Elvis Peeters: De Ontelbaren

| Geen reacties

Tien jaar geleden las ik de roman Le Camp des Saints van Jean Raspail, een roman die toen al twintig jaar oud was, en als onderwerp had de invasie van Europa in ‘t algemeen en Frankrijk in ‘t bijzonder door ganse hordes vluchtelingen uit de derde wereld, invasie die het hele sociaal-economische weefsel ontwrichtte.

Ik herinner me nog goed een discussie waarbij mijn tegenstreefster stelde dat het duidelijk een fascistische roman was. Ik was het daar niet mee eens, voornamelijk omdat je een roman enkel en alleen zo noemen kunt als de schrijver zelf expliciet daarvoor uitkomt, wat bij Raspail niet het geval was. Daarenboven leek het woord ‘fascistisch’ me zozeer aan inflatie onderhevig dat ik het liever niet meer gebruikte.

Dat alles belette me niet in te zien dat de verteller van dat boek (komt die volledig overeen met de auteur?) op een indirecte wijze inderdaad bepaalde meningen en opinies van zijn hoofdfiguren leek te delen en op de lezer probeerde over te brengen. Heel moeilijk is zoiets niet: het gebruik van bepaalde adjectieven op de juiste plaats volstaat vaak al. Maar die analyse wil ik hier niet maken, daar is een uitgebreid artikel voor nodig.

Mijn belangrijkste bezwaar tegen de roman, en de reden waarom ik hem niet echt goed vond: het is een ‘roman à thèse’, en daar hou ik niet van. Zodat het uiteraard helemaal aan mij kan liggen; anderen, die daar wel van houden, zullen het wel een goed boek vinden.

En dit jaar publiceert de Vlaming Elvis Peeters zijn tweede roman, De Ontelbaren. Het onderwerp: de invasie van West-Europa door ganse hordes vluchtelingen uit de derde wereld. Het is uiteraard ook een roman-à-thèse, maar het verschil met Raspail zit ‘m mijns inziens vooral in het vertel- en/of auteursstandpunt (is er verschil? welk is dat verschil? hoe kun je dat verschil objectief vaststellen?). Peeters vertelt veel afstandelijker, objectiever, zonder zelf positie te kiezen: dat maakt ook de evocatieve kracht van zijn boek uit.

Dat boek bestaat uit drie delen: het eerste beschrijft een anonymus in Afrika, die erin slaagt een plaats op een vluchtelingenboot te bemachtigen, en zich naar Europa te laten verschepen. Het is een kort deel, een soort introductie.

Het tweede deel is het uitgebreidste, en vult bijna het hele boek. Het beschrijft een buurt in wat blijkbaar (afgaande op de namen van de protagonisten) Vlaanderen is, en hoe daar hoe langer hoe meer anonieme vluchtelingen aankomen, hoe ze eerst aan de randen van steden en dorpen bivakkeren, maar allengs, als ze talrijker en talrijker worden, ook de leegstaande (tijdelijk of definitief) huizen in bezit nemen, alles nog steeds even vredelievend. Ook de verschillende reacties van de autochtonen worden, steeds even kort maar accuraat, beschreven in korte hoofdstukjes – en zonder dat de auteur standpunt inneemt. Ik heb inderdaad de indruk dat Peeters zijn uiterste best gedaan heeft om elke positieve of negatieve standpuntbepaling van hemzelf te vermijden.

De reacties, vooral in de steden, worden alsmaar heviger, tot een beginnende genocide toe. Ook die wordt koel, en afstandelijk verteld. Het derde, kortste deel suggereert dat de verdere ontwikkeling in die zin zal lopen: genocide, moordpartijen, burgeroorlogtoestanden enz. enz. Het motto dat de auteur boven dit derde deel gezet heeft zegt veel meer over zijn eigen standpunt dan hij waar dan ook in de tekst doet: “Molenstenen moeten malen, als het maalgoed op is beginnen zij elkaar te slijpen, onverbiddelijk.”

Een vrolijke boodschap is dat zeker niet, integendeel, want wat de auteur in feite beweert is: kijk mensen, wat ik hier geschetst is de weg die onze maatschappij zal volgen, en daar is niks aan te doen, dat is als het ware een natuurwet. De mens is tenslotte nog altijd een wolf voor de andere mens.

Daar komt eigenlijk nog bij dat het boek zeer realistisch overkomt, nergens overdreven aandoet en eigenlijk op de eerste plaats een toestand beschrijft die er al is, of een proces dat al bezig is, maar waarvan niemand de verdere ontwikkeling echt kan voorzien: degene die Peeters beschrijft is slechts één mogelijke verdere ontwikkeling, maar volgens mij wel een van de waarschijnlijkste. Het eerste deel beschrijft sowieso enkel wat nu al op die manier gebeurt: mensen die in grote groepen naar Europa vluchten, elke dag komen in Spanje en Italië zo wel schepen en scheepjes aan. En als ik zie hoe in de buurt waar ik woon op 25 jaar tijd de vreemdelingen een meerderheid geworden zijn, en de spanningen die dat al heeft meegebracht (en nog wel zal meebrengen), dat kan ik alleen maar besluiten dat ook het tweede deel alleen maar een bestaande toestand beschrijft, alleen geconcentreerder uiteraard dan de eigen beleving zijn kan. Blijft het derde deel…

Ook dit is uiteraard geen fascistische roman, vind ik. Tenzij je van oordeel bent dat het aankaarten van problemen, het loutere vaststellen dat Europa overspoelt wordt door vreemdelingen zoals eertijds het Romeinse Rijk, al fascistisch zouden zijn. Trouwens, Elvis Peeters is geen uiterst rechts auteur; ofschoon ik voordien maar één boek van hem las, een dikke dichtbundel, heb ik daar nergens echt sporen van gevonden. En zelfs als het wel zo zou zijn, wat dan nog? Zijn werk moet je dan nog altijd op eigen literaire merites beoordelen, en pas op de laatste plaats met politieke normen beschouwen. Wat politiek absoluut verwerpelijk is, kan literair uiterst hoogstaand zijn. In Vlaanderen zie ik daar niet onmiddellijk voorbeelden van, maar in Frankrijk en Italië zijn er genoeg.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


een + 10 =