Drie Romandebuten

| 2 reacties

Ik lees al een hele tijd amper nog romans, maar nu heb ik het bestaan niet minder dan drie romandebuten achter elkaar te lezen. Met als belangrijkste resultaat de overtuiging dat ik inderdaad zo weinig mogelijk romans zou moeten lezen, zeker hedendaagse.

De eerste is het debuut van Ingo Schulze: Simple Storys, ein Roman aus der ostdeutschen Provinz (DTV, München, 2006). De ondertitel is verkeerd: in aansluiting bij Balzac zou het boek niet ‘roman’, maar ’scenes’ moeten heten, want dat zijn het eigenlijk: scènes uit de provincie (Hugo Claus deed het beter met zijn Belladonna, die als ondertitel inderdaad meekreeg ’scènes uit het leven in de provincie’).  Het boek kent wel figuren en personages, die in alle hoofdstukken of scènes terugkomen, maar een verhaallijn, zoals in een roman, is er niet (terwijl we ook niet met een experimentele roman te maken hebben), het zijn inderdaad slechts schetsen uit het alledaagse leven van de figuren, dus noodzakelijkerwijze banaal, met veel dialogen, en eigenlijk vervelend en oninteressant. Het enige positieve is de poging om een atmosfeer van alledaagsheid, verveling en lichte hopeloosheid op te roepen en op de lezer over te brengen. Maar meer dan een poging is het niet: misschien was de auteur stilistisch nog niet rijp of sterk genoeg om dat aan te kunnen; zoiets is immers inderdaad moeilijker dan het vertellen van een verhaaltje of verhaaltjes, zoals de titel zegt.

De tweede is Art. 285b van Christiaan Weijts (De Arbeiderspers, 2006), wel een roman deze keer, met de klassieke verhaallijn: een liefdesgeschiedenis, die zich m.i. amper onderscheidt van onnoemelijk vele andere, gelijkaardige papieren liefdesgeschiedenissen.  het feit dat de verhaallijn van deze roman naar een rechtszaak wegens stalking voert is misschien modieus, maar voor de rest amper origineel.

Het boek is geschreven in correct Nederlands, met zelfs -godlof! – hier en daar een poging om het carcan van correct taalgebruik te doorbreken door een beeld, een verrassende vergelijking meestal. Maar pakweg vijf keer op meer dan driehonderd bladzijden is natuurlijk niet vet. De tijd, dat romans ook taalkunstwerken waren is al lang voorbij blijkbaar. Zelfs zelfverklaarde verhaaltjesvertellers als Walschap hadden een stijl, die je onmiddellijk herkende.  Dat is hier helemaal afwezig. Daardoor blijft dit boek een van de vele die jaarlijks verschijnen, die je wel met plezier leest, ter ontspanning, maar waarvan je snel na de lectuur al alles vergeten bent. Ontspanningsliteratuur dus, inderdaad.  Een vlot verteld banaal verhaaltje. Dan nog liever Ingo Schulze.

De derde tenslotte is Brennende Dörfer (Rimbaud Verlag, 2006) van Leo Katz.  Deze Katz is een vandaag quasi totaal vergeten figuur, en deze roman (zijn debuut) is inmiddels al meer dan een halve eeuw oud.  Maar van de drie is hij wel de betere, ook al is het evenmin een meesterwerk. Vanuit het standpunt van een kind worden gebeurtenissen uit 1907 in Sereth (klein stadje in Oostenrijk-Hongarije, aan de grens met Roemenië, in de Boekovina) verteld, met name de invoering door keizer Frans-Joseph van het algemeen stemrecht, en de gevolgen daarvan, vooral op het gedrag van de verschillende kandidaten. Dat speelt zich af tegen de achtergrond van een grote boerenopstand in het naburige Roemenië.  Opvallend in dit boek is de sterke humor, de ironie en het sarcasme waarmee de machthebbers getekend worden, en de warmte en betrokkenheid waarmee hij de mensen uit het volk, de opstandelingen en de kinderen tekent, en dat zonder dat de schrijver ooit sloganesk of pamfletair wordt. Het enige mindere punt is weer de zwakke stilistische kracht van het boek, duidelijk van een debutant dus.

Inderdaad dus: niet te veel romans meer lezen, zeker geen hedendaagse.

Delen:
Share

2 reacties

  1. Probeer toch es : Slaap!
    van Annelies Verbeke (winnares debuutprijs 2004)

    Grtjs, Lou.

  2. Het kan toch niet de bedoeling zijn om elke roman die je leest te onthouden. Een roman is een roman is een roman. Van de meeste romans die ik heb gelezen is me weinig of niets bijgebleven net omdat het ontspanningsliteratuur is. Uiteraard is de ene roman de andere niet en de verschillen qua stijl zijn niet te ontkennen. Mijns inziens bekijk je “de roman” te academisch. Een banale roman kan een welkome afleiding zijn van het vele didactisch proza welk men uit hoofde van zijn job of uit eigen interesse tot zich neemt.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


12 − 6 =