Intelligent ontwerp

| Geen reacties

Puur uit nieuwsgierigheid

(nooit zal ik dat afleren: alles willen kennen, alles willen weten, steeds willen onderzoeken, willen uitvissen wat zich verbergt, wat zich niet wil leren kennen, de dubbele betekenissen, de achtergronden; een faustische natuur heeft iemand dat ooit genoemd: zwar weiss ich viel, doch möcht’ ich alles wissen)

Juist een boek gelezen van een van de belangrijkste protagonisten van de theorie van het zgn. ‘intelligent ontwerp’, nl. Intelligent Design, de zwarte doos van Darwin van Michael J. Behe, hoogleraar in de moleculaire biologie aan Lehigh University in Bethlehem (what’s in a name, ook al is het dan een plaats in de VS, en niet in Palestina).

Mijns inziens kan heel dat boek worden samengevat in drie stellingen, die min of meer een syllogisme zouden kunnen vormen:

1) er zijn in de natuur en in de biologie zaken die enorm complex zijn, en waarin alles volkomen met alles samenhangt;

2) de theorie van Darwin is niet in staat een grondige uitleg te verschaffen van zulke complexe fenomenen;

3) dus: die fenomenen zijn door een intelligentie ontworpen.

Je hoeft geen keikop in de logica, laat staan in de syllogistiek te zijn, om in te zien dat deze redenering ( en ik herhaal het: dit is de basisredenering van het hele boek, en waarschijnlijk van al dergelijke boeken) niet klopt: de twee premissen zijn elk op zich wel juist, maar uit die premissen volgt op geen enkele manier onomstotelijk en noodzakelijkerwijze de conclusie.

Er is in het hele boek dan ook niet één enkel bewijs te vinden voor de basisstelling; wel voor de complexiteit van enkele tamelijk gedetailleerd uitgelegde fenomenen (bv. de bloedstolling, of de trilharen van cellen…), maar om van daaruit te concluderen tot God als schepper (want daar komt het uiteindelijk op neer) is niet alleen totaal onwetenschappelijk, het is gewoon het hernemen van vroegere standpunten: we weten het (nog) niet, dus het moet God wel zijn. God dus nog altijd als gaatjesvuller.

Ik kan niet begrijpen dat ook maar iemand door dit boek overtuigd zou kunnen worden.

Dan is een ander boek, dat eigenlijk dezelfde stelling verdedigt, en dat ik enkele maanden geleden las, wel van een ander kaliber: Avant le Big Bang van de gebroeders Igor en Grichka Bogdanov, respectievelijk specialisten in de theoretische fysica en in de wiskunde. Dit boek is echt overtuigend geschreven (ook al voldoet ook dit niet om mij te overtuigen; ik blijf de twijfelende Thomas, ik moet mijn hand in de wonde kunnen leggen) en straalt een enthousiasme uit, dat haast aanstekelijk werkt.

Dat komt vooreerst door de opbouw: het boek is geschreven naar een culminatiepunt toe, bijna als een thriller, hetgeen ook betekent dat het niet in een syllogisme kan samengevat worden, daar is het te rijk voor.

Maar vooral: voor iedereen die zich vragen stelt over het heelal, de aarde, de mens, over het hoe, het wat, het waarom, het waarheen, raakt het boek de kernproblemen van mensheid en individu. Want inderdaad: als er een doelgerichtheid in de schepping aanwezig is, dat kun je zeggen dat uiteindelijk niets tevergeefs is geweest. Daarzonder, als alles louter toeval is zoals Monod voor een dertigtal jaren beweerde, dan is alles ook zinloos, en dan kan de mens, de aarde, het heelal er evengoed niet dan wel zijn, het maakt geen enkel verschil meer uit.

De gebroeders Bogdanov weten bij de lezer die ik ben een huivering op te roepen, die door en door religieus van aard is: de huiver tegenover het mysterium tremendum et fascinans, zoals Rudolf Otto dat ooit noemde, en dat mijns inziens samenvalt met wat de verschillende godsdiensten ‘God’ noemen – hetgeen voor mij geen persoon kan zijn, laat staan een persoon die rechtstreeks tussenkomt bij ons en telefoonverbindingen onderhoudt met mensen als Ratzinger of van Brabant. God beware me voor dat soort geborneerde bezitters van absolute waarheid.

Dit tweede is, zoals gezegd, een schitterend boek, mysterieus en poëtisch soms zoals alleen de wiskunde zijn kan. Het is immers duidelijk, dat er aan de Big Bang niets ‘vooraf’ ging, want de tijd zelf is toen mee ontstaan. Er was alleen maar niets, zéro, een onvoorstelbaar niets, waarover de auteurs stellen: “au-delà de l’instanton gravitationnel singulier, il n’y a plus rien. Ni matière, ni espace, ni temps. Seule reste, solitaire, silencieuse, immobile, la Singularité Initiale, le point zéro. Un être entièrement mathématique, lisible et uniquement visible par les mathématiques.” (p. 253)

Je kunt dit boek gemakkelijk in verband brengen met belangrijke mystici, voor wie God ook ‘niets’ was, een onpeilbare afgrond, een ‘ungrund’ enz. enz.

Lees dit, zou ik zeggen, en toon mij aan dat ik er verkeerd aan doe er zo enthousiast op te reageren.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


19 + vijf =