Over het lezen van romans

| Geen reacties

Een roman lees je uiteraard nooit met de bedoeling er iets van te onthouden; dit laatste kan immers enkel resultaat van de lectuur zijn.  Maar wanneer blijft je van de lectuur van een roman iets bij, en wanneer niet ? Welke elementen voeren ertoe dat je een roman onthoudt, welke dat je hem vergeet ? Is dat puur persoonlijk, of bevatten sommige romans intrinsieke elementen, die ervoor zorgen dat je je hem herinnert ? En in dat laatste geval, welke zijn dan die elementen ?

Ik zou het eigenlijk niet weten, want tot nog toe had ik daar nog nooit over nagedacht.

Wel is het zo, dat ik mij de lectuur van vele romans herinner, en waarschijnlijk ben ik nog meer romans inderdaad totaal vergeten.  Twee keer heb ik dat als het ware aan den lijve ondervonden: ik begon in een roman te lezen (het betrof er een van Drieu la Rochelle en een van D. H. Lawrence, welke weet ik al niet meer) tot ik na enkele bladzijden merkte dat er potloodaantekeningen in de marge stonden, in mijn eigenste handschrift; ik had die boeken jaren voordien dus al gelezen, en er was mij niks van bijgebleven. Waren het daarom slechte boeken ? Helemaal niet: beide auteurs zijn bekend, hun romans behoren tot de middenmoot, het zijn geen echte meesterwerken, maar evenmin absolute prullen.

Toch gebeurt dat niet echt vaak, een dergelijke ervaring.  Meestal herinner ik me minstens dat ik een bepaalde roman gelezen heb, ook al herinner ik me er verder niets van. Het helpt natuurlijk als je ook óver een bepaalde auteur of een bepaalde roman gelezen hebt.  Maar toch: van de eerste romans van Sybren Polet bv. herinner ik me enkel dat ik ze goed en boeiend vond, van één herinner ik me zelfs nog de eerste zin (‘De heer Godgegeven hoorde een vogel fluiten’) en het daarbij aansluitende slot, dat hij nl. de naam van de vogel opzocht; van wat daar tussen in gebeurde herinner ik me niets. Na jaren las ik opnieuw twee romans van Sybren Polet, latere,  en daarvan herinner ik me enkel dat ik ze slecht en vervelend vond.  Ligt dat aan de boeken in kwestie, of ligt dat aan mij ? Te oud geworden en te veel gelezen ?

Waarom blijft een roman me bij ? Zonder definitief uitsluitsel te kunnen geven, denk ik dat het met herkenning te maken heeft: hoe meer je van jezelf herkent, hoe sterker een roman een spiegel blijkt te zijn, hoe groter de kans dat je je hem zult herinneren. Eén voorbeeld slechts: een jaar of tien geleden las ik Mémoires d’un rat van Andrzej Zaniewski (Belfond, Paris, 1994) en toen het boek uit was, ben ik in een minuten durende zeer diepe huilbui uitgebarsten.  Iets in dat boek moet me tot in de kern van mijn ziel (als ik het zo zeggen mag) geraakt hebben.  Wat dat is, laat ik in het midden.  Het is hier geen plaats om een zelfpsychoanalyse te doen. En het is trouwens een extreem voorbeeld, want zo’n reactie treedt quasi nooit op.

Een boek moet je dus emotioneel raken, dan is de kans groter dat je ’t onthoudt. Maar dat emotionele aspect moet ook verder reiken, het moet aanzetten tot nadenken over het waarom van die reactie, het moet tot kennis en zelfkennis voeren, maar op een andere, directere manier dan een essay.,

Met ontspanningsliteratuur heb je dat niet zo sterk, of zelfs helemaal niet, ik toch niet.  Maar wat is ontspanningsliteratuur? Detectives, thrillers, uiteraard.  Ook die heb ik vroeger verslonden, en inderdaad: niets is mij ervan bijgebleven, tenzij in uitzonderlijke gevallen.  Maar ook een schrijver als Lanoye bv. is voor mij ontspanningsliteratuur, ook daar zal mij niets van bijblijven.  In tegenstelling tot de romans van Peter Verhelst bv., die wel degelijk dieper reikt, en meer wil dan een actueel verhaaltje vertellen. Tongkat zal ik mij blijven herinneren, geen probleem; van de trilogie van Lanoye weet ik nu al niet meer of ik het derde deel nu al gelezen heb of niet (ik zou een teken moeten verzinnen, met potlood aan te brengen, waaruit blijkt: ja, dit heb ik al gelezen).

