Over Markus Wolf, de DDR en de dubbelzinnigheid van lyriek

| Geen reacties

Een goede maatschappij bestaat niet, evenmin een goed regime of een goed sociaaleconomisch systeem. Immers: alle maatschappijen, systemen en regimes zijn gebaseerd op macht, en uit het feit dat mensen macht (kunnen) uitoefenen over andere mensen vloeien mijns inziens quasi alle maatschappelijke kwalen voort. Maar dat belet niet dat er verschillen bestaan tussen de verschillende regimes en systemen, en dat dus het onderscheid voortdurend gemaakt moet worden, én geëvalueerd.

Zo is er volgens mij in de hele Duitse geschiedenis (afgezien van enige efemere experimenten) slechts één echte poging geweest om een werkelijk democratische staat op te bouwen: dat is de DDR geweest. Dat die poging niet lukken kon, is nu wel duidelijk, evenals de belangrijkste redenen daarvoor: de beperkingen opgelegd door de tijd en de mensen, op de eerste plaats de leiding natuurlijk, bv. het feit dat de marxistische methode al snel verworden was tot een starre ideologie waar amper nog creatieve impulsen van uitgingen, het feit anderzijds dat de DDR nooit echt onafhankelijk was (net zomin als de BRD trouwens) en voortdurend onderhevig was aan sabotage en ondermijning (zoals de andere staten van het Oostblok overigens), terwijl de geesten van de bevolking voortdurend vergiftigd werden door een niet aflatend bombardement van Westerse propaganda (Springer vanuit Berlijn!), en tenslotte moet ook de vraag gesteld worden of de productiekrachten zich binnen de gegeven productieverhoudingen nog wel ontwikkelen konden, want is dat niet het geval dan leidt dat tot maatschappelijke breuken, die waarschijnlijk evenzeer positief kunnen zijn (revoluties) als negatief (contrarevoluties). Er zijn nog andere redenen, maar dit lijken me toch de meest voor de hand liggende.

Die propaganda, gepaard aan een toenemende criminalisering, gaat trouwens nog steeds door. Zo werden na de Anschluss bv. rechters uit de DDR voor westerse rechtbanken gedaagd wegens vonnissen en arresten (tot de doodstraf of tot opsluiting) die ze tussen 1946 en 1952 hadden uitgesproken tegen nazi-oorlogsmisdadigers. En waarvan werden die na 1989 beschuldigd? Van moord c.q. doodslag en vrijheidsberoving! Je houdt het niet voor mogelijk, maar het is wel echt zo! En dat wil een rechtsstaat zijn. Voor wie het boek van Ingo Müller, Furchtbare Juristen, die unbewältigte Vergangenheit unserer Justiz (Kindler Verlag, München, 1987), ooit gelezen heeft, is daar niets nieuws onder de zon natuurlijk. De rechters uit de nazitijd zijn in de BRD gewoon op post gebleven en hebben de hele West-Duitse justitie totaal vergiftigd met hun nazi-mentaliteit; en dat gaat tot op de dag van vandaag verder, ook de ‘Rachejustiz’ tegen officiële vertegenwoordigers van de DDR is daar maar een onderdeel van.

Nee, geef mij dan maar de DDR, veel liever dan de BRD !

Een van de eerste doelwitten van die voortdurende propaganda is vooral het vroegere ‘Ministerium für Staatssicherheit’, kort Stasi genoemd. Het belangrijkste en eigenlijk het enige verwijt is dat de dienst de Oost-Duitse bevolking volledig in de gaten hield, en dat deed door die bevolking elkaar te laten bespieden. Onafgezien van het feit dat dit nogal primitieve middelen zijn, is dat gewoon de taak van elke binnenlandse geheime dienst, en in de BRD, of in België, Frankrijk etc. gaat het niet anders toe; enkel de manier waarop verschilt: door de bevolking zelf in te schakelen in inlichtingenwerk zorg je hoe dan ook mede voor een vorm van sociale cohesie en controle, iets dat in het westen allang niet meer bestaat. Vandaar dat hier vooral met elektronische middelen gewerkt wordt: als de burgers wisten hoe vaak ze afgeluisterd en gefilmd werden, hoe hun papier soms wordt opgehaald door geheime diensten ipv afvalwagens, hoe ze voortdurend gefilmd worden, hoe heel hun leefomgeving vol gadgets van geheime diensten zit, hoe die zonder boe of ba in privéwoningen inbreken, enz., ze zouden nogal schrikken. Waarbij komt dat ook westerse geheime diensten de oude methodes toepassen: in Nederland bv. is er in elk politiekantoor, en dus bijna in elk dorp of elke wijk, een afdeling van de Binnenlandse veiligheidsdienst (AIVD) aanwezig om de burgers te bespioneren.

