Bij zijn dood

| Geen reacties

Kameraad Stalin, ik was dicht bij de zee op het Zwarte Eiland,
uitrustend van de strijd en de reizen,
toen het bericht van je dood aankwam als een kopstoot van de oceaan.

Eerst was er de stilte, de verbijstering van de dingen, en dadelijk daarop stond een grote golf op uit de zee.
Die golf bestond uit algen, metalen en mensen, stenen, schuim en geween.
Uit geschiedenis, ruimte en tijd zamelde zij haar materiaal tezamen
en verhief zich wenend over de wereld
totdat zij tegenover mij op de kust sloeg
en aan mijn voeten haar boodschap van rouw achterliet
met een reusachtige schreeuw
alsof zij plots de aarde breken wou.

*

Het was 1914.
In de fabrieken stapelden troep en tranen zich op.
De poenscheppers van de nieuwe eeuw
verdeelden met hun tanden de petroleum en de eilanden, het koper en de kanalen.
Niet een enkel vaandel verhief zijn kleuren
zonder spetters van bloed.
Van Hong Kong tot Chicago
zocht de politie naar documenten en oefende
machinegeweren in het vlees van het volk.
Vanaf de dageraad riepen militaire marchen
soldaten op tot de dood.
De dans van de blanken was frenetiek
in de dampige boîtes van Parijs.
Ze persten de mens uit.
Een stroom van bloed
viel van de planeet
en bezoedelde de sterren.
De dood trad toentertijd voor het eerst op in een harnas van staal.
De honger
op de wegen van Europa
was als een ijzige wind die droge bladeren en verbrijzelde botten wegwoei.
De herfst blies de lorren weg.
De oorlog had de wegen dooreen geschud.
Geur van winter en bloed
steeg op uit Europa
als uit een verlaten slachthuis.
En zoveel eigenaars ondertussen
van de steenkool,
van het ijzer,
van het staal,
van de stoom,
van de banken,
van het gas,
van het goud,
van het meel,
van het salpeter,
van het dagblad El Mercurio,
de eigenaars van bordelen,
de noordamerikaanse senatoren,
de boekaniers
beladen met goud en bloed
uit alle landen,
waren ook de eigenaars
van de Geschiedenis.
Daar zaten ze
in rok, druk bezig
elkaar eretekens te verlenen,
aan de ingang cheques uit te geven,
die ze aan de uitgang weer roofden,
zich toegang te verschaffen tot de slagerswinkel
en stukken van volkeren en landstreken
met de tanden te verdelen.

*

In die tijd kwam de wind binnen
in een eenvoudig pak
en een pet,
kwam de wind van het volk binnen.
Er was Lenin.
Hij veranderde de aarde, de mens, het leven.
De vrije revolutionaire lucht
haalde alle besmette papieren
door elkaar. Een vaderland werd geboren
dat niemand heeft belet verder te groeien.
Het is groot als de wereld, maar dicht
bij het hart van het kleinste
kind,
arbeider in fabriek of kantoor,
landbouw of boot.
Dat was de Sovjet-Unie.

Samen met Lenin
rukte Stalin op
en zo, in witte werkmansjak,
met de grijze pet van de werkman,
stapte Stalin,
met zijn rustige stap
de Geschiedenis binnen vergezeld
van Lenin en de wind.

*

Sindsdien
bouwde Stalin. Alles
vertoonde gebreken. Lenin erfde van de tsaren
spinnenwebben en lompen.
Lenin liet een erfenis na
van een wijd en vrij vaderland.
Stalin bezaaide het
met scholen en meel,
drukkerijen en woonblokken.
Vanaf de Wolga
tot aan de sneeuw
van het onherbergzame noorden
zette Stalin zijn hand neer en uit zijn hand begon
een mens te bouwen.
De steden ontstonden.
De woestijnen zongen
voor de eerste keer met de keel van het water.
De delfstoffen kwamen aanlopen,
traden tevoorschijn uit hun donkere dromen,
trokken zich op,
maakten rails en raderen,
locomotieven en snoeren
die de elektrische seinen wegleidden
tot in de verste uithoeken van het uitgebreide land.
Stalin
bedacht.
Uit zijn handen
ontstonden
granen,
tractoren,
onderwijs,
wegen,
en daardoor ook hijzelf,
eenvoudig als jij en ik,
als jij en ik erin zouden slagen
eerlijk te zijn als hij.
Maar wij zullen het leren.
Zijn zuiverheid en zijn gezond verstand,
zijn manier van denken
van goedmoedig brood en onbuigzaam staal
helpen ons om elke dag weer mensen te zijn,
om mensen te zijn elke dag weer.

