Satans verschworene Brüder

| Geen reacties

Boekbespreking: Wolfgang Bittner: Satans verschworene Brüder. Angriffe und Antithesen gegen die deutsche Freimaurerei 1970-2000. Bodem Verlag, Frechen, 2001.

Publicaties tegen de vrijmetselarij zijn zo oud als de orde zelf, en zullen naar alle waarschijnlijkheid ook blijven bestaan zolang de orde bestaat. Binnen die publicaties kunnen grosso modo twee soorten onderscheiden worden: ernstige, die de vrijmetselarij afwijzen op ideologische gronden, veel katholieke geschriften behoren daartoe, en daarnaast onernstige, die alle kwalen van de wereld toeschrijven aan door vrijmetselaars aangestichte complotten.

Vanaf het begin van zijn boek maakt Bittner dit fundamentele onderscheid, en hij herhaalt het in de loop van zijn boek meermaals, daarbij benadrukkend dat hij het vooral over de onernstige heeft… die volgens hem toch ernstig genomen dienen te worden. In Duitsland veel meer dan bij ons is er natuurlijk een traditie van dergelijke schotschriften tegen de vrijmetselarij, en blijkbaar zet die traditie zich tot op de dag van vandaag ononderbroken voort.

Bittner heeft zijn boek ingedeeld in negen hoofdstukken, en elk van die hoofdstukken komt overeen met een bepaalde richting van waaruit de aanvallen tegen de vrijmetselarij afkomstig zijn. Mij lijken daarbij vooral de eerste drie belangrijk: daarin behandelt Bittner aanvallen vanuit katholieke, vanuit rechts-radicale en vanuit evangelische hoek. De overige kunnen ofwel grotendeels teruggevoerd worden tot een van die drie, ofwel zijn het verschijnselen die nog marginaler zijn dan de drie genoemde.

Het zo-even genoemde onderscheid tussen ‘Verleumdung’ en ‘Argument’ komt in het eerste hoofdstuk, over aanvallen van katholieke en katholiek-traditionalistische zijde al goed tot uiting. In Duitsland zijn er in de jaren zeventig en tachtig grondige gesprekken geweest tussen vertegenwoordigers van de vrijmetselarij en van de katholieke kerk. Maar die liepen uiteindelijk op niets uit, want de katholieke zijde bleef op het standpunt dat lidmaatschap van beide onverzoenbaar was, en stelde zich zodoende strenger op dan Rome zelf. De argumenten daarvoor zijn de klassieke en komen eigenlijk steeds weer neer op het feit dat de kerk het monopolie van de absolute waarheid heeft en dat de vrijmetselarij alle godsdiensten op voet van gelijkheid behandelt plus daarbij syncretistisch is.

Bittner gaat echter veel meer in op de randverschijnselen van het katholicisme, en dat zegt hij ook duidelijk (p.55). Daar wordt op een andere manier tegen de vrijmetselarij tekeer gegaan, haar worden zoals gezegd alle kwalen van de wereld in de schoenen geschoven, van het gebruik van drugs, tot de televisie, tot oorlogen allerhande etc. Sommige van deze traditionalistische en integristische groepen gaan zelfs zo ver het tweede Vaticaans concilie en de verkiezing van een aantal pausen sindsdien rechtstreeks toe te schrijven aan een samenzwering van vrijmetselaars (plus de obligate joden uiteraard) die zodoende de wereldheerschappij nastreven.

Dat laatste vinden we ook bij de rechts-radicale tegenstanders, die in het volgende hoofdstuk aan het woord komen. Waar zij de meeste angst voor hebben is echter het kosmopolitische aspect van de vrijmetselarij: steeds weer komen zij terug op het feit dat de vrijmetselarij de verschillen tussen de volkeren zou willen wegwerken om zo tot één eenheidssoep te komen, waarin geen rassen en geen volkeren meer zouden bestaan. Belangrijk lijkt me daarbij dat deze rechts-radicalen en de katholieke integristen elkaar blijkbaar weten te vinden voor samenwerking. Deze rechts-radicalen geven blijkbaar ook veel reprints uit van boeken die voor 1945 verschenen zijn, waaronder ook vele nazigeschriften tegen de vrijmetselarij, en wel onder het hypocriete mom van wetenschap (nazigeschriften mogen in Duitsland niet uitgegeven of verspreid worden, tenzij het om puur wetenschappelijke doeleinden gaat).

