Jongleren met de wereldbol

| Geen reacties

Chaplins film The great dictator dateert, als ik me niet vergis, uit begin 1940. Hij bevat een scène, die tot de allerberoemdste uit de gehele filmgeschiedenis behoort (misschien is enkel de trappenscène uit Eisensteins Potemkin nog beroemder): in zijn bureau begint de hoofdpersoon, de dictator, op een bepaald ogenblik met een daar aanwezige wereldbol te spelen en te jongleren als een duivelskunstenaar, die met een bal speelt in een levensgevaarlijk circus.

Het spreekt vanzelf, dat in Duitsland die film niet getoond werd voor de definitieve bevrijding in 1945 – en dan nog: wanneer is de film er voor het eerst vertoond? Het zal waarschijnlijk nog wel enkele jaren later geweest zijn. De Duitsers hadden wel andere dingen aan hun hoofd, die eerste jaren, dan geconfronteerd te worden met de mefisto, die ze zelf aan de macht hadden gebracht en die hen had meegesleurd in zijn afgrond.

In 1940 verscheen van de beruchte nazidichter Heinrich Anacker de bundel Bereitschaft und Aufbruch. Gedichte aus dem Kriegswinter 1940. Daarin staat op pagina 46 het volgende gedicht:

“SPIEL MIT DEM GLOBUS

Als ich neulich Kriegsland suchen wollte
Und am Globus spielerisch gedreht,
Jäh die Kugel von der Achse rollte –
Eh’ ich zugriff, war es schon zu spät !

Ganz entgeistert hielt ich in den Händen
Die durch meine Schuld entgleiste Welt;
Beim Versuch, das Unheil abzuwenden,
Wäre sie mir beinah noch zerschellt…

Lange braucht’ ich, wieder einzurenken
Den verrückt gewordnen Erdenball –
Und ich musst’ der Herr’n in London denken:
An ihr Treiben mahnte mich der Fall !

Gleichnishaft erhob sich das Geschehen,
Warf auf Krieg und Blutsaat grellen Schein:
‚Wer nicht weiss mit Welten umzugehen,
Lass’ das Spielen mit dem Globus sein !’ „

Het kan bijna niet anders of Anacker moet de film van Chaplin gezien hebben, want dit gedicht is bijna een beschrijving van de voornoemde beroemde scène. De film moet dan door meer mensen gezien zijn in nazi-Duitsland dan men op het eerste gezicht zou denken: Anacker was inderdaad wel een volbloed nazi, maar tot de politieke top van het regime behoorde hij zeker niet.

Maar er is nog iets vreemds aan de hand met dit gedicht: als het een nazigedicht is, dan enkel en alleen door de context: het is geschreven door een bekende nazidichter, het staat in een nazibundel (met foto’s uit de veldtocht in het Westen, ook foto’s van Hitler, met gedichten die wél expliciet zijn) die is uitgegeven door de officiële nazi-uitgeverij ‘Zentralverlag der NSDAP, Fr. Eher Nachf.’ in München, in het jaar 1940, toen dus niets meer verschijnen kon in Duitsland zonder het nazi-imprimatur (tot plusminus 1938-1939 kon dat wel nog, in zoverre het neutrale publicaties betrof, die op geen enkele manier ‘regimewidrig’ waren of als zodanig beschouwd konden worden).

Los van die context beschouwd is het een universeel gedicht, dat op alle politici van alle tijden van toepassing kan zijn. Zelfs de vermelding van Londen spreekt dat niet tegen, want ook Engeland is doorheen zijn hele geschiedenis nogal roof- en oorlogszuchtig geweest. Maar naargelang de tijdsomstandigheden kan Londen gerust en gemakkelijk vervangen worden om het gedicht aan de actualiteit aan te passen. Tussen 1933 en 1945 had er bv. gerust Berlin kunnen staan. Zoals er nu Washington of New York (het ritme zou de enige barrière kunnen zijn) zou kunnen staan. Zo bezien is het niet eens een slecht gedicht, hoewel het al evenmin als groot of belangrijk beschouwd kan worden.

Vergelijkbaar wat dit punt betreft is Veit Harlans beruchte film Jud Süss. Ook dat is een nazifilm enkel en alleen door de context. Hetgeen eigenlijk jammer is, want de eindscène van die film is wel van een sombere en duistere grootsheid, zoals ze eigenlijk zelden voorkomen (de scène doet me eigenlijk een beetje denken aan de scène van de smekende Peter Lorre in M, eine Stadt sucht einen Mörder).

Print Friendly, PDF & Email
Delen:
Share

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


4 + 11 =