*

Mensen zijn ! Dat is
de wet van Stalin !
Communist zijn is moeilijk.
Men moet slechts leren het te zijn.
Communistische mensen te zijn
is zelfs nog moeilijker,
en men moet slechts van Stalin leren
zijn serene concentratie,
zijn concrete klaarheid,
zijn minachting
voor leeg klatergoud
voor holle nietszeggende gedachten.
Hij weet onmiddellijk
de knopen te doorgronden
en de zuivere rechte lijn
uit te leggen,
door in de problemen te duiken
zonder de frases
die enkel leegte verhullen,
recht naar het zwakke centrum
dat we door onze strijd zullen verbeteren,
door de holle woorden te ontmaskeren
en een vruchtbaar plan uit te tekenen.
Stalin is de middag,
de maat van de mens en de volkeren.
In de oorlog zagen we hem
uit het puin
van gebroken steden
de hoop opdelven,
ze opnieuw opbouwen,
herscheppen uit staal,
en met zijn vernietigende stralen
de burchten van de onwetendheid
aanvallen.

Maar ook droeg hij bij om de appelbomen
van Siberië
ondanks de storm vrucht te doen dragen.

Hij leerde aan allen
te groeien, zich te ontwikkelen,
aan de planten en de delfstoffen,
aan de schepselen en de rivieren
leerde hij te groeien
en vruchten van vreugde te dragen.
Hij leerde hen de Vrede
en zo stopte hij
met zijn groot gemoed
de wolven van de oorlog.

*

Stalinisten. Met trots dragen wij die naam.
Stalinisten. Dat is de rangorde van onze tijd !
Stalinistische arbeiders, vissers, musici !
Stalinistische staalsmeden en vaders van het koper !
Stalinistische artsen, salpeterbewerkers, dichters !
Stalinistische geleerden, studenten, boeren !
Stalinistische werklieden, bedienden, vrouwen,
gegroet op deze dag ! Het licht is niet verdwenen,
het vuur is niet gedoofd,
maar zij moeten groeien,
het licht, het brood, het vuur en de hoop
van de onoverwinnelijke tijd van Stalin.

*

Tijdens de laatste jaren liet de duif,
de Vrede, de vervolgde, rondzwervende Roos
zich neer op zijn schouders, en Stalin, de reus,
hief ze omhoog tot de hoogte van zijn voorhoofd.
Zo zagen verre volkeren de vrede dagen.
Vanuit de steppen en de zeeën, de weiden, vergaderingen
richtten mensenogen
de blik naar gindse lichttoren met duiven,
en noch de brute vijandigheid noch het arrogante gif
van de bloeddorstigen, noch het gegrijns
van Churchill of Eisenhower of Trujillo,
noch het radiogeblaf van de verkochte honden,
noch het jammerlijke gejank van verslagen jakhalzen,
verkleinden zijn epische postuur
noch bespatten ze de eenvoud van zijn kracht.

*

Tegenover de zee op het Zwarte Eiland, in de morgen,
hijs ik de vlag van Chili halfstok.
De kust was verlaten en een zilveren nevel
vermengde zich met het plechtige schuim van de oceaan.
In het midden van zijn mast, in een veld van blauw
leek de eenzame ster van mijn vaderland
een traan tussen hemel en aarde.
Een man uit het volk ging voorbij, veelbetekenend groetend,
en hij nam zijn hoed af.
Een jongen kwam me de hand schudden.
Veel later naderde de zee-egelvisser, de oude duiker,
en dichter,
Gonzalito, om mij te vergezellen onder de vlag.
“Hij was wijzer dan alle mensen tezamen”, zei hij mij
de zee aanschouwend met zijn oude ogen, met de oude ogen
van het volk.
En daarop zei hij lange tijd niets meer.
Een golf
deed de stenen van de oever huiveren.
“Maar Malenkov zet vandaag zijn werk verder”, vervolgde hij
terwijl hij opstond, de arme visser met het versleten vestje.
En ik bezag hem verbaasd terwijl ik dacht: Hoe, hoe weet hij dat ?
Vanwaar, op deze eenzame kust?
En ik begreep dat de zee het hem bijgebracht had.

En zo waakten wij samen aldaar, een dichter,
een visser en de zee
over de verre Kapitein die toen hij stierf
aan alle volkeren zijn leven als erfdeel naliet.

Pablo Neruda.

Uit het Spaans vertaald, naar de allereerste uitgave in boekvorm in de bundel: Las uvas y el viento, Nascimento, Santiago de Chile, 1954, pp. 170-180.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


1 × 2 =