Ik stem in met het terrorisme

| 1 reactie

Enkele decennia geleden (waarschijnlijk was het tijdens dat vreselijk hete jaar 1976, in de zomermaanden; in heet Brussel was er nl. geen koelere plek te vinden dan de grote leeszaal van de Koninklijke Bibliotheek – verbazingwekkend eigenlijk dat er zo weinig volk zat) heb ik een goeie maand doorgebracht in de KB in Brussel enkel en alleen om enkele kranten uit de periode 1940-1944 door te nemen – met de nazi’s collaborerende kranten bedoel ik dan. Eén van de zaken die mij nog duidelijk in het geheugen gegrift staan is het gebruik van het woord ‘terrorisme’ in die kranten, vooral ook in de koppen: ‘terroristen overvallen postkantoor’, ‘terroristen vermoorden gouwleider te…’ enzoverder enzovoort. In 1944 vond je meer van dat soort titels dan in 1941 uiteraard.

En zo weet ik: ook mijn beide ouders – die elkaar toen nog niet kenden – (en andere familieleden overigens) waren tussen 1940 en 1944 ‘terroristen’. Mijn moeder vervaardigde valse identiteitskaarten, ‘Ausweise’ en andere papieren. Zij zou – gepakt zijnde – in Ravensbrück beland zijn, en het niet overleefd hebben. Mijn vader smokkelde o.a. wapens voor de partizanen, die in Limburg erg sterk stonden. Hij zou, gepakt zijnde, standrechtelijk zijn neergeschoten.

Zij hebben geluk gehad, die terroristen. Een woord eigenlijk om trots op te zijn, zeker in die context.

Maar is de context van vandaag zo anders? Het woord wordt op exact dezelfde wijze gebruikt als toen: door machthebbers om het verzet tegen hun misdaden aan te duiden. En door de mainstream media worden die machthebbers daarbij – eveneens net als toen – volledig ondersteund. En laten we ons niks wijsmaken over de aard van dat verzet: ook tussen 1940 en 1944 zaten er avonturiers in het verzet, werden er acties ondernomen die eigenlijk niet te verantwoorden waren etc. Net zoals nu in Irak, Afghanistan, Libanon, Palestina. Maar het is uiteraard zeer gemakkelijk om aan wal stuurman te spelen, en vanuit een luie zetel te gaan zeggen hoe het moet.

Het verzet gewoonweg steunen, daar komt het op aan. En ervan uitgaan dat dat verzet zelf wel orde op zaken zal weten te stellen. En dat veel aanslagen niet op rekening van dat verzet, maar van geheime diensten geschreven dienen te worden. Laten we niet vergeten dat er op de wereld maar één geheime dienst is die een speciale afdeling voor autobommen heeft, en die dat in de Libanese burgeroorlog al heel goed gebruikt heeft. Zoals ook daarna overigens, ik denk enkel maar aan de moord op Hariri.

oOo

Ik had nog nooit van de Syrische dichter-diplomaat Nizar Kabbani gehoord tot ik op ‘Uruknet’ zijn gedicht ‘I am for Terrorism..’ las, waarvan ik hieronder een vertaling laat volgen. Jammer genoeg kan een mens onmogelijk alle talen ter wereld kennen, en een van de talen die ik niet ken is dus Arabisch. Wat ik hier aflever is dus een vertaling van een vertaling. Het is met name de Engelse versie die ik vertaal; die is zelf van Adib S. Kawar. Het gedicht moet het niet zozeer van formele aspecten hebben, maar van de inhoud zelf. Dat maakt het vertalen eigenlijk wel een stuk gemakkelijker. Ziehier het gedicht in kwestie (de illustraties zijn van © Ben Heine):

“Ik stem in met terrorisme…
Wij worden van terrorisme beschuldigd…
Wanneer we een roos verdedigen…een vrouw…
En een gedegen gedicht…
En het blauw van de hemel…
Een thuisland dat niet meer beschikt…
Over water of lucht…
En geen tent…of een vrouwtjeskameel…
Of zwarte koffie…

Wij worden beschuldigd van terrorisme…
Wanneer we moedig verdedigen…
Het zwarte haar van ‘Balki’…
De lippen van ‘Maisoon’…
‘Hind’…’Daad’…
Of ‘Lubna’ en ‘Rabab’…
En een regen van zwarte kohl…
Die als inspiratie van wimpers valt!!
Bij mij zult je niet vinden…
Een geheim gedicht…
Een geheime taal…
Noch een geheim boek dat ik achter gesloten deuren opsluit…
En ik heb geen gedicht…
Dat door de straten wandelt…gekleed in een ‘hijab’…

