hem te vergelijken met andere figuren, met name dus zijn opvolger met dezelfde naam, die baas werd van het Tweede Keizerrijk, en die er in vergelijking met zijn grootoom maar bekaaid afkomt…en terecht. Over Stalin bestaat een dergelijk geschrift niet, en dat zal zeker in die vorm ook wel nooit meer geschreven worden. Dat het in een andere vorm, een historisch essay bijvoorbeeld, nog niet geschreven werd, heeft alles te maken met wat ik hierboven al zei: dat Stalin nog steeds een ideologisch breekpunt is, tegenover wie men moeilijk of onmogelijk objectief kan staan.

Naast dit concrete voorbeeld zouden er nog ontelbaar vele andere opgesomd kunnen worden, want vanaf het begin van de poëzie werden er lofdichten geschreven op heersers. Het volstaat om de verzamelde gedichten van eender welke dichter uit de 17de of 18de en ook nog 19de eeuw open te slaan, of je treft er voorbeelden van aan, zowel bij de groten als bij de kleintjes. Niemand viel daarover en overigens volkomen terecht. Eén voorbeeld slechts: doe de gedichten van een vrijgeest als Voltaire open (6) en het staat vol van gedichten aan hoogwaardigheidsbekleders van beiderlei kunne en van allerlei slag, soms met Voltairiaanse ironie inderdaad, maar vaker ernstig gemeend.

Wat meer bepaald de Nederlanden en hun koningshuis betreft is er een mooi boekwerk uit 1946 (geen toeval uiteraard, dat jaar) dat enkel gedichten bevat over en aan de verschillende Oranjevorsten en –telgen (7). Over meer dan 200 bladzijden krijg je hier een fraai overzicht van Oranje-poëzie tot in het midden van de 20ste eeuw, waarbij ook grote namen als Verwey, Nijhoff, Jan Prins, Adriaan Roland Holst…voorkomen. Wat de Oranjes betreft is er dus alleszins weinig verschil met vroeger: zij worden even vrolijk toegezongen, ook buiten de oorlog om. Gelijkaardige zaken vind je ook elders: het poëtisch werk van Claudel bulkt van gedichten aan allerlei heiligen en kerkelijke instanties (8), terwijl een toch niet onverdienstelijke dichteres als Gertrude von Le Fort een ganse bundel Hymnen an die Kirche (9) publiceerde en daarbuiten ook wel eens een paus bewierookt heeft in haar gedichten. En voor Vlaamse onafhankelijkheidsstrijders: in de jaren 20 stelde Geert Pijnenburg een boekje samen vol gedichten over August Borms. Nogmaals: geen haan die naar dat alles kraait, en terecht.

Maar wee als het over Stalin gaat !

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


5 × 2 =