Een derde omvangrijk hoofdstuk gaat over aanvallen vanwege aanhangers van de evangelische kerk. Ik zeg wel aanhangers want de officiële evangelische kerk in Duitsland is niet antivrijmetselaar, maar aanvaardt, zonder enige restrictie en dus totaal in tegenstelling met de katholieke kerk, dat je van beide organisaties lid kunt zijn. Toch zijn ook daar randfiguren en randgroepen werkzaam, net zoals bij de katholieken, die in de vrijmetselarij blijkbaar een ideale vijand gevonden hebben.

De volgende hoofdstukken zijn korter, omdat de erin behandelde groepen minder belangrijk zijn (niet-christelijke sekten, een LaRouche-groep, antroposofen, hier en daar een feministe) of omdat het thema beperkter is (zakelijke ,De aanvallen en verwijten komen echter steeds weer op hetzelfde neer, wat dat betreft is er amper een onderscheid, tenzij wellicht in de accenten.

Een van de aanhangsels bij het boek (p.444-445) bestaat trouwens uit een register van ‘Beschuldigungen und angeblichen Beteiligungen der Freimaurerei an ‘Weltübeln’”. Je kunt het zo krankzinnig niet denken of het komt er wel in voor. Daarom lijkt mij een andere kort aanhangsel, dat als positief tegengewicht bedoeld is, en een objectief lemma uit een encyclopedie bevat plus de tekst van de oude plichten van Anderson niet te kunnen opwegen tegen zo veel krankzinnigheid.

De auteur wijst trouwens zelf meermaals (p.145,334,384..) op het hoge X-filegehalte van de beschuldigingen die hij vernoemt, en waaruit hij tot grote ergernis of hilariteit (dat is bij mij het geval) van de lezer vele passages citeert. Mijns inziens is het gros van de schrijvers van de antivrijmetselaarsgeschriften die in dit boek aangehaald worden gewoon klinisch ziek, zij lijden aan paranoia. Bittner zegt:

“Leider gibt es noch immer Freimaurer, die über solcherlei Verdrehungen der Tatsachen lächeln, weil sie sie für absurd halten; sie sehen nicht die Gefahr, die aus einer solchen perfiden Propagandaarbeit erwächst.” (p. 337)

Ik behoor daar dus toe, want ik kan deze geschriften inderdaad niet ernstig nemen. De personen die ze produceren evenmin. Het enige gevaar ligt elders: wanneer politieke bewegingen van welke signatuur dan ook er ge- en misbruik van zouden maken, goed wetende dat het quatsch is wat ze verkopen. Maar op dit ogenblik zie ik geen enkele onmiddellijke reden om daarvoor bevreesd te zijn.

Het werk dat Bittner hier geleverd heeft is het werk van een zeer gespecialiseerde inlichtingendienst. Daar is uiteraard niets op tegen. Maar men moet er wel steeds aan denken dat inlichtingenwerk steeds tot vormen van lichtere of ergere achtervolgingswaan leidt. Dat is jammer maar dat is zo.

Het werk van een inlichtingendienst kent normaal drie stappen: vooreerst verzamelen van het gewenste materiaal en dan het rangschikken daarvan. Dat doet broeder Bittner met de grondigheid die van een Duitser verwacht kan worden. Maar de derde stap is het evalueren van dat materiaal. En daar loopt het bijna altijd scheef. Kennen deze geschriften inderdaad een grote verspreiding zoals de auteur beweert (p. 186)? Hoe groot is die verspreiding? Welke is de reële invloed van deze geschriften? Kan die gemeten worden? De groeperingen die deze geschriften schrijven, drukken en verspreiden, welke is de echte maatschappelijke betekenis daarvan? Hoeveel leden tellen ze op welke bevolking? Wat is de sociologische samenstelling van die leden, en dus hun potentiële maatschappelijke invloed?

Allemaal vragen waarop geen antwoord gegeven wordt, en waarschijnlijk ook niet echt gegeven kan worden. Vandaar dat dit boek voor mij een boek blijft vol curiosa, specimen van de menselijke fauna en flora die er nu eenmaal ook zijn en moeten zijn, maar waar je verder weinig of geen belang aan moet hechten, omdat ze in se niet gevaarlijk zijn, alleen maar lachwekkend of tragisch, of beide, zoals men wil.

Maar dat dit bijgehouden wordt vind ik op zichzelf niet slecht, voor zover het voldoende gerelativeerd wordt, ik herhaal het nogmaals. De oproepen tot censuur en verbod die broeder Bittner doet (in Duitsland bestaat dat blijkbaar nog) lijken mij dan ook overtrokken en enkel geschikt om de paranoia van deze mensen nog heviger te maken.

Wat ik mij wel afvraag is: bestaan dergelijke groeperingen en geschriften bij ons, of in Frankrijk, of in Nederland, eveneens? Het zou interessant zijn, denk ik, er tenminste van op de hoogte te zijn.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


vier × 2 =