Pausen en Ayatolla’s

| Geen reacties

Pausen, ayatolla’s en andere zoogdieren van gelijke aard behoren niet tot mijn vriendenkring, en zijn daar overigens ook niet welkom.

Hetgeen niet belet dat de waarheid soms haar rechten heeft.

Zo sprak de huidige paus tijdens zijn recent bezoek aan Beieren aan de universiteit van Regensburg een voordracht uit, die ik in het Engels las onder de titel Faith, Reason and the University – Memories and Reflections. Deze toespraak heeft enorm veel stof doen opwaaien, gaf aanleiding tot veroordelingen, manifestaties en bedreigingen door moslims aan het adres van het Westen in het algemeen, het christendom en het Vaticaan in het bijzonder.

Totaal ten onrechte.  Tenzij ik niet meer kan lezen. Of tenzij de tekst die ik las (een vertaling inderdaad, het Duitse origineel las ik niet) naderhand werd ‘bijgewerkt’.  Een instelling zoals het Vaticaan moet je uiteraard niet vertrouwen, ze zijn tot alles in staat. Maar in Regensburg waren voldoende toehoorders aanwezig om de tekst te laten voor wat hij was – anders zou het zeker in de openbaarheid gekomen zijn. Quod non tot op heden.

Totaal ten onrechte dus.

Vooreerst het gewraakte citaat van keizer Manuel II Paleologus. Alvorens deze keizer te citeren, introduceert Jefke Ratzinger dat citaat als volgt: “…he adresses his interlocutor with a startling brusqueness, a brusqueness which leaves us astounded…”, hetgeen in het Nederlands luidt: “…hij richt zich tot zijn gesprekspartner met een schokkende bitsheid, een bitsheid die ons geschokt achterlaat…”

Op dezelfde manier, zou ik zeggen, als de reactie van moslims ons ontzet achterlaat. Immers, door deze introductie zegt de paus zelf dat het citaat overdreven is, vijandig van toon, provocatorisch, en door dit te zeggen neemt hij er duidelijk en expliciet afstand van. In heel de pers die ik erover heb kunnen nalezen werd deze introductie over het hoofd gezien, mij is géén blad bekend waarin ernaar verwezen werd c.q. waarin het werd geciteerd. Nochtans is deze passage cruciaal, want ze haalt de ziekelijke reacties quasi volledig onderuit. Zou iemand in het Vaticaan dit eraan toe hebben gevoegd? De schuld ligt m.i. eerder bij het journaille en de spreekwoordelijke oppervlakkigheid ervan, om nog niet te zeggen: de spreekwoordelijke vooringenomenheid en kwade trouw ervan.

Eén van de weinigen om wat tegengif te geven was Rik Torfs in De Morgen; vooral het einde van zijn stuk was duidelijk en juist: iemand heeft er belang bij om dit op te blazen, om van een mug een olifant te maken, om mensen, religies enz. tegen elkaar op te hitsen, en onze stinkpers doet natuurlijk niets liever dan aan die spelletjes meedoen (die laatste bewering is niet meer van Torfs, maar van mij). Maar Torfs zegt ook, dat Ratzinger een erg slecht citaat koos. Is dat zo? Misschien wel, misschien niet. Ik kan enkel gissen hoe hij aan dit citaat komt. Ratzinger is een kamergeleerde, een boekenwurm, een universiteitsprofessor van de ouwe, goeie stempel.  Hetgeen betekent dat hij een grote liefde koestert voor zijn vak, de literatuur ter zake nog steeds probeert te volgen en met gretigheid in nieuwe studies en tekstuitgaves leest. Waarschijnlijk had hij Theodore Khoury’s tekstuitgave pas gelezen, misschien zelfs nog niet helemaal ten einde gelezen. En wat doet een kamergeleerde, wereldvreemde professorpaus of pausprofessor dan? Inderdaad, bij de eerste de beste gelegenheid citeert hij uit het boek dat hij net gelezen heeft of bezig was te lezen.

En dat het citaat niet zou passen in de context van de hele toespraak? Toch wel, zo meen ik, ook al ben ik geen theoloog. Het gaat immers over de natuur van God, en meer bepaald de verhouding tussen de goddelijke natuur en de logos, de redelijkheid. De houding t.o.v. dat probleem van moslims en van christenen is totaal tegenovergesteld; voor moslims immers is God absoluut transcendent, hetgeen duidelijke theologische implicaties heeft (je zou kunnen zeggen dat God in de islam amper een rol speelt, een echte deus absconditus is, waardoor heel het theologische gewicht op mensen komt te liggen, i.c. op de eerste plaats op de profeet, en zijn navolgers), die erop neer (kunnen) komen dat er tussen God en mens (God en schepping in zijn geheel eigenlijk) geen enkele band meer is, en dat God dus alles kan willen wat mogelijk is, nu zwart bv. en het ogenblik daarna wit. En je zou kunnen zeggen dat dat dan ook opgaat voor mensen, zijn die immers niet een beeld van God, ook in de islam? Daar tegenover stelt de paus dan de christelijke visie, die stelt dat het inherent is aan Gods natuur om redelijk te handelen, dat God niet onredelijk zou kunnen handelen. En dat geldt dan ook wel voor de mensen?

Dat is de kern van zijn betoog, zoals ik het zie. En ’s keizers citaat past daar wel degelijk in, zeker als het door de geciteerde introductie voldoende afgezwakt werd. Maar ik geef toe: misschien kan ik wel helemaal niet lezen. Wat een onbenul als Paul Goossens, eveneens in De Morgen, daarin las bv., raakt m.i. kant noch wal. En hetzelfde geldt voor andere ’lezers’, moslims of niet. Maar ook hen begrijp ik wel (voor zover ze de tekst inderdaad gelezen hebben uiteraard, en niet afgaan op samenvattingen, titels in andere kranten of horen zeggen – hetgeen meestal gedaan wordt door het journaille, inderdaad, jammer genoeg), want het is een zuiver theologische tekst, eigenlijk puur voor vakgenoten op universitair niveau geschreven. Maar toch: een beetje goeie wil en een doorsnee bevattingsvermogen zouden moeten volstaan om zo’n tekst door te worstelen, er de essentie van te grijpen, en vooral de belangrijkste passages niet over het hoofd te zien. Tenzij men van kwade wil is natuurlijk.

Erg is het, dat ik nu al pausen zit te verdedigen.

Delen:

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


6 + 17 =