We worden van terrorisme beschuldigd…
Wanneer we schrijven over de resten van ons thuisland…
Ontwricht…uit elkaar gehaald…verscheurd…
De stronk gespleten…
Een thuisland dat naar zijn naam zoekt…
En een volk zonder naam…
Een thuisland dat zijn oude grote gedichten verloor…
Behalve dat van ‘Al-Khansaa’…
Een thuisland dat zijn rode…blauwe…of gele vrijheid verloor…
Een thuisland dat…
Ons verbiedt een dagblad te kopen…
Naar nieuwsberichten te luisteren…
Een thuisland dat zijn vogels verbiedt te tsjilpen…
Een thuisland…
Waarvan de schrijvers schrijven…
Op de wind omwille van de angst…
Een thuisland…
Dat als poëzie is in ons land…
Het gaat over verloochende woorden…
Onvoorbereid…
Ingevoerd…
Met een vreemd gezicht en een vreemde tongval…
Heeft geen begin…
Geen einde…
Heeft geen verband met zijn volk…of het land…
Of de patstelling van de mensheid!!
Over een thuisland…
Dat naar vredesonderhandelingen wandelt…
Zonder waardigheid…
Blootsvoets…
Over een thuisland…
Waarvan de mannen zichzelf bepissen uit angst…
Enkel vrouwen blijven over!!
Zout in onze ogen…
Zout…op onze lippen…
Of in onze woorden…
Is het droogte in onze zielen…
Was geërfd van Beni Qahtan??
Onze natie kent geen ‘Mouaawieh’ meer…
Noch ‘Abu Sufian’…
Niemand blijft over om (NEE) te zeggen…
Tot degenen die onze huizen afstonden…ons land…
Gebouwd uit onze stralende geschiedenis…
Een koehandel!!
Er is geen enkel gedicht meer in ons leven…
Dat zijn maagdelijkheid nog heeft bewaard…
In het bed van de sultan…
We zijn eerverlies gewoon…
Wat blijft over van een man…
Als hij schande gewoon wordt??
Ik kijk in het boek van de geschiedenis…
Naar ‘Osama bin Munqiz’…
Naar ‘Akbah Bin Nafaa’…
Naar ‘Omar’…naar ‘Hamzeh’…
Naar ‘Khaled’ die naar Damascus optrekt…
Naar ‘Al-Mutasim Billah’…
Om onze vrouwen te redden uit barbaarse gevangenschap…
Uit gloeiende vuren…
Ik kijk uit naar de man uit de eindtijd…
Maar ik zie enkel angstige katten in het duister…
Vrezend voor hun leven…
Van de heerschappij der muizen…
Zijn ze getroffen door nationale blindheid…
Of kleurenblindheid??

We worden van terrorisme beschuldigd…
Als we de dood weigeren…
Door ‘Israël’s bulldozers…
Die in onze grond graven…
Onze geschiedenis…onze evangeliën…
Onze Koran…
De overblijfselen van onze profeten…
Als dat onze misdaad is
Hoe fraai is terrorisme dan…

We worden van terrorisme beschuldigd…
Als we onze uitroeiing weigeren…
Door Mongolen…zionisten…barbaren…
Als we een steen werpen naar een venster van de Veiligheidsraad…
Ge-usurpeerd door de tsaren van vandaag…

We worden beschuldigd van terrorisme…
Wanneer we weigeren…
Onze hand uit te steken…
Naar Amerika…
Tegen menselijke culturen…
Die cultuurloos zijn…
Tegen menselijke beschavingen…
Die zonder beschaving zijn…
Amerika is een gigantisch gebouw…
Zonder muren…

We worden beschuldigd van terrorisme…
Als we een tijdperk weigeren…
Waarin Amerika…
Verwaand werd…rijk…machtig…
Een beëdigd vertaler…uit het Hebreeuws…

We worden van terrorisme beschuldigd…
Als we een roos werpen…
Naar Jeruzalem…
Naar Hebron…
Naar Gaza…
Naar Nazareth…
Als we brood en water dragen…
Naar de belegerde Trojanen…

We worden van terrorisme beschuldigd…
Als we onze stemmen verheffen…
Tegen onze isolationistische heersers…
Tegen al diegenen die van zadel veranderden…
En die van aanhangers tot huurlingen werden…

We worden beschuldigd van terrorisme…
Als we een cultureel beroep plegen…
Als we een boek over recht en politiek lezen…
Als we onze God aanroepen…
Als we ‘Sorat Al-Fateh’ lezen…
En naar een vrijdagse preek luisteren…
Begaan we terrorisme…

We worden beschuldigd van terrorisme…
Als we ons land verdedigen…
En de waardigheid van zijn grond…
Als we in opstand komen tegen de kneveling van ons volk…
De afperserij…
Als we de laatste palmboom in onze woestijn verdedigen…
En de laatste ster in onze hemel…
En de laatste letters van onze namen…
En de laatste druppel melk in de borsten van onze moeders…
Als dat onze misdaad is…
Hoe schitterend is terrorisme dan…

