De Duitse Vrijmetselarij en het Nationaal-Socialisme

| Geen reacties

Oorspronkelijk was deze tekst enkel bedoeld om voorgelezen te worden, vandaar dat er nogal wat retorische trucjes werden toegepast om de aandacht gedurende meer dan een uur gaande te houden. Voor deze leestekst werden die grotendeels verwijderd. Ook voetnoten ontbraken uiteraard. Dat blijft zo. De tekst is gebaseerd op één enkel boek, dat van Neuberger. De rest van de bibliografie werd enkel als ondersteuning gelezen. De tekst dateert uit 1996. Belangrijke werken die nadien verschenen worden aan de bibliografie toegevoegd. Enkele afdrukken van archiefdocumenten zijn als bijlage bijgevoegd.

1. Inleiding.

Wanneer we over Duitsland lezen, schrijven of denken worden we vaak geconfronteerd met clichés, zowel bij onszelf als bij anderen. Vaak zijn die al eeuwenoud.

Een eerste dergelijk cliché is dat van de brallerige, bierdrinkende cultuurbarbaar. In de 12de eeuw bezocht de Italiaanse dichter en aristocraat Cecco Angiolieri Duitsland en stuurde het volgende, overigens schitterende gedicht naar huis:

“U groet uw trouwe vriend Martijn
uit Duitsland; alle Duitsers stinken.
Weet dat ik hier in plaats van wijn
hun bochtig bier zit op te drinken,

en dromend van een tuinfestijn
in sneeuw en modder weg moet zinken.
Uw kleden, als damast zo fijn,
doen mij een traan uit de ogen pinken

en spotten met mijn ruw bestaan !
Men dekt hier tafel zonder linnen
en zit met zeven kerels aan

rond één terrien; hun vuile vinnen
vegen zij af aan hun soutaan;
het varkensvet druipt van hun kinnen.”

En daarnaast hebben we dat andere, dat tegenovergestelde cliché : de Duitsers als volk van denkers en dichters.

Maar wat voor denkers en dichters vaak!

Van Hegel met zijn verwaten wereldgeest, die achtereenvolgens incarneerde in de koningen van Pruisen, Bismarck, Hitler, maar eveneens in Stalin, Pol Pot en andere dergelijke politici; tot de onbegrijpelijkheden van een Heidegger, die wel geschreven lijken te zijn met een mengsel van klei en zeer sterke lijm.

En dan de dichters, vooral de romantici; meestal verkeerden zij in omnevelde regionen op hoge, onwerkelijke kastelen of in mythische, katholicerende middeleeuwen, waar zij naarstig mystieke blauwe bloemen zochten.

Nergens een Hugo te bespeuren, of een Byron.

Uiteraard is dat beeld ook een parodie. Maar die, zoals elke parodie, toch minstens een deel van de werkelijkheid uitvergroot weerspiegelt.

Het Logenhaus in Hamburg

Van een instelling als de vrijmetselarij zou je kunnen verwachten, dat dergelijke extremen haar vreemd zijn, dat zij met beide benen op de harde, werkelijke grond staat en door haar werking een ander beeld geeft en zodoende karikaturen ontkracht. Maar ook vrijmetselaars blijven mensen en Duitse vrijmetselaars blijven Duitsers – zoals we zullen zien in de loop van dit bouwstuk, waarin ik eerst heel summier de geschiedenis van de Duitse vrijmetselarij zal schetsen, dan enkele woorden zal wijden aan de anti-maçonnieke bewegingen in de Weimar-republiek, om vervolgens – in het hoofddeel – de houding te schetsen die de nazi’s en de Duitse vrijmetselaars tegenover elkaar innamen. In een laatste deel zal ik proberen daar enkele besluiten uit te trekken.

Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


vier × drie =