Jan Schouten en zijn Vrijmetselarij

| 5 reacties

WOORD VOORAF

Wanneer je er de grote literatuurgeschiedenissen – van Jonckbloet in het laatste kwart van de 19de eeuw tot Schenkeveld-van der Dussen op het einde van de 20ste eeuw – op naslaat, zul je de naam van Jan Schouten daarin niet tegenkomen. Voor de literatuurhistorici was hij in zijn eigen eeuw literair blijkbaar al morsdood. En vandaag zullen enkel nog een paar specialisten in de letteren van de 18de eeuw – waar Jan Schouten mentaal nog toe behoorde, ook al schreef hij in de 19de – plus de spreekwoordelijke derde – dat is ondergetekende – van hem gehoord hebben.

Toevallig kwam ik enkele jaren geleden in een Duits antiquariaat een boekje tegen, Die Freimaurerei, in drei Gesängen, waar onder de titel vermeld stond: ‘aus dem Niederländischen’ [1]. Daarop ben ik verder gaan zoeken om zoveel mogelijk over Jan Schouten te weten te komen en om, als het enigszins kon, een exemplaar van zijn werk(en) te bemachtigen, op de eerste plaats natuurlijk van zijn hoofdwerk. Dat lukte.

De eerste lectuur ervan – gekoppeld aan mijn kennis van de vrijmetselarij – overtuigde mij er al van dat ik hier een belangrijk werk onder ogen had: als de Verlichting in de letteren ergens in het Nederlands tot uiting gekomen was, dan wel hier; even sterk wellicht, en zeker directer en geconcentreerder, als bij Johannes Kinker. En op een wijze die – gemeten met de normen van die tijd – hoogstaand en waardevol was.

Uitbreiding van het onderzoek naar het buitenland bevestigde dat beeld niet alleen, maar stelde het zelfs scherper: Jan Schoutens gedicht steekt met kop en schouders uit boven de meeste vergelijkbare gedichten uit het buitenland.

Dat alles heeft mij ertoe genoopt de resultaten van dit onderzoek samen te vatten in de inleiding die hierna volgt, en die de erop volgende tekst van het gedicht moet situeren in een Nederlandse en in internationale letterkundige en maçonnieke context. De noten die bij de tekst gevoegd worden, verklaren niet alleen woorden die ongebruikelijk geworden zijn, of die een betekenisverandering hebben ondergaan, maar ook mythologische, historische en maçonnieke begrippen, die in Schoutens gedicht voorkomen. De aantekeningen van Schouten zelf worden zonder meer overgenomen, zij het in een kleiner lettertype: het is altijd leerrijk om te zien hoe de kennis van de mensen in die tijd eruit zag, en hoe ze die verwoordden. Uitgangspunt voor deze heruitgave is de tekst van de tweede druk, gelet op de verbeteringen – hoe weinig ook – die Schouten daarin aanbracht.

Een studie als deze maakt men niet helemaal op z’n eentje. Daarom wil ik vooreerst de heren Frank Langenaken van het ‘Maçonniek Documentatiecentrum’ in Brussel, W. Van Keulen van het ‘Cultureel Maçonniek Centrum ‘Prins Frederik’’ in Den Haag, Jean-Claude Couturier van het ‘Institut Lorrain d’Etudes et de Recherches Maçonniques’ in Nancy, en Martin Cherry van ‘The Library and Museum of Freemasonry’ in Londen hartelijk bedanken voor de hulp die ze mij geboden hebben. Hetzelfde geldt voor de bibliotheken van de Katholieke Universiteiten van Leuven en Nijmegen, die mij een fotokopie van respectievelijk de eerste en de tweede druk bezorgden, waarop ik verder heb kunnen werken. Het personeel van de Antwerpse Stadsbibliotheek en van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag was even behulpzaam en welwillend als steeds. En ook de bijdrage, in de vorm van opmerkingen of praktische hulp, van Rietje van Vliet, André Hanou, Erwin Breusegem en Jan Snoek, heeft er mede voor gezorgd dat dit project uiteindelijk toch tot een goed einde werd gebracht.