Ik denk niet dat ik de roman te academisch bekijk.  Misschien zijn gewoonweg mijn verwachtingen soms te groot. Over ART. 285b waren goeie, positieve recensies verschenen, waaruit je zou kunnen afleiden dat het om een literaire roman ging, en daar heb ik mij door laten vangen.  Moet ik dus niet meer doen.

Want over het algemeen stel ik mijn verwachtingen niet (meer) zeer hoog wanneer ik aan een roman begin. Ik ga ervan uit dat ik wel zal zien wat het inhoudt, wat het waard is. En soms valt het dan mee, meestal niet.  De meeste romans behoren inderdaad tot de ontspanningsliteratuur, lectuur dus, en kunnen dus beter gewoon vergeten worden.

Wel is het zo dat ‘stijl’ een tamelijk grote rol speelt in mijn appreciatie van een boek, en waarschijnlijk ook in mijn verwachtingspatroon.  Het liefst zijn mij auteurs, die je herkent aan hun stijl, die de stilistische eenheidsworst van de hedendaagse (maar was het vroeger anders ?) literatuur overstijgen.  Een boek van Brouwers, Boon, Claus, Walschap…herken je aan de eerste bladzijde, ook al heb je het nog niet gelezen en zou de titel je totaal onbekend zijn en het boek onder pseudoniem zijn verschenen.  Boon bv. heeft onder pseudoniem enkele flutromannetjes en –verhalen geschreven (die overigens best eens verzameld zouden mogen worden) waarvan het bekendste wel De liefde van Annie Mols is; welnu, aan bepaalde Boonse stijleigenaardigheden zie je onmiddellijk wie de auteur ervan is.  Aan een boek van Lanoye of van Hemmerechts, of van de Moor of van tutti quanti daarentegen kan ik met de beste wil van de wereld geen eigenheid ontdekken op het gebied van de stijl.

Maar ook de ‘inhoud’ interesseert me uiteraard (om dat oude, schoolse, eigenlijk onbruikbare begrip even boven te halen); een liefdesverhaaltje kan voor mij slechts interessant zijn als het inderdaad superieur verwoord is, anders is het niet meer dan een veredelde vorm van ‘idylle’ of ‘doktersroman’ of iets dergelijks.  Maar het boeiendst blijft natuurlijk de combinatie van een schitterende eigen stijl met een onderwerp dat het maatschappelijke op de een of andere wijze verbindt met het persoonlijke van de hoofdfiguren en een gezonde dosis filosofische reflectie, die echter niet mag overheersen of op de voorgrond treden, maar onderhuids de lezer ingespoten moet worden, door middel van de stijl juist. Ik denk aan Ein weites Feld van Grass, aan de grote dubbelroman van Boon, aan een klassiek vormgegeven roman als Les deux étendards van Lucien Rebatet ook. Er zijn zoveel voorbeelden, zelfs in de Nederlandse letteren.

Misschien is het dat wel wat ik verwacht van een roman, ja.  Maar na jaren weet ik uiteraard wel hoe zeldzaam een dergelijke intense ontmoeting is, en dat je heel veel romans moet lezen om af en toe zo’n ontmoeting te kunnen hebben.  Maar dan is het natuurlijk wel de moeite waard geweest.

En in die gevallen onthou je ook wat je gelezen hebt, niet tot in de kleinste details natuurlijk, maar dat hoeft niet. En of dat de ‘bedoeling’ geweest is, heeft dan geen enkel belang meer.  Het resultaat is er.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


6 + 18 =