Himmler

| Geen reacties

Onder de titel De gebroeders Himmler, een Duitse familiegeschiedenis (Meulenhoff, Amsterdam, 2007) heeft Katrin Himmler een boeiend boek geschreven over haar grootvader, diens twee broers (waaronder de bekendste, Heinrich) en hun familie(geschiedenis).

Het opvallendst en boeiendst aan het boek is de combinatie tussen de objectiviteit van de historica en de persoonlijke betrokkenheid. Himmler schrijft een klassieke familiegeschiedenis, objectief en gebaseerd op vooral documenten van officiële en persoonlijke aard, alsmede op gesprekken met betrokkenen. Maar vermits het ook hààr familie is, aarzelt zij niet om persoonlijk tussen te komen, om haar redenen tot het schrijven van het boek te noemen, en ook hoe zij emotioneel en intellectueel gereageerd heeft op bepaalde feiten. Deze combinatie van objectiviteit en subjectiviteit kom je in deze vorm zelden tegen.

De inhoud van het boek, het belang van de familie houden uiteraard enkel verband met de voornoemde Heinrich die als Reichsführer SS een van de absolute topfiguren van het Derde Rijk was.  Daarzonder hebben we te doen met het verhaal van een doordeweekse, alledaagse Duitse familie zoals er toen en later duizenden geweest zijn. De vader van de drie broers die de kern van het verhaal uitmaken was een omhooggewerkte leraar en later schooldirecteur, conservatief en Duits-nationaal zoals het gros van de Duitse middenklasse van die tijd. Eigenlijk valt in heel die familie inderdaad niets, maar dan ook niets bijzonders te vermelden. Een doodgewone familie, voorbeeldig voor al die andere.

Als Heinrich er niet was geweest.

Uiteraard moet je denken aan de uitspraak van Hanna Arendt over de banaliteit van het kwaad (nagebauwd door een Amsterdamse papegaai n.a.v. het proces Eichmann), maar het vreemde voor mij is: veel banaliteit inderdaad (zonder de negatieve connotatie van dat woord dan), maar waar is het kwaad?

Net zomin als dat bij Eichmann het geval was, zie ik in de familiegeschiedenis van de Himmlers enig persoonlijk kwaad. Heinrich en zijn broers konden wellicht geen vlieg kwaad doen. Van Heinrich is geweten dat hij geen bloed kon zien. Dat hij, met zijn Germaanse mythologische stokpaarden eerder een wereldvreemd type was, een zwevertje dat in normale tijden totaal ongevaarlijk zou zijn geweest.

In normale tijden.

Daar gaat het misschien wel om. En dat is voor mij misschien het meest verbijsterende. Verplaats de personages van dit boek naar andere tijden en ze zullen – bij exact hetzelfde genetische materiaal – gewoon goede burgers worden, de ene al wat ambitieuzer dan de andere, de ene meer technisch aangelegd, de andere meer filosofisch, maar zonder aberraties. Ook in een communistische maatschappij zie ik hen functioneren op een voorbeeldige manier. Moest de revolutie van 1918 in Duitsland gelukt zijn dan zouden mensen als de Himmlers, wellicht na enige aarzeling (eerst de kat uit de boom kijken, nietwaar, of het wel definitief is – alsof ooit iets definitief is!) zich hebben ingevoegd binnen de bestaande maatschappelijke evoluties en structuren – net zoals ze dat ook nu gedaan hebben.

Bestaat er dan geen individuele en persoonlijke schuld? Volgens Katrin Himmler duidelijk wel. Ik vraag het mij af. En een collectieve schuld zoals Goldhagen et tutti quanti dat poneren, sluit ik helemaal uit.

Het kwaad waar Arendt (en de Amsterdamse papegaai) het over hadden, moet dus elders gezocht worden. En dan komen enkel ideeën, een bepaald gedachtegoed in aanmerking. Maar welke maatstaven kun je gebruiken om te bepalen welk gedachtegoed het kwade incarneert, welk het goede? Is het niet zo dat je dat enkel post factum kunt zeggen? En dan nog? Je mag er wellicht van uitgaan dat hoe meer wetten er gestemd worden tegen racisme, des te sterker het racisme is. Onderhuids en gevaarlijker.

Maar ook dringt zich onmiddellijk de volkomen juiste tegenwerping op dat je enig gedachtegoed nooit los kunt maken van concrete mensen die dat gedachtegoed incarneren en uitdragen. Als het gedachtegoed slecht is, zijn de mensen die het zich hebben eigen gemaakt dat dus ook?! Als zodanig moeten zij wellicht gestraft worden? Want het komt er toch op aan het kwaad met wortel en al uit te roeien, nietwaar?!

Wat is kwaad? Wat is goed? Lieve Pontius Pilatus!

Ik weet het niet. En misschien wil ik het gewoon niet meer weten. Uiteindelijk hebben gewone mensen nooit iets te zeggen gehad, in geen enkel regime. En waarschijnlijk zal dat ook in de toekomst zo blijven: “Niets wees erop dat hier ooit verandering in zou komen.”

Het enige waar ik wel zeker van ben: dat politiek een afgrijselijk stinkende cloaca is, en politici drollen waar je best omheen loopt als je geen kans ziet ze te verwijderen en door te spoelen.

Delen:

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


vier × 3 =