Tenslotte is er natuurlijk weer Diana, die niet alleen weer eens alle computerproblemen heeft opgelost, maar die het, als absolute leek in deze literatuur, zelfs bestaan heeft Schoutens tekst helemaal te lezen om de woorden en begrippen aan te duiden, die volgens haar verklaring behoefden. Aan haar draag ik deze uitgave dan ook graag op.

Oorspronkelijk was deze tekst bedoeld als inleiding bij de heruitgave in boekvorm van Schoutens gedicht over de vrijmetselarij. Maar vermits deze er blijkbaar niet komt, publiceer ik de tekst hier maar.

—————————

Alle eindnoten staan gegroepeerd op bladzijde 18.

Delen:
Share

5 reacties

  1. Beste Peter,

    Ik ben op zoek naar Kobuel, dat is de persoon die op Wikipedia geschreven heeft over Jan Schouten. Bent u dat, of kent u hem wellicht?

  2. Beste Lucas,

    Nee, dat ben ik niet en deze Kobuel is mij volledig onbekend. Ik wist niet eens dat op Wikipedia iets over Jan Schouten stond. Bedankt voor de tip!

  3. Hallo Peter,

    Mijn complimenten voor de keurige uitleg en overzichtelijkheid van je website en dan het magistrale essay in 5 delen over Jan Schouten. Wat zoekt nu een amateur-genealoog in de literatuur, wel niet direct, maar Jan Schouten was ook scheepsbouwer in Dordrecht en mijn oudvader kapitein Berend Hindriks Schuring (1780-1839) voer voor reders in Dordrecht, zijn schoonfamilie de Mugge’n waren ook allemaal zeelui, zijn zwager kapitein Jan Harms Mugge (1795- 1861 was lid van de vrijmetselarij en ze waren ook lid van het zeemanscollege in Dordrecht. Het is vreemd dat op dit essay van 100 pagina’s geen waarderende reactie komt, leest men niet meer? De meeste websites geven altijd zo’n magere invulling en clichés van bekende of minder bekende personen dat je het constant in de prullenmand moet gooien. Peter mijn hartelijke dank voor je onbaatzuchtig werk, heerlijk om nu eens een degelijk stuk werk te lezen over het leven van Jan Schouten en zijn dichtkunst als vertolker van de Verlichting (of ik het daarmee eens ben of niet, is niet ter zake) die tijd heeft bestaan met zijn denkbeelden die mensen visie en vaart gaven.

    Ik ben van plan om je website vaker te bezoeken, het is een lafenis in een wereld van onbenulligheid en oppervlakkigheid!

    Spes Bona

    Kaap de Goede Hoop

    Hendrikus

  4. Beste Peter,

    Interessant verhaal over Jan Schouten, over wie ik iets te weten wil komen. Daarom las ik de alinea over zijn verzameling met extra interesse. Daar staat ook een noot in (14), maar die kan ik niet vinden.
    Kun je me zeggen waar ik die kan vinden?
    Overigens begint er op de tweede regel van deze alinea een kromme zin.

  5. Beste Wim,

    Alle voetnoten staan op het einde van het vierde deel.

    Een vijfde deel (de bibliografie) vindt u als u de link: “voorgaande bijdragen” onder aan de pagina aanklikt.

    Een andere – misschien gemakkelijker te navigeren – versie van het artikel vindt u op http://inktspat.alruin.com/2006/01/jan-schouten-en-zijn-vrijmetselarij/

    Hier moet u eenvoudig steeds op de volgende link onderaan de bladzijde klikken, om dit 100 Word-bladzijden lange artikel te lezen.

    Dit is de laatste versie van de site, die echter nog niet helemaal af is.

    Ik zal proberen de kromme zin recht te trekken (op de nieuwe versie van mijn site).

    Met vriendelijke groet,
    Peter

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


veertien − vier =