Maar het opvallendste is natuurlijk dat ze inderdaad geen enkel echt misdrijf gevonden hebben om de Stasi of gelijkaardige diensten aan te smeren. En geloof maar dat ze ernaar gezocht zouden hebben, en de kranten niet groot of dik genoeg hadden kunnen zijn om het allemaal uit te smeren tot in de goorste zelf uitgevonden details.

Maar nee: geen bomaanslagen zoals in Bologna, geen opgeblazen metrostellen zoals in Londen, geen moordpartijen zoals in Noord-Ierland, geen ‘terroristische’ groepen als de CCC of moordbenden als de Bende van Nijvel in België, geen moord op een politicus als Pim Fortuyn in Nederland enzoverder enzovoort. In alles wat ik opsomde en nog veel meer zijn Westerse geheime diensten direct betrokken geweest (men leze daarover het doctoraat van Daniele Ganser: Nato’s secret armies. Operation Gladio and Terrorism in Western Europe. Frank Cass, London & New York, 2005, dat jammer genoeg enkel over het verdere verleden handelt, en waarin het hoofdstuk over Duitsland m.i. onvolledig is, want nergens heeft hij het over de rol van BND en Verfassungsschutz in het West-Duitse ‘terrorisme’).

Nee, dan liever, veel liever de DDR en haar Stasi !

Laten we wel zijn: ik moet van geheime diensten niks hebben, potentieel zijn het allemaal misdadige organisaties. Maar ook hier moet een onderscheid gemaakt worden tussen straatboefjes die een ruit inschoppen en echte moordsyndicaten van hetzelfde kaliber of nog erger dan de meest moorddadige maffiabendes (Mossad, CIA, MI6). De Stasi behoorde duidelijk niet tot deze laatste categorie.

Vorige week donderdag is de vroegere baas van de buitenlandafdeling van de Stasi, Markus Wolf, overleden. Ik heb hem bewonderd, en ik kan goed begrijpen dat zijn ondergeschikten en/of medewerkers trots waren onder en met hem te hebben kunnen werken. Maar die bewondering kan nooit absoluut zijn, juist vanwege de functie van Wolf.

Toch is mij een gedicht uit de pen gevloeid toen ik zijn dood vernam, het is na te lezen op deze website. Enkel de datum eronder en de laatste twee verzen verwijzen naar de persoon van Markus Wolf (en dan nog !), het corpus van het gedicht gaat eigenlijk over wolven; en wat over die wolven gezegd wordt is niet alleen positief, het stemt ook overeen met de werkelijkheid (zie Der Wolf, Verhalten, Ökologie und Mythos van Erik Zimen (Goldmann Verlag, München, 1993), het beste boek over dit dier voor een groot publiek): wolven zijn sociale dieren, die meestal niet agressief zijn en zelfs best met mensen overweg kunnen, alleen zijn ze niet te temmen natuurlijk. Maar net zoals communisten zijn wolven slachtoffer van een negatieve propaganda, die tegenover hen al eeuwenoud is, en slechts de laatste jaren een beetje gecorrigeerd werd. Een negatieve perceptie dus, en een positieve werkelijkheid.

Betrokken op de persoon van Markus Wolf verwoordt het gedicht dus zowel de bewondering van de auteur als zijn scepsis. Ik denk dat dit enkel in lyriek op zo’n afstandelijke en toch betrokken manier kan. Maar als het gedicht ooit in een volgend boekje opgenomen wordt, zal het toch nog bewerkt moeten worden, krachtiger en kernachtiger verwoord.

P.S.: het voorafgaande had betrekking op een vorige versie van het gedicht. In de definitieve werd elke rechtstreekse verwijzing weggelaten, op de datum na.

Bron foto:
Signiertes Portraitphoto von Markus Wolf
Roger Melis
1.04.1995
Photographie
Deutsches Historisches Museum, Berlin
Inv.-Nr.: Do2 97/182

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


17 − 10 =