Bad Kleinen als roman

| Geen reacties

Van de Duitse schrijver Christoph Hein – afkomstig uit de DDR, blijkbaar nooit gevlucht, links gebleven – had ik nooit gehoord. Tot ik ergens – in Der Spiegel? in ergens een krant? – een recensie las van zijn roman In seiner frühen Kindheit ein Garten. Ik heb het boek onmiddellijk gekocht en gelezen.

Vooreerst natuurlijk omdat ik de achtergrond van de roman onmiddellijk herkende: de dood van het RAF-lid Wolfgang Grams in het station van het kleine Noord-Duitse stadje Bad Kleinen, een dood die door de overheid achtereenvolgens als ongeluk, later als zelfmoord (bleek echter praktisch onmogelijk: hoe kan een zwaargewonde zichzelf in het achterhoofd schieten?) werd omschreven, maar die in feite neerkwam op een koudbloedige executie door een politieman, moord dus, nadat een politieman ook al een collega had doodgeschoten (niet met opzet, dit, maar dat werd wel in de schoenen van Grams geschoven) (over deze gebeurtenissen verscheen bij Edition ID-Archiv in Berlijn en Amsterdam in 1994 een grondige en uitgebreide reader: Bad Kleinen und die Erschiessung von Wolfgang Grams).

Uit de Freudiaanse psychoanalyse is het begrip ‘Vatersuche’ welbekend. Deze roman van Hein nu keert dat begrip als het ware om, want het eigenlijke onderwerp ervan is de ‘Sohnsuche’: de vader van Oliver Zurek (= Wolfgang Grams) gaat niet alleen op zoek naar gerechtigheid voor zijn zoon, hij probeert ook te achterhalen wie die zoon van hem geweest is, hoe anderen tegenover hem stonden, op de eerste plaats de broer en de zus, die totaal tegenovergestelde standpunten innemen: de zus rabiaat gezagsgetrouw (haar broer is een terrorist en een moordenaar), de broer begrijpend en meelevend (hij had dezelfde weg willen en kunnen gaan, maar Oliver belette hem dat). Tussen die twee in staat het standpunt van de vader, een gepensioneerd schooldirecteur, dus aanvankelijk eveneens gezagsgetrouw, vol vertrouwen in politie, gerecht en overheid, bijna onvoorwaardelijk trouw aan de ambtenareneed die hij heeft moeten afleggen (in Duitsland betekent dat blijkbaar nog iets; hier in België moet je als ambtenaar ook zo’n eed afleggen, maar niemand die dat ook maar van verre ernstig neemt).

Daarmee is ook het tweede hoofdthema van de roman gegeven: de zoektocht naar recht en gerechtigheid, een zoektocht die tot het einde, als de hoofdfiguur in zijn oude school, voor een verzameling leerlingen en leraren zijn ambtseed quasi officieel terug intrekt omdat de staat liegt en bedriegt, binnen legale perken blijft. Het thema is dus inderdaad dat van Michael Kohlhaas, maar verder hebben beide niets met elkaar te doen: vader Zurek trekt niet moordend, plunderend en brandschattend door het land om zijn recht te krijgen, hij beperkt zich ertoe naar de verschillende bevoegde rechtbanken te stappen, tot hij inderdaad ervan overtuigd geraakt dat parket, politie en zelfs de opperste staatsgremiën alles eraan doen om ervoor te zorgen dat de waarheid nooit aan het licht zal komen. Hij vecht dus tegen de bierkaai, net zoals Kohlhaas inderdaad.

Hein blijft als auteur, als alwetende verteller (het is een klassieke roman, die weliswaar voor een uiterst groot gedeelte vanuit het perspectief van vader Zurek geschreven is, maar waar toch, op de achtergrond ook die vertelinstantie aanwezig is; het is niet enkel, niet volledig de subjectieve visie van het hoofdpersonage, die overheerst) op de achtergrond, hij tracht objectief te blijven, en dat lukt hem ook aardig. Maar uit kleine details blijkt niettemin waar zijn sympathie ligt, en wat hij er zelf van vindt. Het feit dat zijn roman geschreven werd met medeweten en zelfs medewerking van de ouders Grams (zij kregen de eindversie vóór publicatie te lezen om er hun commentaar bij te leveren) wijst er trouwens al op dat Hein in deze geen vriend is van de West-Duitse staat en degenen (het parket vooral) die zich er de incarnatie van wanen. Maar een echt, een expliciet, een aan duidelijkheid niets te wensen overlatend standpunt neemt hij niet in. Terecht overigens. Dat moet de lezer zelf maar doen.

Wat mij ook sterk aangesproken heeft in deze roman is de stijl van Hein: een zeer soepel, maar ook eenvoudig Duits, zonder fiorituren, zonder veel beeldspraak, met dialogen die steeds op de juiste plaats voorkomen en in hun beknoptheid toch steeds de essentie van de houding van de sprekende personages weergeven. Niet te lange hoofdstukken, waarbij het eerste duidelijk als een introductie geldt, om de hoofdpersonages en de thematiek aan de lezer voor te stellen, waarna die harmonisch verder ontwikkeld wordt. Waarbij vader Zurek in bijna elk hoofdstuk een beetje meer van zijn illusies, van zijn geloof in de bestaande orde verliest. Een klassiek opgebouwde en vertelde roman dus, maar ook meer dan een verhaal, want doorheen het verhaal behandelt de auteur een filosofisch thema dat van alle tijden is: de zoektocht naar gerechtigheid, en de onmogelijkheid om die te vinden binnen de bestaande maatschappelijke verhoudingen.

Een aanrader dus. Ook voor degenen die er (nog) niet van overtuigd zijn dat terrorisme op de allereerste plaats iets van staten is.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


12 + acht =