Ik ben een terrorist…
Als terrorisme mij zou kunnen redden…
Van de immigranten uit Rusland…
Roemenië…Hongarije…en Polen…
Die zich op onze schouders in Palestina vestigden…
Om de minaretten van Jeruzalem te stelen…
De poort van ‘Al-Aqsa’…
En ornamenten en koepels…

Ik stem in met terrorisme…
Als ik Christus kon bevrijden…
De Maagd Maria…
En de heilige stad…
Van de vertegenwoordigers van dood en verwoesting…
Gisteren lag de nationale straat in ons land…
Vurig als een Arabisch paard…
En onze pleinen waren rivieren, overvloeiend van kracht en trots…
Na ‘Oslo’…
Verloren we onze tanden…
En werden een volk geteisterd door doofheid en blindheid??

Ik stem in met terrorisme…
Als terrorisme mijn volk kon bevrijden…
Van tirannen en tirannie…
En mensen redden van de menselijke wreedheid…

Ik stem in met terrorisme…
Als mij dat kon redden van zionistische tsaren…
En romeinse keizers…

Ik stem in met terrorisme…
Als deze nieuwe wereld…
Gelijkelijk verdeeld wordt…
Tussen Amerika…en ‘Israël’…

Ik stem in met terrorisme…
Zolang deze nieuwe wereld…
Ons bij de wolven indeelt…
Ik ben voor terrorisme…
Als het Amerikaanse congres…
De wet in handen heeft…
En beslist over beloning en straf…

Ik stem in met terrorisme…
Zo lang deze nieuwe wereld…
De geur van Arabieren…
Zo diep haat…

Ik stem in met terrorisme…
Zo lang deze wereld…
Mijn kleine kinderen wil afslachten…
En voor de honden werpen…
Omwille van dit alles…
Wil ik luid en duidelijk uitroepen…
Ik ben voor terrorisme…
Ik ben voor terrorisme…
Ik ben voor terrorisme…
Ana ma’a al irhab”

oOo

Tot daar het gedicht in kwestie. Het is uiteraard geen meesterwerk.

En zoals ik al zei ken ik de dichter niet; maar uit wat ik sindsdien bij elkaar gesprokkeld heb over hem, zou toch kunnen blijken dat het gedicht eerder atypisch is voor Kabbani (1923-1998), die in de Arabische poëzie blijkbaar een zeer vooraanstaande rol innam met zijn meer dan vijftig bundels, waarvan het merendeel aan de liefde gewijd zou zijn – in goede Arabische traditie zou ik zeggen.

Maar even belangrijk, en daar nauw bij aansluitend: hij was een verklaard voorstander van vrouwenrechten, en zette zich meer dan eens in om patriarchale houdingen tegenover seksualiteit te bestrijden, en om te pleiten voor erotische vrijheid en de mogelijkheid ook voor vrouwen om op dit zoals op andere vlakken eigen, persoonlijke keuzes te maken. In sommige landen, zoals Irak en Syrië was daar een begin mee gemaakt. Door de terreuraanvallen van de Verenigde Staten en hun nazionistische meesters is dat proces echter abrupt afgebroken. Dat is slechts één van de nefaste gevolgen van de terroristische oorlog van het Westen tegen de Derde Wereld in het algemeen en tegen de moslims in het bijzonder.

Ik heb één uitgave gevonden met gedichten van Kabbani: Arabian Love Poems, Lynne Rienner Publishers, London, 1999. Het is een tweetalige (Arabisch-Engels) uitgave, met een mooie inleiding van een van de vertalers, Bassam K. Frangieh. Het zijn meestal kortere gedichten, en de Engelse versie spreekt me in elk geval wel aan: ze zijn prettig en aangenaam om lezen, erg beeldend soms, en gelukkig zonder enige valse sentimentaliteit. Poëzieliefhebbers zullen er zeker iets aan hebben.

Overigens: een Franse vertaling van dit gedicht (eveneens uit het Engels echter) is/was te vinden op: quibla.net/alire2007/nizar1.htm

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Eén reactie

  1. Hoi Peter,

    Ik heb juist je blog gezien. Het is een echte goede site. Ik zal hem terug bezoeken in de toekomst.

    Het gedicht van Nizar Qabbani is een zeer sterke en ware tekst.
    Dank je om deze tekst te vertalen in het Nederlands en om mijn abstracte beelden te gebruiken.

    ik ben ook van België, hoor (Franstalig, maar ik spreek en begrijp een beetje het Nederlands). Waar woon je?

    Ik ben ook lid van Tlaxcala (www.tlaxcala.es), het “Network for linguistic diversity”, misschien wil je met ons meewerken? We hebben veel gemotiveerde vertalers maar nog geen Nederlandstalige mensen…

    Laat me wat weten en ga verder met dit zeer indrukwekkend werk.

    Ben

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


acht + twaalf =